Heilige beschermvrouwen / Holy patronesses

(In English: scroll down, please.)

De naamgeving van de hoven, laat een duidelijk patroon zien: vrouwelijke heiligen in overvloed!  ‘Sint-Elizabethbegijnhof’ (o.a. te Gent/Sint-Amandsberg en Kortrijk), ‘Sint-Catharinabegijnhof’ (o.a. te Breda, Turnhout, Tongeren en Diest) en ‘Onze-Lieve-Vrouw begijnhof’ (o.a. te Gent en te Hoogstraten): een aantal vrouwennamen komen telkens terug.

Catharinabegijnhof te Turnhout.

Catharinabegijnhof te Turnhout.

In hun spiritualiteit en de afbeelding ervan komen de kwaliteiten van deze vrouwen tot uiting. Als we de overeenkomende martelaarschapselementen, typerend voor de beschrijving van heiligenlevens, even terzijde leggen en ons concentreren op de eigenschappen die deze heiligen tentoonspreiden, stuiten we op een pakket aan geestdrift die het leven van de wijze vrouwen in hun 800-jarige geschiedenis als voorbeeld aannamen. Catharina staat bekend als een vrouw met grote overtuigingskracht: ze bracht een groep van mannelijke geleerden op andere gedachten. De symbolen van Elizabeth zijn brood en rozen: beide refereren het wonder dat zij verrichtte, nl. het veranderen van brood in rozen, uit haar schoot voortkomende. Haar attributen verwijzen naar haar werk van naastenliefde en armenzorg én  zijn tevens de symbolen van vrouwelijke kracht – uit de vrouw komt alle leven en voeding voort.

Elizabeth van Hongarije.

Maria sluit het rijtje af: als schepster en moeder van God was zij voor de wijze vrouwen hét voorbeeld bij uitstek. Dankzij haar en haar moeders invloed en wijsheid (heilige Anna) werd Jezus de hartelijke man die we in onze cultuur kennen. De wijze vrouwen droegen dan ook het merendeel van hun hoven aan haar op.

Conclusie: wie ze tot heiligen benoemden, kozen de vrouwen zelf. Ze droegen actief een spiritualiteit uit die in de naam van hun hof tot uiting komt én tevens gesymboliseerde eigenschappen waren die in hun dagelijks leven ingebed waren, gepersonifieerd door een meerderheid aan vrouwen.

© Debby Van Linden

Bronnen:

Simons, W. Cities of ladies. University of Pennsylvannia Press, 2001.

Van der Meer, A. Venus is geen vamp. Het vrouwbeeld in 35.000 jaar Venuskunst. A3 boeken, Geesteren.

Ik we take a close look at the ladies to whom the beguinages are dedicated too, we see a clear pattern: women saints all over! There’s Saint Elisabeth (e.g. in Gent/ Sint-Amandsberg and Kortrijk), Saint-Catherine (e.g. in Breda, Turnhout, Tongeren and Diest) en ‘Our Lady, Mary’: these women return each time, we find them almost in the names of the beguinages, mostly as patronesses.

Catharinabegijnhof te Turnhout.

Beguinage of Saint-Catherine at Turnhout

In the paintings and statues the qualities of these women are shown. If we put aside the martyr elements, typical for saint lives, and focus on the the characteristics of these women, we find strong, spirited saints who became role models for the wise women during their 800 years of existence. Catherine was an intelligent women who showed her wisdom to a group of men scholars and convinced them all of her knowledge. A closer look at the symbols surrounding Elisabeth, tells us more about her life: she carries bread and roses, changing one into the other through her lap. Her symbols refer to care for others and charity and are also symbols of strenght: all life and nurture comes from women.

Elizabeth of Thuringen

Mary was, as ‘mother of god’ and ‘creatress’, the ‘model of all models’ for the beguines. Through her and her mothers knowledge (her mother Anna) and influence, jezus became the man as we know him. Most of the beguinages were dedicated to her.

