In memoriam: acht eeuwen begijnse vrouwenkracht – In memoriam: eight centuries of beguine wisdom

(In English: see below)

Toen…

Exact vijf jaar gelden, op 14 april 2013, overleed de laatste begijn, Marcella Pattyn (1920-2013). Haar overlijden staat symbool voor het einde van een eigenzinnige, West-Europese beweging van revolutionaire vrouwen die een eigen levensstijl en een nieuw literair genre creëerden, schrijven over hun religieuze ervaringen in de volkstaal. Begijnen schepten een levensstaat gekenmerkt door vrijheid, spiritualiteit en solidariteit. De begijnenbeweging werd verschillend onthaald en gelabeld door mannen: van ophemeling over respect tot regelrechte vrouwenhaat en doodsvonnissen. De begijnen zelf hadden allerminst problemen met hun eigenwijze levensstaat en verkregen bescherming en steun van de wereldlijke en lokale religieuze macht. Acht eeuwen lang, doorheen alle geschiedkundige ups and downs, bleef hun vrouwenkracht bestaan. Marcella’s dood werd wereldnieuws: The Economist publiceerde een eerbetoon aan haar en deze unieke beweging en in de Poolse krant wPolityce werd ze geroemd. Als begijn legde zij een weg af langs twee vrouwensteden: eerst net geen twintig jaar in het Groot Begijnhof te Sint-Amandsberg om erna naar het Sint-Elisabethbegijnhof te Kortrijk te verhuizen. Marcella’s blindheid hield haar niet tegen om actief deel te nemen aan het begijnse leven: in de ziekenzorg, als muzikante en op het laatst als toeristische trekpleister haar zelfgemaakte begijnenpoppen verkopende. Haar laatste verblijfplaats werd het Sint-Jozefrusthuis, waar ze op 14 april 2013 overleed.

maecellaenaugusta60jaarbegijnvoorblogstuk14april2018

Marcella Pattyn speelt op haar accordion, ter ere van ’60 jaar begijn’ te Kortrijk (1974), haar muzikale kwaliteiten in de belangstelling plaatsende. Rechts van haar voorlaatste begijn van Kortrijk, Augusta Seurynck. Foto copyright: Stad Kortrijk – met toestemming.

Vandaag

Hun geschiedenis werd in 1998 even terug op de bovenste plank gelegd door de erkenning van 13 Vlaamse begijnhoven tot UNESCO-Werelderfgoed. De beeldvorming van de begijnen bleef tot recent zeer nauw, eenvormig, uitsluitend androcentrisch en vaak infantiserend en versuikerend. Archiefonderzoek en een kritische benadering van het androcentrisch denken, toont een wereld van gewiekste persoonlijkheden die hun eigen norm ontplooiden en hieraan vrijmoedig trouw bleven.

(In English)

The past…

Exactly five years ago, on April 14th, Marcella Pattyn (1920-2013), the last beguine passed away. Her death marks the end of eight centuries of beguine movement throug the West of Europe. These women created a revolutionary new way of life and are founders of a new literacy. Beguines created a life of freedom, spirituality and solidarity. The beguines were labeled in different ways by men: from showing respect to ascribing them heavenly features and also hating and murdering them. The beguines themselves had no problem with their lives and recieved support of persons with religieus and worldly powerful positions. Through it all, they existed for 800 years. Marcella’s death was world news: The Economist published a hommage and the Polish newspaper wPolityce honored her. Marcella became a beguine at the Large Beguinage of Sint-Amandsberg, moving 20 years later to the women city of Kortrijk. Her blindness didn’t keep het from living an active beguine life: she took care of ill people, played music and became a tourist attraction, selling her beguine puppets. Her last years she recieved care at Sint-Jozefnursery, dying there on Aril 14th 2013.

maecellaenaugusta60jaarbegijnvoorblogstuk14april2018

Marcella Pattyn, playing the accordion, showing het musical skills at ’60 years beguine’ (1974). At her right beguine Augusta Seurynck. Foto copyright: City of Kortrijk – with permission.

And now?

The past of the beguines has gotten attention in Flanders in 1998 when 13 beguinages were put on the list of UNESCO-World Heritage. The image of the beguines was, until very recently, narrowed by androcentric views and layers of sugar. Recent studies, based on archive material and a critical approach to the androcentric lens, shows a world of women who made their own norm and, above all, stayed loyal to their own voice.

