Hasseltse halve glorie

Stevig ingeduffeld stapten we het Hasselse centrum in richting begijnhof. De begijnhofpoort doorwandelende kwam het hof me tegemoet: een aantal huizen en een ruïne sprongen in het oog.

poortHasselt

Deze laatste bleek een restant van de begijnhofkerk te zijn. De ruïne had iets, langs de andere kant betreurde ik het feit dat ook dit stukje erfgoed wegteerde.

P1050686

Het hof kwam me over als ‘mooi’ en ‘lelijk’, afhankelijk van welke kant ik opkeek: de resterende huizen gaven de glorie weer, de industriële bouw aan de andere kant werkte ontzielend op me in.

P1050723

Door de openstaande deuren van de voorhofjes wandelende, viel me het gedicht en een kleine toelichting, hangende aan de binnenkant, me op. Hier was duidelijk hart-elijkheid aanwezig! Aan één van de opschriften in de ‘Duivelstuin’ meende ik nog iemand met begijneninteresse natuurgewijs te ontmoeten.

P1050700

In deze late herfstperiode trof het me nog bloeiende rozen te zien. Ondertussen had ik een aantal boeken over het goddelijk vrouwelijke gelezen en wist nu dat de roos het symbool* vormde voor ‘de Vrouwe’ én de ziel: onuitroeibaar sterk én vervuld van mystieke schoonheid. Mijn (eerdere) connectie met deze ‘ZielsVrouwe’ kon ik nu plaatsen. Deze roos nam ik alvast als psychisch erf-goed én op foto mee.

P1050717

Buiten aan de begijnhofmuur zag ik haar weer, Maria! Deze keer kon ik haar plaatsen en herkennen als de Grote Moeder. Ik groette haar deze keer anders: als de Grote Moeder die bleef, ‘no matter what’.

P1050729

P1050736

Even later dook ze weer op, alsof ze mij teruggroette. In het zijportaal van de Sint-Rochuskerk keek ik naar haar in het glasraam: met een fiere, rechtopstaande en evenwichtige houding en de uitstraling van een priesteres. Naar deze Maria had ik lang gezocht: een vrouw, staande in haar eigen kracht!

*Mijn later onderzoekswerk naar ‘het vrouwelijke’ qua symboliek leidde tot de bevinding dat er vele symbolen zijn, naargelang plaats, tijd en cultuur licht verschillend, doch die steeds overeenkomen in één opzicht: de vrouw is het (begin van alle) leven.

© Debby Van Linden

Advertisements

Diksmuide: verloren pracht…

Na Brugge keek ik uit naar de rest van West-Vlaanderen. Bij het binnengaan van het begijnhof in Diksmuide bekroop me hetzelfde gevoel als in Aarschot: ontzieling. Een aantal huizen waren in restauratie, de resterende huizen lagen er triestig bij, de kerk was intact, doch stelde weinig voor… een steek in mijn hart… de ‘begijnenspirit’ was weg.

begijnhofperspectiefD

De rozen rondom elke ingang van een begijnenhuis gaven me wat troost. ‘Toch iets dat hier onuitroeibaar is.’ dacht ik.

begijnhofdiksmuiderozen

Uit het hof gaande, passeerde ik de muur tegenover de kerk: ‘Hier klopt iets niet!’ vertelde mijn buikgevoel me heel sterk. Ik wandelde sneller de straat op en liep naar rechts… om na enkele huisnummers terug een poort tegen te komen en het andere stuk van het begijnhof te aanschouwen! Alhoewel de huisjes andere deuren en raamkozijnen hadden, twijelde ik niet: dit was een ander stuk van het begijnhof. Dit deel was mooi onderhouden, had een grasplein en enkele bloeiende heesters en een bidplaats in de vorm van jezus aan het kruis. Verder trof ik een identieke waterput als op het andere stuk aan. ‘Heel gek!’, zei ik tegen mijn reisgenoot, ‘hier is een begijnenspirit aanwezig en ergens toch weer niet.’

begijnhofD2

Nog even bleef ik rondwandelen in dit gedeelte en zette mij vervolgens neer op de rand van de vroegere waterput. Al mijmerend en in stilte liet ik mijn indrukken wat zakken.

begijnhofDiksmuide

Plots viel mijn blik op een aantal voorwerpen die vlak bij me lagen: een grote schelp en een roosje in steen. Op de één of andere manier moest ik terugdenken aan ‘op tocht/queeste zijn’ toen ik de Sint-Jacobsschelp in mijn handen nam, net zoals ik in Lier de Sint-Jacobskerk binnenging. En de roos viel voor mij met het eerdere gevoel van en de gedachte aan ‘onuitroeibaar’ samen.