Terugblik op 2015 – Looking back on 2015

(English: scroll down, please.)

Eerst en vooral wens ik u een gelukkig en voorspoedig begijnengoed jaar 2016!

Het nieuwe jaar open ik graag met een terugblik op het voorbije…

Bezoeken

2015 begon met het bezoek van de begijnhoven van Tongeren en Sint-Truiden, de laatsten van de Limburgse poot van de begijnhovenqueeste. Daarna waren de restanten van de Brusselse vrouwenstad en het pittoreske Anderlechtse hof aan de beurt. Vervolgens staken we de grens over richting Duitsland voor een driedaags bezoek een het Hildegardklooster.

adamikke

Bezoek aan het begijnhof van Amsterdam.

De hoven van onze noorderburen waren een aangename verrassing: Breda en Amsterdam hadden zo hun eigen charmes. De lente werd via een tussenstop aan het Brugse hof aanschouwd. Antwerpen, Gent en Tienen vormden de allerlaatste queestehaltes, om vlak erna een ‘return’ te maken naar de plek waar het ooit allemaal begonnen was: Mechelen.

Na een terugblik, gevolgd door een deugddoende vakantie besloten het begijnenvirus en ik, inmiddels goede vriendinnen geworden, dat we nog niet uitverteld waren…

…en verspreiden door te lezen, te schrijven en te verhalen…

Blog Debby IMG_9294 02

Lezing in het Kortrijkse begijnhof (foto: W. Vandamme – met dank voor gebruik)

2015 betekende ook een jaar van uitdragen: via vertelwandelingen, schrijf-en opzoekwerk bracht ik het begijnenerfgoed bij ‘Mieke en allevrouw’ alsook ‘Jan en alleman’: o.a. een artikel in de Begijnhofkrant van Turnhout, publicaties in ‘Ons Begijnhof’, vertelwandelingen en een lezing.

P1070198

Vertelwandeling gevende op het begijnhof van Sint-Amandsberg.

Daarnaast verscheen de facebookpagina ‘begijnhovenqueeste‘ met als doel begijnhoofs nieuws samen te brengen.

…naar het openen van een nieuw jaar 2016!

Begijnhovenqueeste blijft schrijven, met dezelfde formule én de toevoeging van langere artikels: een begijnenthema wordt al eens dieper uitgespit en gekruid met vurige pittigheid, krachtige kwetsbaarheid of een stillere-dan-stil-stilte.

De wijze vrouwen bleven en blijven me boeien…

© Debby Van Linden

 

First of all I would like to wish you a happy New Beguine Year 2016!

I would like to open this new year looking back on 2015…

Visiting

2015 started with visiting the beguinages of Tongeren and Sint-Truiden, the last ones from the Limburg part my quest of beguinages. After that I saw the women cities of Brussels and Anderlecht. A long drive to Germany showed me the spirit and teaching of the nuns at the monastry of Hildegard.

adamikke

Visiting the beguinage of Amsterdam.

Travelling didn’t stop as I visited the Netherlands: the beguinages of Breda and Amsterdam were surprsingly beautiful! Spring came and this meant a visit to the beguinage of Bruges to see the field of narcis flowers. AntwerpGent en Tienen were the last stops on my quest, making a return to the place were it all once started: Mechelen.

After looking back on this journey, followed by a holiday, me and my passion for the wise women – we had become good friends by then- decided to go on writing and telling about this herstory.

and bringing knowlegde to people by writing, guiding and telling… 

Blog Debby IMG_9294 02

Giving a lecture at the beguinage of Kortrijk (picture by W. Vandamme – thank you for providing).

2015 was a year of bringing the wise women in public: through guide tours, research and writing I reached out to people: e.g. an article in the Beguine Newspaper of Turnhout and Ghent,  guide tours and a lecture.

P1070198

Summer 2015: telling about the wise women at the beguinage of Sint-Amandsberg.

Honouring the wise women I decided to make a facebookpage dedicated to them: on ‘begijnhovenqueeste‘ I provide news and information about them, about their past and their heritage in these times.

…opening a new year 2016!

Community of beguine news keeps on writing! In this new year I will add longer articles about a specific beguine theme, diving  deeper into subjects, adding a slice of silence, spiciness and the power of vulnerability.

