Herstorisch Antwerpen: stadsoase met een woelige geschiedenis

Midden dertiende eeuw vestigen de Antwerpse begijnen zich op een stuk grond buiten de stadsmuren, nu de Begijnenvest aan het Kiel genoemd. Op hun ‘Curtis Sion’, zoals ze hun hof noemden, hadden ze een eigen kerk, infirmerie en tevens eigen bestuur, met steun van de bisschop en hertog Jan I. Drie eeuwen later zal het begijnhof afgebrand worden: de Gelderse troepen bedreigen de stad waardoor de ‘verschroeide aarde’-techniek wordt ingezet om de vijand geen onderkomen buiten de stadsmuren te gunnen.

Het huidige hof aan de Rodesraat.

Het huidige hof aan de Rodesraat.

De begijnen besluiten zich vervolgens binnen de stad te vestigen, op de huidige locatie aan de Rodestraat. De aankoop van de grond vind plaats in 1545 om een jaar later de eerste woningen en kerk in te wijden. De 16e eeuw wordt, op een korte periode van Calvinistische bestuur na, gekenmerkt door grote bloei: meer dan 200 begijnen wonen en werken op het hof dat de gehele streek van de Rodestraat omvat. De inval van de Fransen zorgde echter voor een kentering: de vrouwen moeten het hof verlaten en het ‘achterhof’ (het gedeelte dat begint achter de kerk en eindigt aan de Paardenmarkt) wordt verkocht. Na de Franse Revolutie slagen de begijnen erin het hof terug in bezit te krijgen en breekt wederom een bloeiperiode aan: de huizen werden vernieuwd en een nieuwe begijnhofpoort rees uit de grond.

P1070037

Huidige begijnhofpoort met in de nis Begga.

In de 19e eeuw knabbelde men nog een stuk van het hof, gewijd aan Catharina, af: de infirmerie en een aantal huizen werden verkocht. De begijnen konden gelukkig de rest in hun bezit krijgen. Tevens lieten ze hun kerk vervangen door een nieuwe (1827-1830). De twintigste eeuw toont duidelijk het dalend aantal begijnen: juffrouw Virginie Laeremans, de laatste Antwerpse begijn, overleed in 1986. Restauraties van het hof vinden plaats in 1901, 1970 en vandaag de dag.

P1060888

Ingangspoort van de begijnhofkerk.

Blikvangers op het begijnhof* zijn, zonder twijfel, de groteske begijnhofpoort, de tuin en de eenvoudige, doch prachtige begijnhofkerk, waar Begga – sterk vereerd op dit hof – een centrale plaats inneemt.

Bronnen:

‘Het begijnhof van Antwerpen’ door M. Palinckx (2011) – uitgewerkte brochure.

Olyslager, W.A. (1990).750 jaar begijnen te Antwerpen. Uitgeverij Pelckmans, Kapellen.

*Het Antwerpse begijnhof was tot voor kort een grote onbekende voor mij. Heden behoort deze parel tot één van mijn meest geliefde en bezielde hoven.

Advertisements

De stille ontkiemingsplaats in Antwerpen…

Bij de eerste passen doorheen de poort in de Rodestraat voelde ik het meteen: ‘thuis‘.

P1060913

Door de poort gaande en na een blik op het mij ondertussen vertrouwde bordje ‘manspersonen na zes uur’ – het had mij een tijd geleden nieuwsgierig genoeg gemaakt om naar deze plek te komen-opende het hof zich.

P1060910

P1060898

apenAnjabkerk

Begijnhofkerk-altaar. Foto door Anja Vandervelpen, met toestemming overgenomen.

Als vanzelf begon ik aan een wandeling langs de huizen en ging de kerk** binnen. Ik nam een paar minuten de tijd om in de stilte de beelden die het vrouwelijk goddellijke representeerden in me op te nemen. Begga schitterde vooraan, boven het altaar, en achteraan in het glasraam.

Foto door Anja Vandervelpen - met toestemming overgenomen.

Foto door Anja Vandervelpen* – met toestemming overgenomen.

WP_001891

Zonder nog rekening te houden met de tijd, genoot ik van de begijnhoftuin, het kleine steegje naast het groothuis en de vrouwen die me in beeltenis omringden: Catharina en Barbara.

Heilige Barbara.

Heilige Barbara.

P1070034

Catharina, patrones van de filosofie.

