Terugblik op 2016 – Looking back on 2016

(In English: see below)

Een bezielend, begijns Nieuwjaar toegewenst!

Het voorbije jaar was er één van ‘inzet, lef en organiseren alom’, allemaal gedragen door de passie voor het begijnse erfgoed…

Januari en februari vormde maanden van plannen, afspreken, overleggen en opvolgen. Na inwerking in het archiefwezen in 2015, volgde de voorbereiding voor de crowdfunding in het kader van een boek met de titel ‘Wijze vrouwen’.

cropped-geef-de-begijnen-een-identiteit-01.jpg

Op 7 maart lanceerde de campagne  onder de titel ‘Geef de begijnen een identiteit!’. Een aantal intense weken van hard werken volgden. Het resultaat loonde: het beoogde onderzoeksbudget werd opgehaald. Steun kwam van een aantal begijnhoven, vanuit het persoonlijke netwerk en van mensen die het begijnenerfgoed genegen zijn. Samen maakten zij de start van het ‘Wijze vrouwen’-project mogelijk.

In april werd de campagne opgevolgd met het versturen van dankkaarten aan donateurs die deze optie verkozen en werd het onderzoek gestart. Tevens werden in deze maand en de daaropvolgende een aantal donateursbezoeken afgelegd. Het onderzoekswerk spitste zich vooreerst toe op de begijnhoven en hun markant vrouwen. Alle genomen stappen in het onderzoeks-en schrijfwerk werden en worden weergegeven via de ‘Wijze vrouwen’-website.

In de zomermaanden werd het uitdragen van het begijnenerfgoed verder gezet met een occasionele vertelwandeling.

_dsc0032

Begijnhovenqueeste zette het pr-werk voor het vrouwenerfgoed ook om in berichtgeving voor Erfgoeddag, Open Monumentendag en de winters verlichte begijnhoven, waarbij berichtgevingen via de facebookpagina niet werden vergeten.

Terugkijkend…

Wat begon als een ontdekking werd een interesse, vervolgens een engagement om wekelijks te schrijven onder blogvorm en, voor ik het wist, een passie die ik op verschillende manier uitdraag. Sinds de eerste blik op de dansende vrouwen van kunstenares Mariëtte Teugels te Mechelen en het binnenstappen van het begijnhof van Antwerpen in 2013 zijn bijna vier jaar verstreken. Inmiddels leer ik met rasse schreden bij over kerkgeschiedenis, mystiek, verwezenlijkingen door vrouwen,(politieke) geschiedenis, archivistiek en erfgoed. Naast hartelijke ondersteuning vanuit onverwachte hoeken, ontmoette ik ook zaken die, maatschappelijk gezien, weinig tot niet uitgesproken of opgeschreven worden: auteursrechtschending, het stelen van mijn ideeën, machtsspelletjes, afspraken niet nakomen en onbegrip. Doorheen deze soms intense leertijden, blijft één ding aanwezig: een grote verwondering naar een stuk geschiedenis dat zoveel velden, thema’s en ontdekkingen samenbrengt… en 800 jaar lang, doorheen periodes van groei, bloei, schade en wederbouw, door vrouwen uitgedragen. Verder kan ik rekenen op een aantal mensen die me door dik en dun steunen, een gewaardeerde rijkdom.

Wie het begijnenerfgoed bestudeert stuit op een paradox: hoe meer informatie je verzamelt, hoe meer ze door je handen glippen. Tot op de dag van vandaag is de oorsprong en het ontstaan van de beweging een raadsel waarover veel gespeculeerd wordt. De vrouwen lijken niet te traceren… of schieten onze methoden tekort? En zijn te wel te (be)grijpen?

(in English)

Wishing you a sparkling, beguine New Year!

Looking back on 2016…

The months of January and February were intense: after gaining basic archive knowlegde the year before, I organised and planned everything for the ‘Wise women’-crowdfunding.

cropped-geef-de-begijnen-een-identiteit-01.jpg

On March 7th the campaign, titeled ‘Give the beguines an identity!’ lanced. A few weeks of hard work, dedicated to fundraising, followed. By the end of March the goal was reached: support came from beguinages, from my personal network and from people who are also interested in the past of the beguines.

As April started, a thank you card for funders was made and send. I also visited a few funders. Meanwhile, all project steps were written down monthly on the website.

_dsc0032

During summer I was asked to provide a few guide tours on beguinages, another way of spreading knowledge on the beguines.

Writing on this blog continued by publishing about Heritage Day, Day of Open Monuments and winter time on beguinages. In between news was provided on the facebookpage.

