Open Monumentendag, ook op de hoven…

Komende zondag 13 september gooien tal van gebouwen hun deuren open voor bezoekers: op Open Monumentendag kun je door middel van een bezoek, gidswandeling, dansvoorstelling,… kennis maken met een stuk erfgoed dat niet (zo vaak) voor publiek toegankelijk is. Ook onze begijnhoven hebben prachtige schatten om te bezichtigen…

In Oost-Vlaanderen kan je het hof van Sint-Amandsberg de Sint-Antoniuskapel bezichtigen. Spring daarna op de fiets om een beetje verder op ‘Ter Hoye‘ de begijnhofkerk, de Godelievekapel en het groothuis van naderbij te leren kennen. Liever een museum? Geniet van het groene Dendermondse hof met een kijkje in het begijnhofmuseum.

O.L.V. Ter Hoye te Gent, bij binnekomst door de poort.

O.L.V. Ter Hoye te Gent, bij binnenkomst door de poort en met zicht op de begijnhofkerk.

In Antwerpen staat de deur van de Sint-Catherinakerk in de Herentalse vrouwenstad open en in Mechelen zowel de begijnhofkerk van het grote als het kleine hof, resp. de Katelijne- en Catharinakerk. Mits stevige stappers aan je voeten kan je de stellingen rondom de kerk van het groot begijnhof op.

Sfeerbeeld van het Mechelse, grote begijnhof.

Sfeerbeeld van het Mechelse, grote begijnhof.

Limburg biedt dan weer, in het hof van Sint-Truiden, een gidswandeling aan waarbij je o.a. het Godshuis van de heilige drievuldigheid en een conventshuis kan aanschouwen.

En, vanzelfsprekend, zijn alle andere vrouwensteden ook ‘open’…

© Debby Van Linden

Advertisements

Herstorisch Anderlecht: wie het kleine niet eert,…

P1060092

Het kleine Anderlechtse begijnhof dateert van midden 13e eeuw en straalt vooral soberheid uit, dit in tegenstelling tot het zusterhof in Brussel-stad. Dit pittoreske hof gaf verblijfplaats aan slechts acht begijnen die een gemeenschappelijk huis betrokken, ook wel een convent genoemd. Voor hun religieuze momenten hadden ze hun eigen bidkapel, doch de misvieringen werden in de nabijgelegen Sint Pieter en Guidokerk gehouden.

P1060089

P1060087

Met de Franse inval in de 18e eeuw ging het begijnhofje over in handen van het Bestuur der Burgerlijke Godshuizen, wat nu het O.C.M.W. noemt. De begijnen konden op hun hof blijven wonen mits betaling van huurgeld. In de 19e eeuw verminderde het begijnenaantal staags tot er geen Anderlechtse begijn meer over was. Het hof kreeg een functie als bejaardentehuis voor vrouwen. Een eeuw later kocht de stad het hof aan, voerde renovatiewerken uit en liet een gedeelte ervan als volksmuseum fungeren (waarbij ook het begijnenleven aan bod komt).

P1060103

Alhoewel de grote barokpoort en de tuin er niet meer is, verschaft de kleinere poort en het binnenplein een groot gevoel van intimiteit en tegelijkertijd stil aandenken aan deze voormalige vrouwengemeenschap.

© Debby Van Linden

Herstorisch Aalst: ontzielde glorie

Op de gronden van het Boudenaershof verenigden de begijnen zich rond 1260 om vier jaar later adellijke bekrachtiging door gravin Margaretha van Constantinopel te ontvangen. Op het hof werd vervolgens duchtig gebouwd: een infirmerie en kerk kwamen tot stand.

In de 16e eeuw werd bijna het hele begijnhof vernield door de Geuzen. Het stadsbestuur zorgde voor financiële middelen tot wederopbouw. Ook voor de Aalsterse begijnen betekende de 17e eeuw een grote bloeiperiode: het hof breidde uit en het begijnenaantal steeg. In de daaropvolgende eeuw zullen de Fransen de kerk innemen en als feestzaal gebruiken, zeer tegen de zin van de begijnen. Begin 19e eeuw herstelde de rust zich: de begijnen kregen hun kerk terug en het begijnenaantal steeg tot een tachtigtal. Deze periode was echter niet van lange duur: het hof werd in 1870 aangekocht door baron della Faille. Deze gaf de begijnen woonrecht tegen een hoge vergoeding.

De 20e eeuw betekende ontzieling en verval op alle vlakken: het hof werd aangekocht door de Maatschappij voor Goedkope Woningen die tussen 1952 en 1959 bijna alle huizen liet afbreken en vervangen door nieuwbouw. De vlakbijgelegen torens van de industriezone veroorzaken sterke geur-en lawaaihinder en ontzielen het uitzicht op het hof.

poortAA

foto uit de collectie van de familie Renneboog

De neogotische begijnhofpoort bestaat niet meer, nu rest slechts een doorgang tussen twee flatgebouwen. Aan de overhant van de voormalige poort treffen we de pastorie, tijdens ons bezoek te koop aangeboden. Links valt het groothuis op, een Mariabeeldje pronkt in de nis boven de toegangsdeur. Dit gebouw, samen met de huizen met nummers 41 en 42, zijn de enige overblijvende begijnhofhuizen.