© Debby Van Linden – Met dank aan Informatiebeheer stad Kortrijk voor bruikleen fotomateriaal.

 

Advertisements

De begijn en de theoloog: een andere kijk op ‘Compilatio singularis exemplorum’ – The beguine and the cleric: another view on ‘Compilatio singularis exemplorum’

(English: see below)

De ‘Compilatio singularis exemplorum‘, een opgeschreven dialoog tussen een begijn en een Parijse theoloog in de dertiende eeuw, wordt vaak aangehaald als een voorbeeld van ‘begijnenwijsheid’, een wijsheid die door de aangehaalde theoloog niet begrepen werd en vijandigheid opriep. De dialoog tussen deze vrouw en man wordt vaak bekeken als een concurrerende dialoog. Hier leg ik graag een andere interpretatie voor.

Het betreffende fragment, neergeschreven door een theoloog uit Frankrijk, geeft het antwoord van een begijn weer nadat hij haar ‘koppige’ houding berispt.

‘Jij spreekt, wij handelen

Jij leert, wij begrijpen

Jij onderzoekt, wij kiezen

Jij kauwt, wij slikken

Jij onderhandelt, wij kopen

Jij gloeit, wij staan in brand

Jij veronderstelt, wij weten

Jij vraagt, wij nemen

Jij zoekt, wij vinden

Jij hebt lief, wij smachten

Jij wacht, wij sterven

Jij zaait, wij maaien

Jij werkt, wij rusten

Jij wordt dun, wij worden dik

Jij klinkt, wij zingen

Jij zingt, wij dansen

Jij bloeit, wij dragen vrucht

Jij proeft, wij smaken’

Deze tekst wordt geïnterpreteerd als een dialoog van tegenstellingen waarin twee types van kennis tot uiting komen, gekoppeld aan het geslacht van betreffende personen: de rationele, geleerde woorden van de man en de intuïtieve kennis van de vrouw. Hierop volgt dan de veronderstelling dat de begijn (‘wij’) door middel van haar antwoord pretendeert ‘het beter te weten’ en het huis van de rede hiermee aan te vallen. Hierbij heb ik me de vragen gesteld: was de begijnenspiritualiteit aanvallend bedoeld of werd deze als zo aanzien? Hoe werd een uitgebreid antwoord van een vrouw op een hoger in sociale rang staande man bekeken? En getuigt de dialoog van tegenstellingen?

Voorbij het dualisme

Indien we de begijnenspiritualiteit van nabij bekijken, vinden we één overkoepelend kenmerk steeds terug: éénheid. ‘Werken is bidden en bidden is werken’ toont dit helder aan. Ook in hun contacten met de hen omringende maatschappij waren zij duidelijk: wij zijn niet tegen dit systeem, wij kiezen wel voor een eigen levensinvulling – waarbij letterlijk de poort naar een huwelijk of kloosterintrede open stond.

heart01-200x300

Hun levensstijl en handelen stonden in het teken van de weg van het hart: éénheid van verstand en buikgevoel, van lichaam en geest, kortweg bezieling. Het antwoord van de begijn getuigt mijns inziens van spreken vanuit het hart, waarbij tegenstellingen en dualisme worden opgeheven. Hierbij is geen vergelijking van ‘beter(e kennis)’ versus ‘slechter(e kennis)’ en ‘mannelijke’ versus ‘vrouwelijke’ kennis mogelijk: wijsheid van en vanuit het hart behoeft geen hiërarchie, geslacht of gender, kan er gewoon zijn. Het durven uitspreken van deze woorden lijkt me eerder een mooie poging van de begijn om, op een speelse en verrassende manier, de opmerking van de theoloog te overstijgen. Zij poogt zich niet te gaan verdedigen of verontschuldigen, maar kiest voor ‘de derde weg’: deze van het hart. Deze weg gaande werd door de (kerkelijke) autoriteiten als ‘ketters’ en ‘ongehoorzaam’ bestempeld aangezien men geen vat kreeg op hen. Hierbij stel ik me de vraag: gaf net dit controleverlies bij de heer in kwestie een gevoel van onmacht waarbij hij de begijn bestempelde als ‘pretentieus’ en ‘arrogant’?