Catharina, patrones van de filosofie.

Ik besefte dat dit hof zich in mijn geheugen had gegrift en er niet meer uit zou vertrekken: vanuit deze ontkiemingsplaats vond ik een (Vlaams) aanknopingspunt naar zowel Herstory als de representatie van het vrouwelijk goddelijke en de begijnen met hun herstorische geschiedenis: het begin van een levensomwenteling met een ‘no return – ticket’.

Foto door Anja Vandervelpen.

Foto door Anja Vandervelpen.

Ik zal hier nog vaak terugkomen.‘ waren de woorden die onmiddellijk tot me kwamen. En terwijl ik naar de poort liep, overviel me een grote gevoel van dankbaarheid… voor de momenten van (hard) zoeken en wroeten, voor ‘vinden’, voor de vrouwenwijsheid die hier aanwezig was, voor de queeste zelf – op datzelfde moment zei ik met overgave ‘ja‘ tegen de laatste twee hoven die deze tocht rijk was…

© Debby Van Linden

*Hierbij wens ik Anja Vandervelpen oprecht te bedanken voor het voor het gebruik van haar prachtige foto’s die de bezielende sfeer van het Antwerpse hof schitterend tot uiting brengen.

**Tevens een woord van dank aan mevrouw Marleen Palinckx en meneer Jos Lecocq voor hun fijne ontvangst en hun zorg voor en rondleiding in de begijnhofkerk.

Herstorisch Amsterdam: onderduiken in de ‘schuilkerk’

Reeds lang voor een eerste schriftelijke vermelding bestonden er al begijnen, zo ook in Amsterdam. In 1307 komt de naam ‘begijnen’ voor in de Baljuw-rekening van Amstelland en in 1346 schrijft men over een ‘Beghynhuys’. Op het einde van de 14e eeuw zal Albrecht van Beyeren de begijnen in bescherming nemen, de hofstatuten bekrachtigen en enkele leefregels naar voren schuiven. Het hof was toen redelijk klein, tot waar nu de Begijnensteeg ligt.

P1060370

Ingang van het hof langs de Gedempte begijnengracht.

Begin 15e eeuw breidt het hof uit aan de zuidelijke zijde, tot aan het huidige Spui. Twee stadsbranden, één in 1421 en één in 1452, verwoesten de Mariakapel en een hofgedeelte. De begijnen laten de wederopbouw met gebruik van steen gebeuren. In het begin van de 16e eeuw breidt het hof nogmaals uit: deze keer tot aan de huidige Nieuwezijds Voorburgwal. Op het einde van deze eeuw nemen de calvinisten de macht van de katholieken over in Amsterdam: de begijnen zien hun kerk overgaan in protestantse handen. Ze besluiten hun religieuze bijeenkomsten in een ‘schuilkerk’ te laten doorgaan: eerst afwisselend bij elkaar in huis, erna worden twee huizen samengevoegd tot kerk – het stadsbestuur keurt deze ‘kerkbouw’ goed mits aan de buitenkant niet te merken is dat op die plaats een kerk staat.

P1060409

In de 17e en 18e eeuw heeft het hof verschillende malen meer weg van een bouwwerf: een aantal huizen worden afgebroken en opnieuw gebouwd, gevels worden vervangen en de kerk wordt uitgebreidt en van nieuwe glasramen voorzien.

'Het houten huis' -in het zwart- één van de weinige huizen met houten evel.

‘Het houten huis’ -in het zwart- één van de weinige huizen met houten gevel.

In de periode 1984-1987 wordt het gehele hof gerestaureerd en draagt prinses Juliana het begijnhof over aan de Stichting Begijnhof, deze verhuurt de hofhuizen aan 93 vrouwen. De laatste Amsterdamse begijn overlijdt in 1971.

Tweede toegangspoort van het begijnhof langs het Spui, met Ursula als bescherm-en mantelheilige.

Tweede toegangspoort van het begijnhof langs het Spui, met Ursula als bescherm-en mantelheilige.

Het begijnhof is overdag te bezoeken: de begijnhofkerk en een gedeelte van het hof zijn bewandelbaar.