My passion for the beguines is here to stay…

© Debby Van Linden

 

Advertisements

De queeste: een terugblik (1): de persoonlijke weg

‘Queeste’: ik kende het woord en haar betekenis niet en kon me vroeger ook niet voorstellen waarom mensen een ‘pelgrimsweg’ aanvingen… tot ik, het toen nog niet beseffende, zelf op zoektocht was. De ‘dansende madammen’ te Mechelen, de intieme sfeer op het begijnhof te Antwerpen en de representatie van het goddellijk vrouwelijke in de begijnhofkerk daar lieten mij het begin zien van een groot puzzelstuk waar ik al 20 jaar op zoek naar was: erf-goed, identiteit en kracht als vrouw. Mijn queeste vormde een intense periode van verandering die, hoe onbekend het pad me ook voorkwam, telkens ‘juist‘ aanvoelde.

De begijnhofpoort van Leuven doorgaande, een nieuwe vrouwenstad ontdekkende.

De begijnhofpoort van Leuven doorgaande, een nieuwe vrouwenstad ontdekkende.

In een maatschappij levende waarin ‘de man’ als norm wordt gesteld, vond ik een anker en gronding in het begijnenwezen en hun herstory. Alsof ik een inhaalbeweging uitvoerde, slorpte ik begijnengeschiedenis en hofbezoeken op:

  • elke begijnhofpoort vormde een nieuwe fase in mijn queesteproces, een nieuwe wereld, een verdere stap op het vrouwelijk pad, elke keer of ‘thuiskomen’ of aangedaan zijn door het ontbreken van zorg voor het begijnenerfgoed.
Begijnhof Turnhout: Een belangrijk keerpunt op mijn queeste: kijkend naar haar beeld in de nis laat ik de bekende verhalen over Maria los om plaats te maken voor haar eigen verhaal - Herstory.

Begijnhof Turnhout: Een belangrijk keerpunt op mijn queeste: kijkend naar haar beeld in de nis laat ik de bekende verhalen over Maria los om plaats te maken voor haar eigen verhaal – Herstory.

  • elke geschiedkundige leugen (‘Maria Magdalena was een zondige vrouw.’ en ‘Begijntjes zijn brave nonnekes.’) of weggemoffelde interpretatie, elke ‘wonde’ vormde een spoor: Ik trok het thema uit het slijk, haalde de ‘zwartmakerij’ eraf en bestudeerde het grondig. Vervolgens reeg ik het, in een nieuw licht, aan mijn herstorische gordel.
  • mijn weg was in elke opzicht menselijk: momenten van gefrustreerd wroeten, hardnekkig wringen, blijvend lijkende vraagtekens en kwaad vastzitten, wisselden zich af met gelukzalige blijdschap, onverwachte ontroering en pure verwondering: steeds met bezieling, soms met rozengeur en met een nieuwe blik op ‘maneschijn’
  • ik verbaasde me over ‘begijnenkracht’: een eigen beweging uit de grond stampen, acht eeuwen bestaan – doorheen oorlogen, invasies, politieke beslissingen en beschuldigingen van ‘ketterij’ – en een unieke vrouwenspiritualiteit (blijven) vorm geven: wauw, verdomd straffe prestatie!
  • mijn interesses veranderden of kregen een ander perspectief: geschiedenis boeide me, mijn liefde voor antropologie bloeide weer op, ik nam lessen oriëntaalse dans, ging naar een vrouwencircel, zocht de moederlijke stilte meer op en de tijd die ik in bibliotheken en al lezende doorbracht, verdrievoudigde zich.

Puur op intuïtie, met de hulp van een vriend aan mijn zijde en een hart  – dat steeds weer ‘Ga!‘ zei – volgende, vertrok ik op queeste… om zoveel tijd later in de spiegel te kijken en te beseffen dat ik altijd al ‘ketters’ ben geweest: dwars door alle conventies heen volgde ik mijn eigen weg (in studiekeuze en levensstijl), steeds met een gevoelig hart, een scherpe tong, (een) ijzeren wil(skracht), veel vragen en nog meer plantrekkerij. Ik keek nogmaals in de spiegel en zag mijn eerste zilveren haren en wijsheidslijnen verschijnen: eindelijk! Bij een derde en laatste blik wist ik ineens: ‘Ik ben ‘thuis.’