En de wijze vrouw/begijn? Die ging haar eigen weg

© Debby Van Linden

Bronnen:

Simons, W. Cities of ladies. University of Pennsylvania Press, Philadelphia, 2001.

Compilatio singularis exemplorum‘-tekst in Sint-Annazaal/belevingscentrum begijnhof Kortrijk.

The written dialog called ‘Compilatio singularis exemplorum’, is a unique piece of work: this 13th century manuscript gives us an insight in the wisdom of the beguines of that time. The text was written by a Paris cleric and is often described as an example of ‘beguine wisdom’ – a wisdom that was not understood by the cleric who wrote it down and who felt emnity to the beguine. This text is often viewed as a competitive dialog. I wish to take another look at that…

This dialog is the respons of a beguine after the cleric points to her ‘dismissive’ attitude. The beguine responds by saying:

‘You talk, we act

You learn, we seize

You inspect, we choose

You chew, we swallow

You bargain, we buy

You glow, we take fire

You assume, we know

You ask, we take

You search, we find

You love, we languish

You languish, we die

You sow, we reap

You work, we rest

You grow thin, we grow fat

You ring, we sing

You sing, we dance

You blossom, we bear fruit

You taste, we savor’

Now this fragment is seen as a dialog of opposites of two kinds of knowlegde, also connected with the genders: the rational, educated words of the man and the intuïtive knowledge of the woman. Then follows the suggestion that the beguine (‘we’) pretends to ‘know better’, hereby attacking the house of reason.

I asked myself: was the spirituality of the beguines ment to attack or was it seen like that by the church? How did a man of a high social position react to a statement of a woman? And is this dialog really ment as reproduction of contradictions?

Beyond dualism

If we take a closer look at the beguine spirituality, we find one characteristic coming back: oneness. ‘Working is praying and praying is working’ shows this clearly. Also in their contacts with society they took a stand: they were not against this system, they choose their own life fullfilment – the gate to a marriage or a monastry was always open.

heart01-200x300

Their life and actions were all centered around the road of the heart: oneness of reason and intuïtion, of body and mind, in short ‘spirited living’. The answer of the beguine to me shows this speaking from the heart: contradictions and dualism are lifted. There’s no comparison possible between what kind of knowledge is ‘better’, between ‘male’ and ‘female’ knowledge: wisdom of the heart has no need of hierarchy or gender, it just is. Daring to speak those words, it seems to me, was a beautiful effort coming from the beguine to show this way of the heart to the cleric: she did this in a playfull and surprising way. She soesn’t apologise or defend herself, she chose ‘the third road’: that one of the heart. Now, this was seen by church authorities as ‘heretic’ and ‘disobiedient’ because they couldn’t control the beguines. I was asking myself: was it this loss of control, felt by the cleric, that made him characterize the beguine as ‘arrogant’ and ‘overblown’?

And the wise woman/beguine? She went her own way

© Debby Van Linden

Sources:

Simons, W. Cities of ladies. University of Pennsylvania Press, Philadelphia, 2001.

Compilatio singularis exemplorum‘-text in the Experience Center of the beguinage of Kortrijk.

Hoe gaat het met de ‘Wijze vrouwen?’ – ‘Wise women’, how are they doing?

(in English: see below)

De crowdfundingscampagne voor het boek ‘Wijze vrouwen’ startte een dikke week geleden. Hoe verloopt ondertussen het proces en de donaties?

De campagne bekend maken en uitdragen heeft ervoor gezorgd dat één vierde van het bedrag reeds opgehaald is! De donaties kwamen van alle hoeken van Vlaanderen en zelfs van Italië. Een crowdfunding staat of valt met de mensen die een bijdrage leveren en voluit ‘Ja!’ zeggen tegen de totstandkoming van een boek over de begijnen waarin zij zèlf centraal staan! Hierbij een grote dank aan de donateurs die al hebben bijgedragen: jullie vinden jullie naam, indien vermeld bij de storting, op de website van het boek.

