Diksmuide: verloren pracht…

Na Brugge keek ik uit naar de rest van West-Vlaanderen. Bij het binnengaan van het begijnhof in Diksmuide bekroop me hetzelfde gevoel als in Aarschot: ontzieling. Een aantal huizen waren in restauratie, de resterende huizen lagen er triestig bij, de kerk was intact, doch stelde weinig voor… een steek in mijn hart… de ‘begijnenspirit’ was weg.

begijnhofperspectiefD

De rozen rondom elke ingang van een begijnenhuis gaven me wat troost. ‘Toch iets dat hier onuitroeibaar is.’ dacht ik.

begijnhofdiksmuiderozen

Uit het hof gaande, passeerde ik de muur tegenover de kerk: ‘Hier klopt iets niet!’ vertelde mijn buikgevoel me heel sterk. Ik wandelde sneller de straat op en liep naar rechts… om na enkele huisnummers terug een poort tegen te komen en het andere stuk van het begijnhof te aanschouwen! Alhoewel de huisjes andere deuren en raamkozijnen hadden, twijelde ik niet: dit was een ander stuk van het begijnhof. Dit deel was mooi onderhouden, had een grasplein en enkele bloeiende heesters en een bidplaats in de vorm van jezus aan het kruis. Verder trof ik een identieke waterput als op het andere stuk aan. ‘Heel gek!’, zei ik tegen mijn reisgenoot, ‘hier is een begijnenspirit aanwezig en ergens toch weer niet.’

begijnhofD2

Nog even bleef ik rondwandelen in dit gedeelte en zette mij vervolgens neer op de rand van de vroegere waterput. Al mijmerend en in stilte liet ik mijn indrukken wat zakken.

begijnhofDiksmuide

Plots viel mijn blik op een aantal voorwerpen die vlak bij me lagen: een grote schelp en een roosje in steen. Op de één of andere manier moest ik terugdenken aan ‘op tocht/queeste zijn’ toen ik de Sint-Jacobsschelp in mijn handen nam, net zoals ik in Lier de Sint-Jacobskerk binnenging. En de roos viel voor mij met het eerdere gevoel van en de gedachte aan ‘onuitroeibaar’ samen.

Advertisements