© Debby Van Linden

Herstorisch Tienen: van voorspoed tot ruïne

De stichting van het Tiense begijnhof dateert van midden 13e eeuw. Zoals bij vele begijnhoven het geval is, leeft er sterke consensus dat er toen al begijnen woonden – al dan niet in los verband. Deze vrouwen hadden reeds de nabijheid van de Sint-Agathakapel, doch lieten kort na de stichting een eigen kerk construeren.

De geschiedenisboeken geven blijk van een kenniskloof van twee eeuwen vanaf de stichtingsdatum van het hof. Wel merken we een groot aantal begijnen op in de 15e eeuw: 250 vrouwen bewoonden het gebied buiten de stadsmuren. Dit aantal zal met het toenemen van de tijd slinken onder invloed van godsdienstoorlogen en het uitbreken van de pest. In de 17e eeuw zijn er nog 50 begijnen, doch net dan is er sprake van heropbloei: de lemen woningen worden vervangen door stenen huizen.

tienenkurt

De inval van de Fransen in de 18e eeuw bracht grote omwentelingen met zich mee: zowel de begijnhofpoort als de pastorie werden vernietigd en het hof kwam in handen van het Bestuur der Burgerlijke Godshuizen. Midden 19e eeuw restten er slechts enkele begijnen meer. Met het overlijden van de laatste voormalig bewoonster in 1843 ging het begijnhof volledig in de stad op. Een dertigtal jaren later woedde een stevige brand in de begijnhofkerk – onder invloed van herstellingen! – waardoor het dak en de gewelven verdwenen. Pas in 1997 zullen werken uitgevoerd worden om de overgebleven ruïne zo goed mogelijk te verstevigen en, samen met de vroegere begijnhoftuin, als monument te laten voortbestaan.

© Debby Van Linden

Bron: Heirman, M. (2001). Langs Vlaamse begijnhoven. Uitgeverij Davidsonds, Leuven.

De laatste queestehalte: Tienen

De avond voor het laatste ‘begijnenweekend’ merkte ik een onrust in me op: Tienen werd de laatste queestehalte- het was dus bijna ‘gedaan’, erna zou ik terugkeren naar de plaats waar het een tijd terug begonnen was: Mechelen. Ik kon me met de beste wil van de wereld niet voorstellen mijn queeste te klasseren met ‘wel, dat was mooi en dan nu iets anders!‘. Daarvoor was deze tocht een te belangrijk keerpunt op alle vlakken in mijn leven (geweest). Ik besloot mijn vraagtekens te laten bestaan en de dag zelf ruimte tot antwoorden te geven…

In Tienen wandelde ik de poort van de restanten van de begijnhofkerk binnen*.

tienenikke

Ondanks de weinige overblijfselen was de structuur van de kerk nog duidelijk zichtbaar. Alhoewel ruïnes mij niet snel kunnen bekoren, voelde ik mij op deze plek thuis.Teienenbinnen2Na een tijd de verschillende hoeken en overblijfselen verkend te hebben, vroeg ik mijn queestevriend mij een paar minuten alleen te laten op deze plek.

P1060473

In de volstrekte stilte van dat moment volgde ik blindelings mijn intuïtie: ik stapte het altaar op en gaf gehoor aan ‘vanbinnen’… het einde van een lange en intense tocht kwam samen met een stil moment in kairostijd: ik had oude ideëen losgelaten, wortels gekregen en herstorisch erfgoed ontdekt. Ik stapte een nieuwe vrouwenfase in, behorende tot een nieuwe groep – vanuit verbinding sloot deze queeste zich om een nieuwe poort te laten opengaan. Ik wist dat ik verder moest gaan…  al had ik geen idee wat ‘verder’ dan inhield, ik zei ‘ja‘, met de overgave die ik had leren kennen als vertrouwen en leiding.

De terugweg voltrok zich in een serene, volle stilte met betekenis: één die woorden te boven ging…

© Debby Van Linden

*De begijnhofkerkruïne is het enige overblijfsel van het begijnhof. Hierover meer in het volgende blogstuk.

Herstorisch Gent – het ‘oude’ hof: van glorieuze vrouwenstad naar ontmantelde wijk

In de 13e eeuw woonden er reeds begijnen te Gent: sommige alleen en anderen in groepsverband, zoals de begijnen op het Sint-Aubertushofje* of de begijnen die in de nabijheid van de Bijloke-abdij leefden. Deze laatsten hadden hun grondgebied door tussenkomst en geldelijke steun van gravin Johanna van Constantinopel bekomen. Diezelfde gravin zal hun in 1236 nogmaals helpen bij het bekomen van ‘Broeck’, een groter gebied dan het vorige, om een begijnhof neer te poten.