Herstorisch Breda: steeds adellijk beschermd

In de 13e eeuw schonk Henricus V van Schoten, Heer van Breda, de begijnen het stuk grond waarop zij zich reeds hadden gevestigd in de nabijheid van de oude burcht van Jan Van Polanen. Enkele jaren later gaf de bisschop van Luik het ‘jawoord’ tot het construeren van een kerk, gewijd aan Catharina van Alexandrië. Het huwelijk tussen Johanna van Polanen, erfdochter van Breda, en de Graaf van Nassau zorgde voor het adellijk voortbestaan van deze families, doch was onrechtstreeks ook voor de begijnen belangrijk. Bij plannen tot uitbreiding van het kasteel Van Polanen, waar Johanna resideerde, stond het begijnhof in de weg. De begijnen werd, na onderhandelingen, een nieuw stuk grond meer oostelijk geschonken, aan de Wendulinuskapel, (de huidige locatie van het hof) en er werd door de adellijke familie officiële bescherming, nu en in de toekomst, gegarandeerd.

Johanna van Polanen - beschermster van de begijnen en hun hof.

Johanna van Polanen – beschermster van de begijnen en hun hof.

Het geheel werd in een charter in 1531 vastgelegd. Deze bescherming werd ook tijdens de woelige jaren van de 80-jarige oorlog in de 16e eeuw nagekomen door toenmalig gezaghebber prins Mauritz. In de 17e eeuw zal de Vrede van Munster roet in het eten gooien: door het verbod op katholieke kerken werd de begijnhofkerk aan de gereformeerden overgedragen.

Toegangspoort via de Catharinastraat.

Toegangspoort via de Catharinastraat.

Een tijd later werd de toegang van het hof (verbindingsplaats tussen het begijnhof en de Waalse kerk – de ‘noodkerk’ voor de begijnen) dichtgemetseld, waardoor de gereformeerden de vrouwenstad niet in konden om hun kerk te bereiken en de begijnen zo beschermd waren. Een nieuwe toegangspoort werd geconstrueerd aan de Catharinastraat. Vanaf diezelfde eeuw stellen de begijnen ook een pastoor aan in hun hof.

P1060339P1060359De 19e eeuw staat in het teken van uitbreiding: een nieuwe kerk word ingehuldigd en het hof krijgt een gedeelte bijgebouwd.

Het 'nieuwe' hofgedeelte.

Het ‘nieuwe’ hofgedeelte.

De 20e eeuw zorgde voor het gestaag verminderen van het aantal begijnen tot de laatste, Cornelia Catharina Frijters genaamd, overleed in 1990. Een veertigtal jaren geleden onderging het hof een volledige restauratie en werd in huis nummer 29 een klein begijnhofmuseum ingericht, opgedragen aan de Bredase begijnen. Momenteel wonen er alleenstaande dames, de begijnentraditie zo deels in stand houdende. Het huis van Oranje-Nassau blijft de bescherming van het hof garanderen en zet dit ook om in regelmatige bezoeken.

Beeld 'Begijnen' (1971) door H. Bayens werd gemaakt ter oorkonde aan de Bredase begijnen en speciefie aan de laatste begijn op het hof, juffrouw Frijters.

Beeld ‘Begijnen’ (1971) door H. Bayens werd gemaakt ter oorkonde aan de Bredase begijnen en specifiek aan de laatste begijn op het hof, juffrouw Frijters.

P1060306

Het begijnhof is een parel met kruidentuin, begijnhofkerk, pastorie, museum en duidelijk overzichtsplan.

© Debby Van Linden

Bronnen:
Folder ‘The Beguinage of Breda’ verkregen in het begijnhofmuseum. en 
http://www.begijnhofbreda.nl

Begijnhoofse lente in Brugge…

In de hoop de toeristenstroom voor te zijn, treinde ik in de vroegte naar het Brugse begijnhof. De poort door, een paar stappen en… één en al begijnhoofse lente! Een ontelbaar aantal narcissen kwam me tegemoet, het hof onderdompelende in een bad van frisse geelschakeringen.

P1070073

Na een wandeling door het begijnhof, sloop ik de kerk binnen: tijd voor een moment van innerlijke rust bij het beeld van -na studie van haar symbolen en vervormingen- Maria Magdalena* aan het zijportaal.

