Ontstolen identiteiten onder een suikerzoete mantel… – Hidden identities, covered with a lay of sugar

(English: scroll down, please.)

Het was het beeld waarmee ik opgroeide, ik hoor het op de gidswandelingen die ik geef, kom het tegen in een lukraak vastgenomen stripboek en aanschouw het op koekenblikdozen: het zoete beeld van ‘vrome vrouwen’ die braaf, volgzaam en naïef waren. Dit beeld, samen met de hypothese van het ‘vrouwenoverschot’ als oorzaak van de begijnenbeweging*, werd en wordt nog elke dag in ons collectief verhalenbestek neergezet.

Begijnhof Kortrijk: Sin-Annazaal en beeld van M. Pattyn.

Beeld van M. Pattyn, laatste van een 800-jarige beweging van eigenzinnige vrouwen.

Net als ikzelf indertijd, valt de verbazing van mensen hun gezicht af te lezen als ze te horen krijgen dat de beweging van wijze vrouwen, begijnen genaamd, een groep onafhankelijke vrouwen betrof die 800 jaar hebben bestaan. ‘Mevrouw, dat wist ik allemaal niet!‘ aanhoor ik dan. Als ze vervolgens over hen als schrijfsters van ettelijke literaire werken, als leidinggevenden bij uitstek, als vrouwen die een stad bouwden en elkaar verzorgden tot het einde,… vernemen, smelt de suikerzoete laag van het hen aangeleerde begijnenverhaal als sneeuw voor de zon.

Uitgave van Hadewijch in het Engels.

Uitgave van Hadewijch in het Engels.

Onderzoek en publicaties over deze vrouwen en hun beweging zijn, geschiedkundig gezien, tamelijk recent. Zowel in België, Nederland en daarbuiten zijn uitstekende studies op gang gekomen vanuit verschillende hoeken en recente begijnenmusea stellen een navolgbaar voorbeeld, doch het werkveld blijft versnipperd.

Er is nood aan het samenbrengen van alle informatie zodat één geïntegreerd beeld van de wijze vrouwenbeweging als ‘straffe madammen mét identiteit’ naar voren komt zodat het hen oneer aandoende, suikerzoete beeld even onbekend wordt als nu hun echte verhaal is…

© Debby Van Linden

*De mogelijke oorzaak en de ontstaansreden van verschillende vrouwen die in geheel West-Europa als begijn begonnen te leven is (nog) niet achterhaald. 

It was the image I grew up with, I hear it on my guide tours, meet it when I grap a comic book and see it on biscuit tins: the sweet image of ‘pious ladies’ who were naïve, sheepish and without real identity. Now, this image, together with the story that their movement rooted in an overabundance of women, was and is the story that we all got collectively.

Begijnhof Kortrijk: Sin-Annazaal en beeld van M. Pattyn.

Statue of M. Pattyn, the last one of a movement of revolutionary women that lasted 800 years.

Just as I was a while ago, people are astonished when they hear about the beguine movement*: 800 years of independent women! They tell me ‘I didn’t knew that!’ If they find out about the women as famous writers, as mistresses who led a whole city, of women who took care of eachother untill the end,… I see the sugary story of ‘naïve women’ melting away…

Uitgave van Hadewijch in het Engels.

The works of Hadewijch, translated in English.

Research and publications are, compared to the attention other fields get, recent. In Belgium, the Netherlands and other countries  authors published decent studies about these men and women and a recent museum in Flanders is giving an example of how things can be done. Nevertheless, the field is fragmentised.

We need to bring all this information together so one story of ‘wise women with identity’ becomes thé story. We need to provide this untill and after the sugary image of the beguines becomes as unknown as their real story is today…

© Debby Van Linden

*The origine of the beguine movement throughout West-Europa is still unknown. The hypotheses on this subject are still guessings.