Conclusion:  the women decided themselves who their saints would be. They choose women who’s qualities matched their spirituality and who’s symbols were relevant in their daily lives.

© Debby Van Linden

Sources:

Simons, W. Cities of ladies. University of Pennsylvannia Press, 2001.

Van der Meer, A. Venus is geen vamp. Het vrouwbeeld in 35.000 jaar Venuskunst. A3 boeken, Geesteren.

Advertisements

Herstorisch Gent – het ‘oude’ hof: van glorieuze vrouwenstad naar ontmantelde wijk

In de 13e eeuw woonden er reeds begijnen te Gent: sommige alleen en anderen in groepsverband, zoals de begijnen op het Sint-Aubertushofje* of de begijnen die in de nabijheid van de Bijloke-abdij leefden. Deze laatsten hadden hun grondgebied door tussenkomst en geldelijke steun van gravin Johanna van Constantinopel bekomen. Diezelfde gravin zal hun in 1236 nogmaals helpen bij het bekomen van ‘Broeck’, een groter gebied dan het vorige, om een begijnhof neer te poten.

Provenierstersstraat - sfeerbeeld.

Provenierstersstraat – sfeerbeeld.

In het begin van de 14e eeuw telt het hof een honderd huizen met een veelvoud aan begijnen. Het Concilie van Vienne in 1311 zal de begijnenbeweging fel terugdringen, gelukkig worden de Gentse begijnen ontzien door de tussenkomst van o.a. graaf van Bethune.

Sfeerbeeld van de Begijnhofdries.

Sfeerbeeld van de Begijnhofdries.

In de 16e eeuw teistert de Beeldenstorm en het calvinistisch bestuur het katholicisme: het interieur van de begijnhofkerk word beschadigd en soldaten namen een deel van de huizen in ter verblijfplaats. De 17e eeuw, net als op vele hoven, kondigt een grote bloeiperiode aan: het vrouwenaantal verdubbelde tot 800 en de huizen werden verbouwd. Het begijnhof straalde in grootsheid en grandeur door de vele conventshuizen en de enorme begijnhofpoort.

Conventshuis 'Heilige Kristina'.

Conventshuis ‘Heilige Kristina’.

Een eeuw later zullen de Fransen ervoor zorgen dat het hof in handen komt van de Commissie der Burgerlijke Godshuizen en als dusdanig tot stadseigendom gemaakt wordt. In de daaropvolgende regeerperiode van Willem I beschermde het stadsbestuur de begijnen nog door de verkregen regels, met als doel ‘het doen uitdoven van het begijnenwezen’, niet in de praktijk te brengen. De Belgische onafhankelijkheid veranderde hun houding: hun ideëen tot stadsontwikkeling leidde tot het dempen van de aanliggende gracht en de verkoop van omliggend grondgebied. De begijnen zagen hun hof dag per dag verdwijnen… ‘redder in nood’ was hertog van Arenberg: hij liet in het aanliggende dorp Sint-Amandsberg een nieuw begijnhof bouwen. De laatste begijnen vertrokken richting nieuwe woonplaats in 1874.

P1030767

Begijnhofpoort aan de Bijloke-abdij, gelegen aan de ringkant.

Raar maar waar, sindsdien liet het stadsbestuur het hof bijna ongemoeid: enkel de begijnhofpoort werd afgebroken en weer opgebouwd aan de Bijloke-abdij – en zo kreeg de begijnen, weliswaar onbedoeld, toch nog iets terug op hun ontstaansplaats…

Ingangspoort van de begijnhofkerk met Sint-Elisabeth in de nis.

Ingangspoort van de begijnhofkerk met Sint-Elisabeth in de nis.

De vele conventshuizen, de begijnhofkerk en vooral het Provenierstersstraatje zijn aan te raden bezienswaardigheden op dit Gentse hof.

© Debby Van Linden

*Heden het hotel ‘Poortackere’ gelegen aan de Oude Houtlei.