10406410_1146664285352782_3782269948214107194_n

Filmopname voor ‘Wijze vrouwen’: SALTO aan het werk. (foto door Jo Cuenen – met dank)

De crowdfunding geniet ook bredere belangstelling: een artikel op Kerknet met de titel ‘Op zoek naar collectief verleden als vrouw’ verscheen op 15 maart.

2016-03-16 06_58_36-Op zoek naar collectief verleden als vrouw _ Kerknet

We gaan even enthousiast door! U kan deze campagne steunen door ze te delen op facebook, je contacten te informeren en een donatie te doen op de campagnepagina. Geef de begijnen een identiteit!

Elk bedrag, klein of groot, is van harte welkom! Alvast dankjewel!

© Debby Van Linden

 

The campaign called ‘Wise women’ through crowdfunding started about one week ago. So, how is it going?

Spreading the campaign and sharing it has results: a quarter of the total amount is ‘in’ for ‘Wise women’! Donations came from all over Flanders, even from Italy. Now, a crouwdfunding campaign only succeeds if people donate and, by doing that, say ‘Yes!’ to the realisation of the book about the beguines where they, the women, are the central theme. We wish to say ‘thank you‘ to all people who donated already: you can find your name, if filled in on the site, on the website of the book.

10406410_1146664285352782_3782269948214107194_n

Filming for ‘Wise women’: SALTO was shooting. (picture by Jo Cuenen – thank you for providing)

On March 15th the campaign was noted by ‘Kerknet’, the general site providing news around church topics, and they wrote an article about the beguines and the book.

2016-03-16 06_58_36-Op zoek naar collectief verleden als vrouw _ Kerknet

We keep on going with the same spirit! Please, share this campaign on facebook, inform your contacts and make a donation. Give the beguines an identity!

Every amount, small or big, will be welcomed! Thank you in advance!

© Debby Van Linden

De gedichten van Hadewijch: sensueel, erotisch of seksueel? – The poetry of Hadewijch: erotic, sensual of sexual?

(In English: scroll down, please.)

Hadewijch: wijze vrouw, schrijfster, mystica,… haar poëzie is onmiskenbaar van het hoogste niveau. Deze poëzie wordt omschreven als ‘hoofse minnemystiek’ en gelabeld met verschillende etiketten: van ‘sensueel’, over ‘erotisch’ tot ‘seksueel’. Deze labels worden vervolgens gebruikt als soortgelijke synoniemen, doch zijn ze dit ook? Deze begrippen en hun betekenis neem ik onder de loep…

hadewijchzwartwit

‘Hadewijch’ aan het werk.

Hadewijchs poëzie centraliseert zich rond de ‘minne’: de goddelijke liefde als bron van verlangen en ultiem te bereiken doel. Dit verlangen leggen we naast de begrippen die aan haar schrijven worden gekoppeld.

Een eerste begrip vormt ‘zinnelijkheid‘: dit definieert zich als ‘door middel van de zintuigen’. Hadewijch geeft duidelijk weer te kijken, te proefen en te ruiken. Bovenal verheft ze dit begrip door haar innerlijke zintuigen te gebruiken, datgene wat ze van binnenuit ziet en gewaarwordt.

De gevoeligheid of kwaliteit van de zintuigen wordt samengevat onder het woord ‘sensualiteit‘. Hadewijchs zintuiglijke ervaringen zijn duidelijk niet van oppervlakkige aard, diepgang is haar op het lijf geschreven.

Het daaropvolgend begrip ‘erotiek‘ als ‘een verlangen dat wordt gekoesterd en groter gemaakt wordt en hierdoor de wereld vormgevende en betekenis verlenende’ is wel hét begrip dat volledig bij haar schrijven past. Naar de minne wordt er door haar verlangd, gesmacht én het bepaald haar hoogste goed en anker op haar levensweg.

Extase‘ is eveneens van toepassing tijdens het jubileren (= juichen, in extase zingen) met haar vriendinnen. Deze toestand van verrukking, van lichamelijk en geestelijk enthousiasme doet zich ook voor als gevolg van die momenten van ontmoeting met de minne. Hadewijch waarschuwt haar vriendinnen wel om deze momenten van extase, met het risico van gevaar voor zichzelf, in evenwicht te brengen.