Provenierstersstraat - sfeerbeeld.

Provenierstersstraat – sfeerbeeld.

In het begin van de 14e eeuw telt het hof een honderd huizen met een veelvoud aan begijnen. Het Concilie van Vienne in 1311 zal de begijnenbeweging fel terugdringen, gelukkig worden de Gentse begijnen ontzien door de tussenkomst van o.a. graaf van Bethune.

Sfeerbeeld van de Begijnhofdries.

Sfeerbeeld van de Begijnhofdries.

In de 16e eeuw teistert de Beeldenstorm en het calvinistisch bestuur het katholicisme: het interieur van de begijnhofkerk word beschadigd en soldaten namen een deel van de huizen in ter verblijfplaats. De 17e eeuw, net als op vele hoven, kondigt een grote bloeiperiode aan: het vrouwenaantal verdubbelde tot 800 en de huizen werden verbouwd. Het begijnhof straalde in grootsheid en grandeur door de vele conventshuizen en de enorme begijnhofpoort.

Conventshuis 'Heilige Kristina'.

Conventshuis ‘Heilige Kristina’.

Een eeuw later zullen de Fransen ervoor zorgen dat het hof in handen komt van de Commissie der Burgerlijke Godshuizen en als dusdanig tot stadseigendom gemaakt wordt. In de daaropvolgende regeerperiode van Willem I beschermde het stadsbestuur de begijnen nog door de verkregen regels, met als doel ‘het doen uitdoven van het begijnenwezen’, niet in de praktijk te brengen. De Belgische onafhankelijkheid veranderde hun houding: hun ideëen tot stadsontwikkeling leidde tot het dempen van de aanliggende gracht en de verkoop van omliggend grondgebied. De begijnen zagen hun hof dag per dag verdwijnen… ‘redder in nood’ was hertog van Arenberg: hij liet in het aanliggende dorp Sint-Amandsberg een nieuw begijnhof bouwen. De laatste begijnen vertrokken richting nieuwe woonplaats in 1874.

P1030767

Begijnhofpoort aan de Bijloke-abdij, gelegen aan de ringkant.

Raar maar waar, sindsdien liet het stadsbestuur het hof bijna ongemoeid: enkel de begijnhofpoort werd afgebroken en weer opgebouwd aan de Bijloke-abdij – en zo kreeg de begijnen, weliswaar onbedoeld, toch nog iets terug op hun ontstaansplaats…

Ingangspoort van de begijnhofkerk met Sint-Elisabeth in de nis.

Ingangspoort van de begijnhofkerk met Sint-Elisabeth in de nis.

De vele conventshuizen, de begijnhofkerk en vooral het Provenierstersstraatje zijn aan te raden bezienswaardigheden op dit Gentse hof.

© Debby Van Linden

*Heden het hotel ‘Poortackere’ gelegen aan de Oude Houtlei.

Herstorisch Antwerpen: stadsoase met een woelige geschiedenis

Midden dertiende eeuw vestigen de Antwerpse begijnen zich op een stuk grond buiten de stadsmuren, nu de Begijnenvest aan het Kiel genoemd. Op hun ‘Curtis Sion’, zoals ze hun hof noemden, hadden ze een eigen kerk, infirmerie en tevens eigen bestuur, met steun van de bisschop en hertog Jan I. Drie eeuwen later zal het begijnhof afgebrand worden: de Gelderse troepen bedreigen de stad waardoor de ‘verschroeide aarde’-techniek wordt ingezet om de vijand geen onderkomen buiten de stadsmuren te gunnen.

Het huidige hof aan de Rodesraat.

Het huidige hof aan de Rodesraat.

De begijnen besluiten zich vervolgens binnen de stad te vestigen, op de huidige locatie aan de Rodestraat. De aankoop van de grond vind plaats in 1545 om een jaar later de eerste woningen en kerk in te wijden. De 16e eeuw wordt, op een korte periode van Calvinistische bestuur na, gekenmerkt door grote bloei: meer dan 200 begijnen wonen en werken op het hof dat de gehele streek van de Rodestraat omvat. De inval van de Fransen zorgde echter voor een kentering: de vrouwen moeten het hof verlaten en het ‘achterhof’ (het gedeelte dat begint achter de kerk en eindigt aan de Paardenmarkt) wordt verkocht. Na de Franse Revolutie slagen de begijnen erin het hof terug in bezit te krijgen en breekt wederom een bloeiperiode aan: de huizen werden vernieuwd en een nieuwe begijnhofpoort rees uit de grond.