P1050483

P1050479

P1050473

Centraal ligt de kapel, gewijd aan Sint-Antonius. Dit bedehuisje werd gebouwd op het graf van begijn Johanna Dedemaecker. Deze vrouw koos voor een leven van strenge ascese en matigheid. Door haar rotsvast geloof zou ze ziekte en pijn door middel van handopleging hebben kunnen genezen. Al deze eigenschappen leidden tot een groot ontzag bij haar zuster-begijnen wat zich uitte in de bouw van een eerbiedige plaats ter nagedachtenis.

P1050445

P1050454

De kerk, gewijd aan Sint-Catharina, begon men te bouwen in 1786 en werd niet lang voor de Franse inval voltooid. Het hoofdaltaar is afkomstig uit een ander bedehuis. Op het moment van ons bezoek werden hier restauaratiewerken uitgevoerd.

Aalst: schrijnend dieptepunt

Na de Leuvense ontdekkingen, wandelden we richting begijnhof, een klein eindje van de stadskern van Aalst vandaan. Wat stond ons te wachten?

Het hof naderende, kwam een sterke, industriële geur van de fabriekstorens vlak achter het hof ons tegemoet. De doorgang binnengaande, bleef ik abdrupt staan: ‘Was dit een begijnhof?’ Het huilen stond me nader dan het lachen. Het groothuis, een kapelletje, de kerk en twee ‘gewone’ huizen waren nog over van dit immense terrein. De woningen waren vervangen door nieuwbouw, de fabrieksschouwen verpestten het uitzicht. De identiteit, de beslotenheid, de sereniteit,  allemaal uitgewist… verdwenen…

AAkapel

beggaAA

De kapel boodt even ademruimte. Begga preikte in het glasraam boven me. Terwijl ik rondkeek, merkte ik hoeveel zorg deze ruimte kreeg: een foldertje aan de deur maake duidelijk dat het onderhoud door een bewoonster van het hof gebeurde. Aangezien deze niet thuis was, stopte ik een briefje met een waarderende boodschap in de brievenbus.

P1050456

kerkAAbinnen

Aan de kerk waren verbouwingswerken aan de gang: binnengaande merke ik dat nog een stukje van het altaar (voorlopig?) intact was; een schilderij met Catharina en Begga hing te pronken.

beggabeeldAa

Buitenkomende ontmoette ik nogmaals Begga, deze keer in beeldvorm, verwaarloosd en aangetast.

AApoortje

Na het achterpoortje van het hof doorgewandeld te hebben, verliet ik teleurgesteld en aangedaan het hof.

Op terugweg passeerden we een winkel met oude boeken. Een aantal ervan lagen buiten op een tafel. Bij het lukraak doorbladeren, vond ik plots een aantal afbeeldingen* van het begijnhof in oorspronkelijke staat. De bijhorende tekst begreep mijn gevoel met de woorden ‘Eén van de belangrijkste geschiedkundige plaatsen van de stad verdween voorgoed. Menig Aalstenaar denk met weemoed terug aan wat misschien wel het mooiste plekje van de stad had kunnen worden.’) Een klein spoor, een klein beetje vreugde om wat had kunnen zijn…

hofvroegerAA P1050490

* De zwart-wit foto’s komen uit de verzameling van Godelieve en Jerome Renneboog.

Oudenaarde: dichter bij Maria…

Op 15 augustus vertrokken we op weg naar Oudenaarde voor het volgende begijnhof: een nieuwe poort, een nieuwe wereld…

oudpoort

Na de informatie aan de poort gelezen te hebben, stapte ik binnen… en ontmoette een plein met mooi gerestaureerde huizen, een bloemenpracht,… en toch… ergens voelde ik ook ontzieling.

P1050133

Op alle begijnhoven probeerde ik tevergeefs een nog werkende pomp te vinden. Aan de hafvol gevulde emmer te zien, zou deze toch werken. Zo blij als een kind (of zeg ik beter ‘als een begijn’?) ervaarde ik de plezante, doch noeste arbeid van het oppompen van water.

P1050135

Terwijl ik het hof doorwandelde, proefde ik de verschillende hoekjes en stukjes, telkens goed onderhouden, telkens met een eigen sfeer. Achteraan aangekomen viel de puzzel op zijn plaats: de oorspronkelijke begijnhofmuur was verlaagd tot net boven de grond waardoor de intimiteit en tevens de stilte van het hof in het niets verdween… ontzieling…

P1050132

Teruggaande naar de kapel ontmoette ik ze plotsklaps weer: Maria! De eerste keer in een mini-nis aan een boom gehangen (‘Waarom aan een boom?’ vroeg ik mij af.), de tweede keer in een geconstrueerde grot en de derde keer in de kapel zelf: woordeloos aanschouwde ik haar, zittend in die prachtige tuin met haar hemelsblauwe mantel, koninklijk, goddelijk…  De stilte in de kapel deed me in de diepte beseffen: ‘Ik kom dichter bij Maria.’