Zijn haar geschriften seksueel? In de Middeleeuwse context alvast niet: deze tijdsperiode kenmerkt zich door het onderscheid tussen ‘hoofse liefde’ als hét summum en ‘seksualiteit’ als de mindere in rang: deze eerste uit zich door bewonderende en verheffende lofzangen waarbij er niet gestreefd wordt naar ‘bezitten’. Seksualiteit in de strikte zin van het woord definieert zich als ‘het opbouwen van lichamelijke spanningen en het opheffen ervan (ontspanning); stimulans en respons worden afgewisseld.’ Deze woorden hanterend, zijn haar geschriften niet seksueel. Hadewijch verlangt naar de minne, smacht ernaar, doch ervaart geen seksualiteit hierin.

Op één hoop gegooid

Hoe komt het dan toch dat deze termen als gelijksoortig worden gebruikt? Ons denken over liefde is gebaseerd op een ander ideaal dan dat van de Middeleeuwen. Toen was een huwelijk een zakelijke transactie die tot doel had grondbezit en rijkdom te behouden en eventueel uit te breiden. Verkrachting van de vrouw binnen het huwelijk* als middel en talloze geboorten, met de hoop dat op zijn minst een zoon als erfgenaam zou overleven, was het doel van deze overeenkomt. De vrouw werd als bezit aanzien. Onze tijdsperiode kenmerkt zich door het ‘romantisch ideaal’: we worden verliefd op iemand, de man maakt de vrouw ‘het hof’ en ‘uit liefde’ trouwen we en stichten we een gezin. Het is net in die verbinding tussen ‘hofmakerij’ en ‘huwelijk’ dat we de voorgaand besproken termen tegenkomen: waar er bij de hofmakerij ‘verlangen’, ‘sensualiteit’ en vooral ‘erotiek’ aanwezig is, worden deze elementen gekoppeld aan ‘seksualiteit’ als ‘ultieme daad van liefde’. De begrippen worden hiermee op één hoop gegooid en ‘liefde’ wordt gereduceerd tot het zich toeleggen op die ene, speciale partner. Het denken in deze begrippen als gelijksoortig vertoont zich ook in het kijken naar Hadewijchs oeuvre: ‘sensualiteit’ wordt gelijkgesteld met ‘erotisch’, terwijl haar woorden én sensueel én erotisch zijn, doch niet seksueel.

Terug naar een breder perspectief van ‘liefde’ 

verlangen

‘Liefde’ heeft echter een wijde dimensie en vele gezichten: een passionele liefde voor een hobby, een extase belevende bij het beluisteren van bepaalde muziek of een diepe liefde koesteren voor een vriendin of vriend, een sensualiteit belevende bij het ruiken en proeven van je favoriete maaltijd, erotisch thuiskomen in de stilte van je eigen, innerlijke tempel,… In al deze vormen van ‘liefde’ zit ‘wachten’ en ‘verlangen’ vervat.

Hadewijch had het begrepen: het verlangen, ook al duurt het wachten soms pijnlijk lang, is in haar volle betekenis de mooiste periode…

© Debby Van Linden

*eufemistisch ‘echtelijke plicht’ genoemd in de literatuur

Bronnen:

Fraeters, V. en Willaert, F. Liederen. Historische Uitgeverij, 2009, Groningen.

Milhaven, J.G. Hadewijch and her sisters: other ways of loving and knowing. State University of New York Press, 1993.

Fasteau, M.F. De mannenmolen. A.W. Bruna & Zoon Utrecht/Antwerpen, 1972.

Hadewijch: wise woman, writer, mystic,… her poetry reaches, without doubt, the highest levels. This poetry is oftern described as ‘courtly’ and ‘mystical’. Other labels are ‘sensual’, ‘erotic’ and ‘sexual’. Often these categories are used as synonyms  but are they really the same? These labels and their meanings are placed in perspective and compared to her writings.

hadewijchzwartwit

‘Hadewijch’ working on her poems.

The writings of Hadewijch centers around what she calls ‘minne’: this source of her desire and is also her ultimate goal. This desire of ‘minne’ will be placed next to the other labels that are often put on her work.

A first word to define is called ‘sensuality‘. This refers to ‘the quality or sensitivity of the senses’. Hadewijchs experiences are not cursory, immersion is what she breathes. She takes ‘sensualitity’ to the next level by using her inner senses and writes about those experiences.