P1070084

Naar de uitgang wandelende, nam ik alle elementen met me mee: de aanblik van het narcissenveld, de verfrissende regenbuitjes die de populierenvruchtengeur verspreidde en het stiltemoment in de kerk. En ik weet, elke voorjaar zijn de ‘paasbloemen’ op dit hof er weer, en telkens net iets anders omdat ik ‘anders’ zal zijn…

© Debby Van Linden

*Een aantal schilderijen en beelden van Maria Magdalena zijn ‘aangepast’ tot Maria-(af)beel(ding)en. Toch zijn bepaalde symbolen overgebleven en/of nog zichtbaar. Meer info: zie D. Van Dijk (2012). Maria Magdalena, vrouw naast jezus. Een zoektocht naar het verborgen christendom.Uitgeverij Christofoor, Zeist.

Breda: beklijvend mooi!

Heel veel plaatsen bij onze noorderburen waren me onbekend, zo ook Breda. De stad kwam me gezellig over: kleine straatjes, theehuizen, boekenwinkels om in te gaan snuisteren en de vele, typisch Hollandse fietsen. Na een korte stadsverkenning, keek ik uit naar het begijnhof: via de Catharinastraat stapte ik het tegemoet…

bredapoort

P1060329

De poort onderdoorgaande kwam een mooi, verzorgd en ‘echt‘ begijnhof me tegemoet: een besloten, rustige tuin met huizen errond en een informatieve plattegrond bij binnenkomst.

P1060314

Terwijl ik het hof rondwandelde, bleef ik even staan bij deze beelden: deze pratende begijnen stelden de twee laatste oorspronkelijke bewoonsters van deze vrouwenstad voor*. De weldoenster van het hof, Johanna van Polanen, kwam op het tweede gedeelte piepen.

P1060334

Vervolgens dook ik het museum binnen. Alhoewel de informatieve kant aanwezig was, mistte ik hier de authentieke begijnenspirit: waar was het beeld van de eerste begijnen vooraleer ze onder kerkelijk gezag kwamen? Het museum doorlopende viel me een portret op van een vrouw: het raakte me, alhoewel ik geen idee had waarom, het nergens aan kon vastknopen…

P1060280

Een tweede maal het hof verkennende, viel me op hoeveel zorg en spirit hier qua restauratie en onderhoud aanwezig was: ik voelde me ergens ‘thuis’ in deze vrouwenstad.

P1060359

Bij valavond werd de kerk geopend voor een misviering: net voor de meeste mensen toekwamen maakten we van de gelegenheid gebruik de prachtige Catharinakerk van binnenuit te aanschouwen. Zowel binnen als buiten vond ik ‘herkenning’: hier was ze weer, Maria! Na verder studiewerk naar de haar omringende symbolen, kon ik de moedergodinelementen (o.a. de maan) herkennen en tevens de vervormingen van haar oorspronkelijke beeltenis (het vertrappelen van de slang).

P1060297

P1060306

Bij de toegangspoort wierp ik het hof een laatste blik toe met de gedachte ‘ik wil ook hier terugkomen!’

© Debby Van Linden

*Meer hierover in het volgende blogstukje ‘Herstorisch Breda’.

Herstorisch Anderlecht: wie het kleine niet eert,…

P1060092

Het kleine Anderlechtse begijnhof dateert van midden 13e eeuw en straalt vooral soberheid uit, dit in tegenstelling tot het zusterhof in Brussel-stad. Dit pittoreske hof gaf verblijfplaats aan slechts acht begijnen die een gemeenschappelijk huis betrokken, ook wel een convent genoemd. Voor hun religieuze momenten hadden ze hun eigen bidkapel, doch de misvieringen werden in de nabijgelegen Sint Pieter en Guidokerk gehouden.

P1060089

P1060087

Met de Franse inval in de 18e eeuw ging het begijnhofje over in handen van het Bestuur der Burgerlijke Godshuizen, wat nu het O.C.M.W. noemt. De begijnen konden op hun hof blijven wonen mits betaling van huurgeld. In de 19e eeuw verminderde het begijnenaantal staags tot er geen Anderlechtse begijn meer over was. Het hof kreeg een functie als bejaardentehuis voor vrouwen. Een eeuw later kocht de stad het hof aan, voerde renovatiewerken uit en liet een gedeelte ervan als volksmuseum fungeren (waarbij ook het begijnenleven aan bod komt).

P1060103

Alhoewel de grote barokpoort en de tuin er niet meer is, verschaft de kleinere poort en het binnenplein een groot gevoel van intimiteit en tegelijkertijd stil aandenken aan deze voormalige vrouwengemeenschap.

© Debby Van Linden