P1050125

P1050144

P1050137

Nog een laatste keer rondgaande ter afscheid, glimlachte ik bij het lezen van dit gedicht…

P1050106

Herstorisch Dendermonde: met ups en downs

De begijnen in Dendermonde verhuisden in 1288 van hun plek nabij de Sint-Gilliskerk naar de plaats van het huidige begijnhof. Als beschermheilige kozen ze Sint-Alexius: opvallend genoeg een man, de meeste andere hoven deden dit niet. De bloeiperiode in de 14e en 15e eeuw werd teniet gedaan door de Beeldensorm in 1578. Later, door de katholieke overwinning, herstelde het hof zich en brak er wederom een bloeiperiode aan: het begijnenaantal steeg en huizen werden bijgebouwd. Onder het latere gezag van Lodewijk XIV en zijn opvolgers kwam het begijnhof onder toezicht van de Commissie der Burgerlijke Godshuizen (het huidige O.C.M.W.): de grootjuffrouw mocht enkel nog de infirmerie besturen en een deel van de huizen aan de zuidzijde werd verkocht.

P1040867

In 1865 besloot het liberale stadsbestuur het gehele hof te verkopen. Dit werd voorkomen door adellijke steun: Frédéric-Charles van der Brugghen-de Naeyer betaalde voor het hof en gaf het aan de begijnen in huur. Erfgenamen beslisten erna het deels te schenken aan de begijnen, deels te verkopen: de huizen aan de westzijde gingen onder de hamer. Op dit gedeelte werd later en muur gebouwd om zo het hof te kunnen afsluiten. Het begijnenaantal daalde gestaag tot het overlijden van de laatste oorspronkelijk bewoonster in 1975.

P1040863

P1040864

De begijnhofpoort bestaat uit een ingang waarachter onmiddellijk een lang weggetje volgt naar een tweede poort: de stadsdrukte vervaagt geleidelijk bij het binnentreden van het hof.

P1040773

Net na de poort, op de linkerkant, treffen we een kapelletje aan ter ere van Sint-Antonius. In de 19e eeuw kende zijn verering een grote heropleving (dit dateert van 1889 en staat op de plaats van het vroegere portiershuisje).

P1040786

De toenmalige infirmerie en het groothuis vormen een geheel en hebben nu een functie als begijnhof-en volksmuseum. Tevens is er de mogelijkheid een begijnhofhuis te bezoeken.

P1040841

Ook in dit begijnhof vinden we een Lourdesgrot terug naar aanleiding van de Mariaverering en ter gedenken aan Bernadette Soubiron.

P1040780

De huidige begijnhofkerk werd ingewijd in 1929. Zoals eerder aangehaald leed de eerste kerk veel schade door de beeldenstorm. Latere bezettingen en veroveringen vernietigden één of meerdere stukken van het gebouw. De kerk is neogotisch van aard en de reliëfs in de gevel stellen de zeven weeën van Maria voor.

Herstorisch Sint-Amandsberg: een grootse redding

Op het einde van de 18e eeuw viel het begijnhof aan het Rabot te Gent door de Franse bezetting in handen van de Commissie der Burgelijke Godshuizen (wat we nu kennen als het O.C.M.W.). Na de onafhankelijkheid van België besliste het liberale stadsbestuur de begijnhuizen om te vormen tot armenwijken. De begijnen gingen hier niet mee akkoord, doch zagen hun begijnhof stuk voor stuk verloren gaan: de gracht werd gedempt, hun huurprijzen gingen de hoogte in,…

Reddende engel was graaf Engelbert van Arenberg die besloot een nieuw begijnhof te laten bouwen in de randgemeente Sint-Amandsberg. Op een tijdsbestek van twee jaar rees een nieuw en groot begijnhof uit de grond (! 80 huizen, 14 conventen, een infirmerie, een kapel,…); de inhuldiging vond plaats op 29 september 1874. Na de dood van de graaf werd het hof bewaard door de oprichting van een v.z.w. In de huidige conventen en woningen huizen nu een aantal sociale instellingen en diensten, alsook gezinnen en alleenstaanden.

De begijnhofpoort met het wapenschild van de hertog en patroonheilige Elizabeth kan je terugvinden in de van Arenbergstraat, terwijl je langs de achterkant het hof verlaat via de Jan Roomstraat. De poort binnengaande kom je een kleine kapel tegen met een beeld van de bewening van Jezus door Maria.

P1030912

De begijnhofkerk, gelegen tussen het Sint-Beggaplein en het Sin-Elisabethplein, is sober en gotisch geconstrueerd. Langs de koorzijde van de kerk vinden we een calvarie terug, hier gingen vroeger de openluchtmissen door.

P1030954

P1030946

Pal tegenover de kerk, op nummer 67, springt een huis eruit door de trapgevel met Brugse traveeën (‘Brugse trapjes’): het groothuis waar de grootjuffrouw verbleef, vergaderingen doorgingen en belangrijke bezoekers werden ontvangen. Het linkergedeelte van het groothuis doet dienst als infirmerie, met achteraan de infirmeriekapel.

P1030959