Advertisements

De queeste: een terugblik (3): de ‘feiten’-weg

Verwoven met persoonlijke veranderingen en de mensen die ik onderweg ontmoette, slokte ik een arsenaal aan kennis op dat zich leek te branden in mijn geheugen: 800 jaar begijnengeschiedenis bleek een banket van verschillende gangen en bijgerechten qua kennisdomeinen in te houden die elk om research vroegen:

the-book-of-love

  • ‘Wie waren al die heiligen op de hoven en waarom waren ze voor de begijnen zo belangrijk?’ Ik verdiepte mij in christelijke legendes, vitae, rituelen en bijbelse taferelen.Tegelijkertijd kwamen vele nieuwe vragen op: ‘Waarom hadden de begijnen ook beelden van Anna, de moeder van Maria, terwijl over deze eerste met geen woord in de bijbel gerept wordt?’ Ik slokte ‘officiële’ en ‘volkse’ christelijke feiten op en ontdekte vroegere religievormen.
  • Begijnen schreven… en hoe! Op de middelbare school had ik kennisgemaakt met het oud-Nederlands en bespraken we een klein fragment uit Hadewijch‘s teksten ter illustratie. Nu zette ik me aan haar gedichten en liederen, vervolgens aan ‘Seven manieren van Minnen’ en ‘The mirror of simple souls’*- de (minne)mystiek intrigeerde me. Al snel werden me twee zaken duidelijk: dit was ‘zeer stevige pap’ en de ingrediënten om dit te doorspitten, bestonden uit: een helder hoofd, een paar keer herlezen en een houding om de woorden even los te laten en zo te laten meeresoneren gedurende de rest van de dag**. Vanaf het moment dat ik vanuit het hart begon te lezen, kregen de teksten een andere dimensie en kon ik de woorden vatten: een ‘nieuwe deur’ ging open.
  • Elk begijnhof had zo haar specifieke bouwstijl en opvallende eigenaardigheden: dankzij een vriendin met architectuurkennis kreeg ik een snelcursus in stijlkenmerken, specifieke eigenschappen per stroming, de opbouw van een kerk,… ik kreeg m.a.w. een ‘nieuwe bril’ op mijn neus geschoven.
  • Het dagelijks reilen en zeilen op het hof was geen sinecure: ik bestudeerde de verschillende taken, functies, gebouwen en werkzaamheden van de vrouwensteden en merkte al snel dat de begijnen echte bedrijfsleiders waren: zo onderhandelden ze bv. met handelslui over de prijzen van hun produkten of diensten (bier, was- en herstelwerk van kledij,…) . Ik kreeg een grote bewondering voor de taak van de grootjuffrouw – een hedendaagse CEO: de boekhouding verzorgen (verkoop en aankoop van huizen, restauraties, verbouwingen, loonuitbetalingen, erfenissen,…) toezien op de conventsmeesteressen en kosteres, onderhandelen met derden (afgevaardigden van allerlei rang en stand), vergaderingen organiseren, bemiddelen tot ingrijpen bij conflicten,… De titel ‘grootjuffrouw’ was niet voor doetjes: een hof, waarin een tiental tot paar honderd vrouwen dagelijks werkten en leefden, als efficiënt en democratisch systeem ‘runnen‘ vroeg om pure vrouwenkracht.
  • Alhoewel het gebied van ‘(vriendjes)politieke en economische geschiedenis‘ mij eerst het minst interesseerde, leerde ik snel de waarde ervan inzien: bepaalde beslissingen (pauselijke, stadsgebonden,…) hebben een stevige impact gehad op de belevingswereld van de begijnen – zowel per stad als voor het vroegere Vlaanderen. Zonder de steun van bv. gravin Johanna van Constantinopel zouden bepaalde hoven mogelijk nooit tot stand gekomen zijn.

Bij het aan elkaar knopen en integreren van deze feitenhoeveelheid nam ik steeds dezelfde vraag in gedachte: ‘Hoe is deze informatie van invloed geweest op het begijn(hoof)se leven van toen?’ Het resultaat van deze ‘feitenweg’ op mijn queeste toonde zich: ik veranderde van complete leek tot bezielde onderzoekster.

© Debby Van Linden

* resp. werken van Beatrijs van Nazareth en Margerite Poréte.

** Deze vorm van lezen wordt ook ‘lectio divina’ genoemd.