P1070037

Huidige begijnhofpoort met in de nis Begga.

In de 19e eeuw knabbelde men nog een stuk van het hof, gewijd aan Catharina, af: de infirmerie en een aantal huizen werden verkocht. De begijnen konden gelukkig de rest in hun bezit krijgen. Tevens lieten ze hun kerk vervangen door een nieuwe (1827-1830). De twintigste eeuw toont duidelijk het dalend aantal begijnen: juffrouw Virginie Laeremans, de laatste Antwerpse begijn, overleed in 1986. Restauraties van het hof vinden plaats in 1901, 1970 en vandaag de dag.

P1060888

Ingangspoort van de begijnhofkerk.

Blikvangers op het begijnhof* zijn, zonder twijfel, de groteske begijnhofpoort, de tuin en de eenvoudige, doch prachtige begijnhofkerk, waar Begga – sterk vereerd op dit hof – een centrale plaats inneemt.

Bronnen:

‘Het begijnhof van Antwerpen’ door M. Palinckx (2011) – uitgewerkte brochure.

Olyslager, W.A. (1990).750 jaar begijnen te Antwerpen. Uitgeverij Pelckmans, Kapellen.

*Het Antwerpse begijnhof was tot voor kort een grote onbekende voor mij. Heden behoort deze parel tot één van mijn meest geliefde en bezielde hoven.

De stille ontkiemingsplaats in Antwerpen…

Bij de eerste passen doorheen de poort in de Rodestraat voelde ik het meteen: ‘thuis‘.

P1060913

Door de poort gaande en na een blik op het mij ondertussen vertrouwde bordje ‘manspersonen na zes uur’ – het had mij een tijd geleden nieuwsgierig genoeg gemaakt om naar deze plek te komen-opende het hof zich.

P1060910

P1060898

apenAnjabkerk

Begijnhofkerk-altaar. Foto door Anja Vandervelpen, met toestemming overgenomen.

Als vanzelf begon ik aan een wandeling langs de huizen en ging de kerk** binnen. Ik nam een paar minuten de tijd om in de stilte de beelden die het vrouwelijk goddellijke representeerden in me op te nemen. Begga schitterde vooraan, boven het altaar, en achteraan in het glasraam.

Foto door Anja Vandervelpen - met toestemming overgenomen.

Foto door Anja Vandervelpen* – met toestemming overgenomen.

WP_001891

Zonder nog rekening te houden met de tijd, genoot ik van de begijnhoftuin, het kleine steegje naast het groothuis en de vrouwen die me in beeltenis omringden: Catharina en Barbara.

Heilige Barbara.

Heilige Barbara.

P1070034

Catharina, patrones van de filosofie.

Catharina, patrones van de filosofie.

Ik besefte dat dit hof zich in mijn geheugen had gegrift en er niet meer uit zou vertrekken: vanuit deze ontkiemingsplaats vond ik een (Vlaams) aanknopingspunt naar zowel Herstory als de representatie van het vrouwelijk goddelijke en de begijnen met hun herstorische geschiedenis: het begin van een levensomwenteling met een ‘no return – ticket’.

Foto door Anja Vandervelpen.

Foto door Anja Vandervelpen.

Ik zal hier nog vaak terugkomen.‘ waren de woorden die onmiddellijk tot me kwamen. En terwijl ik naar de poort liep, overviel me een grote gevoel van dankbaarheid… voor de momenten van (hard) zoeken en wroeten, voor ‘vinden’, voor de vrouwenwijsheid die hier aanwezig was, voor de queeste zelf – op datzelfde moment zei ik met overgave ‘ja‘ tegen de laatste twee hoven die deze tocht rijk was…

© Debby Van Linden

*Hierbij wens ik Anja Vandervelpen oprecht te bedanken voor het voor het gebruik van haar prachtige foto’s die de bezielende sfeer van het Antwerpse hof schitterend tot uiting brengen.

**Tevens een woord van dank aan mevrouw Marleen Palinckx en meneer Jos Lecocq voor hun fijne ontvangst en hun zorg voor en rondleiding in de begijnhofkerk.