De dag na Mechelen…

Op de trein vanuit Mechelen liet ik de momenten die mij het sterkt waren bijgebleven, nog eens de revue passeren: het binnengaan van het beluikje van het klein begijnhof, het vrouwbeeld op het pleintje ervan en in de kerk het aanschouwen van het beeld van de aartsengel Michaël. Wat wilden deze momenten mij zeggen?

De momenten en de vraag even zijnde gelaten, nam ik het boek ‘Hildegards godin’ ter hand en begon te lezen. Vanaf de eerste pagina’s raakte ik verdiept in het boek, ik zoog alle woorden op alsof ik ze voor het eerst las en tegelijkertijd leek het alsof ik de inhoud altijd al gekend had. De kairostijd nam het over terwijl ik hunkerend de ene na de andere bladzijde las.

Stomverbaasd las ik: ‘Symbolen en beelden maken het abstracte concreet, ze zijn als vensters waar doorheen we de goddelijke werkelijkheid kunnen ervaren. De stilte van beelden is belangrijker dan de betekenis ervan, het is een manier van weten die het beeld hoger plaatst dan het idee, het intuitieve en associatieve hoger dan het rationele en linaire. Verder is elke beeld verbonden met het ogenblik, met het moment van schouwen.’ Ik hapte naar adem en nam een kleine pauze terwijl ik uit het treinraam naar het landschap keek: hier stond een deel van het antwoord op mijn vraag naar het ‘waarom’ van Michaël!

Een aantal pagina’s later kreeg ik eenzelfde ‘Aha-moment’ bij het lezen van ‘Zien, horen en weten geschiedt mij gelijktijdig, en in hetzelfde ogenblik begrijp ik wat ik te weten kom…’ Deze woorden kwamen het dichtst in de buurt van wat ik ervaarde op alle beschreven momenten en vooral op het moment dat ik de poort van het beluik binnenging.

Mij werd duidelijk dat er veel op mij afkwam en ik aan het begin stond van een nieuwe passie die het nodige opzoekwerk zou vragen: over het christelijk geloof, de heiligen van de begijnen (o.a. Catharina), over Hildegard, over de aartsengelen,… Dit beseffende, vertrouwde ik erop dat mijn ‘honger naar meer’ de komende tijd aan bod zou komen: het begijnhof van Lier stond op de planning te lonken…

Advertisements

Mechelen: eerste verkenning

Tijdens de middagmaaltijd, voorafgaande aan ons eerste ‘officiële’ begijnhofbezoek, schoof mijn vriend me een aantal boeken toe. Mijn oog viel onmiddellijk op het boek met de blauwe kaft waarop de titel pronkte: ‘Hildegards Godin: de wilde en wijze vrouw in ons‘. In dit boek van Miek Pot bestudeerde ik de inhoudstafel en de eerste bladzijde. De figuur ‘Hildegard von Bingen’ zei me heel vaag iets. Ik besloot ter plekke mij te gaan verdiepen in haar toen ik vernam dat ze in de twaalfde eeuw zowel op het gebied van muziek, religie, kruidenkennis en ziekten als politiek een fenomeen om ‘u’ tegen te zeggen, was. Ik nam het boek en mijn voornemen mee op tocht.

Nu wachtte het begijnhof op me…

Mechelenstraat

Vanaf de Centjesmuur vertrok ik op wandel door de straten. Mijn voorbereidingen liet ik even aan de kant liggen, ik nam de tijd om het Groot begijnhof, Klein begijnhof en de Sint-Katelijnekerk onbevangen te ervaren.

Dit begijnhof maakte letterlijk en figuurlijk een ‘rijke’ indruk op me: grote huizen, vele straten en een kerk die, zelfs al waren er aan de buitenkant restauratiewerken aan de gang, baadde in grandeur. In de kerk stond ik stil bij een ‘schoon beeld’ dat mij betoverde: deze strijdvaardige jongeling bleek een engel te zijn.

Aartsengel Michael

Onderaan het beeld las ik: ‘Michaël’. Mijn beperkte engelenkennis vertelde me dat het hier om één van de aartsengelen ging. In mijn notitieboekje kwam hij erbij te staan. Blijkbaar was Michaël heel belangrijk aangezien hij een prominente plaats kreeg.

De ondeugendheid van de begijnen viel me op toen ik een aantal schilderijen aanschouwde: bij elk tafereel op doek had de desbetreffende begijn er zichzelf bijgeverfd, subtiel en onopvallend, maar o zo slinks éénmaal je er oog voor hebt.

P1030609

Op het plein van het Klein begijnhof, bleef ik verrast staan: de schoonheid van dit beeld als eerbetoon aan de begijnen vond ik prachtig.

P1030650

Het ‘bogaard’-beluikje binnengaande, werd ik getroffen door de intimiteit en intense stilte van dit ‘poortje’ en het straatje erachter. Bijna tot tranen toe geroerd, bleef ik staan en genoot van deze verrassende, mystieke stilte. De kloktijd viel plots weg, de kairostijd* nam het over. Op deze plek ben ik lang gebleven, zittend, over- en weer wandelend… verwonderd, verwonderend, woordeloos…

De bogaard - ingang

Van alle ‘Mechelen’-momenten is dit me het sterkst bijgebleven…

* Chronostijd of kloktijd: de tijd die wij aanhouden volgens de klok, zijnde uren, minuten,… wij baseren er onze afspraken op. De kairostijd is de ‘gevoelde tijd’ of ‘beleefde tijd’. Zo kan een uur chronostijd passeren en ‘kairosgewijs’ zeer lang duren (bv. als je moet wachten en elke minuut op de klok kijkt) of juist als kort aanvoelen (bv. omdat je verdiept was in een interessant boek). Wij gebruiken de uitdrukking ‘De tijd vloog.’ om uitdrukking te geven aan de kairostijd.

© Debby Van Linden