Erotism‘ as the next noun is defined as ‘a desire that is indulged and made bigger and by this the world defining and giving meaning’. Now, this is the word that fits her writing completely: it is for ‘minne’ she longs, aches and it is her highest goal and anchor on her life road.

Extacy‘ is furthermore applicable too: this state of delight, of bodily and mental enthousiasm follows the encounters with ‘minne’ and is present when Hadewijch and her female friends jubilate together. Now, she also warns her sisters of keeping balance in this jubilating.

Are her writings sexual? Looking through the perspective of the Middle Ages, we say ‘no’: in this periode there was a distinction between ‘courtly love’ as the highest love and sexuality as the lowest one. Courtly love was featured by admiring paeans whithout any aspirations to possess a woman. Sexuality defines itself strictly as ‘building up bodily tensions and to release that tensions, stimulus and respons are varied’. Taking this explanations, we can conclude that Hadewijchs writings are not sexual.

Everything on one pile…

So, how come all these terms are used as as almost synonyms? Our cultural thinking is based on other ideals compared to the Middle Ages. Back then marriage was a business transaction with a strict purpose: keeping wealth and property and eventually gaining more of that. As a son would inherit all of this, raping* the wife and many births – hoping at least one boy would survive – was a cruel practice on a woman, viewed as personal property of her husband.

Our cultural thinking today is based on ‘the romantic ideal’: we fall in love with someone, it’s the man who ‘wins’ the woman by courtly conduct, we marry and start a family. In the connection between ‘courtship’ and ‘marriage’ we meet the above discussed words:  in courtship there’s ‘longing for’, ‘sensuality’ and ‘eroticism’ present and these elements are connected to ‘sexuality’ and ‘children’ as ‘the ultimate prove of love’. All the terms are put together and ‘love’ is reduced onto this one, special partner.

 Back to a broader perspective on ‘love’ 

verlangen

‘Love’ has a wide dimension and many faces: a passionate love for a hobby, feeling extactic listening to specific music or sensing a deep love for a friend, the sensual taste of smelling and tasting your favorite meal, coming home into yourself as an erotic moment,… In all those forms of ‘love’ we can see ‘longing’ and ‘waiting’ as components.

Hadewijch got it: longing for something, knowing waiting can be painfully long, is in full sense the most beautiful period…

© Debby Van Linden

 *euphemistic called ‘marital duty’ in literature

De begijnhoventocht neergeschreven…

‘Het geschrevene’ blijft deel uitmaken van begijnhovenqueeste: voor het lentenummer van de Begijnhofkrant (nr. 47: pag. 12-13) van De vrienden van het begijnhof te Turnhout vzw schreef ik het artikel ‘Een zoektocht naar vrouwenkracht: het begijnenerfgoed als leidraad’. Leest u gerust mee (klik om te vergroten)…

Kleine versie 1 Kleine versie 2

Vrouwenerfgoed, erover schrijven, lezen, fragmenten laten sudderen,…het is en blijft ‘my cup of tea’!

November begijnenmaand!

De herfstwind blaast de begijnenbeweging een pittige zwaai toe! Deze maand staan ze volop in de belangstelling:

  • Begin november verscheen een artikel over begijnhovenqueeste in ‘Ons Begijnhof’, de nieuwsbrief van het begijnhof ‘Ter Hoye’ te Gent (klik op het artikel om te vergroten).

artbegijnhof1

artbegijnhof2 artbegijnhof3

  • Op zondag 9 november gaf ik een lezing in ‘De Herberg‘ te Gent over de begijnengeschiedenis en de Vlaamse hoven.
Foto door Pierre Van Uffelen

Foto door Pierre Van Uffelen

iklezingmicoDeherberg

Foto door Pierre Van Uffelen

  • Tot en met 30 november loopt er een tentoonstelling over de begijnen en hun mystiek door Dominique Vermeesch in het begijnhof te Anderlecht. Alle info vind je hier. Aansluitend geeft Alessia Vallarsa (Universiteit Antwerpen) op 20 november een lezing over de begijnen in het Erasmushuis te Anderlecht. Info en inschrijving: klik hier.

Beguina-Alessia_article

 

© Debby Van Linden