Looking back…

What started as a discovery became an intrest, followed by an engagement to write every week. Almost four years have passed since visiting the statues of the dancing ladies at Mechelen, sculptured by Mariëtte Teugels, and my first steps on the beguinage of Antwerp. Now I learn about church history, mysticism, herstory, archive work and heritage. I met positive reactions and support, but also sexism and manipulation – talking or writing about the last topics are still taboo in our society. During those intense periodes of learning one thing stays: an astonishment for a piece of herstory bringing together so many fields, themes and discoveries over 800 years of existence. I can count on people who supported me throughout the year.

Stuyding the heritage of the beguines means meeting a paradox: the more information I gain, the more the women seems to slip through my hands. Up untill now the origin of the beguine movement is unknown and much speculation is done. ‘The women left too little traces.’ one says… or do we lack in methods? And maybe they are not here to grasp?

© Debby Van Linden

Advertisements

Begijnhovenqueeste gaat verder… – Beguine news keeps going on…

(in English: see below)

Vanaf september zet begijnhovenqueeste het werk voor de begijnen en hun hoven verder, zij het op een laag pitje. Op deze blog zullen voorlopig geen inhoudelijke artikels verschijnen, wel blijft er ruimte voor activiteiten die, het begijnenerfgoed rechtstreeks aangaande, in de kijker zetten. Concreet zal ‘Open Monumentendag’, ‘Erfgoeddag’ en de decemberperiode met een aantal verlichte begijnhoven aan bod komen. Alle verdere aandacht voor het begijnenerfgoed richt zich in hoofdzaak op het onderzoeks- en schrijfwerk voor het boek ‘Wijze vrouwen‘. Begijnennieuws kan verder ook gevolgd worden via de facebookpagina en via Twitter.

medieval-woman-writing-detail

From September beguine news will go on, eventually only writing on topics like the Flemisch ‘Heritage Day’, ‘Day of Open Monuments’ and the period around December – the beguinages who are decorate with candle lights. The main goal for now will be research and writing for the upcoming book ‘Wise women‘. All beguine news can also be followed on facebook and Twitter.

© Debby Van Linden

Zomerstop – Summer break

(English: see below)

Om me ten volle te kunnen ‘smijten’ op de research en het schrijven van ‘Wijze vrouwen’, neem ik van juni tot eind augustus een zomerstop. Vanaf september zullen er terug blogartikels verschijnen. De facebookpagina ‘begijnhovenqueeste/community of beguine news‘ zal tevens op een lager pitje gezet worden. Blogberichten voor het boekproces ‘Wijze vrouwen‘ zullen blijven verschijnen.

12-15-1248-hadewych_1

‘Hadewijch’ door H. Hilterman

Na de zomer ben ik er terug! Tot dan en een fijne, begijnse zomer gewenst!

 

(English)

To be able to spend much time to research and writing for ‘Wise women’, this blog will take a summer break from June till the end of August. The facebookpage ‘Begijnhovenqueeste/community of beguine news‘ will still provide news, but on a less frequent level. Blog posts for ‘Wise women‘, following the book proces, will still be provided.

12-15-1248-hadewych_1

‘Hadewijch’ by H. Hilterman

See you in September! Wishing you a beguine summer!

© Debby Van Linden

De begijn en de theoloog: een andere kijk op ‘Compilatio singularis exemplorum’ – The beguine and the cleric: another view on ‘Compilatio singularis exemplorum’

(English: see below)

De ‘Compilatio singularis exemplorum‘, een opgeschreven dialoog tussen een begijn en een Parijse theoloog in de dertiende eeuw, wordt vaak aangehaald als een voorbeeld van ‘begijnenwijsheid’, een wijsheid die door de aangehaalde theoloog niet begrepen werd en vijandigheid opriep. De dialoog tussen deze vrouw en man wordt vaak bekeken als een concurrerende dialoog. Hier leg ik graag een andere interpretatie voor.

Het betreffende fragment, neergeschreven door een theoloog uit Frankrijk, geeft het antwoord van een begijn weer nadat hij haar ‘koppige’ houding berispt.

‘Jij spreekt, wij handelen

Jij leert, wij begrijpen

Jij onderzoekt, wij kiezen

Jij kauwt, wij slikken

Jij onderhandelt, wij kopen

Jij gloeit, wij staan in brand

Jij veronderstelt, wij weten

Jij vraagt, wij nemen

Jij zoekt, wij vinden

Jij hebt lief, wij smachten

Jij wacht, wij sterven

Jij zaait, wij maaien

Jij werkt, wij rusten

Jij wordt dun, wij worden dik

Jij klinkt, wij zingen

Jij zingt, wij dansen

Jij bloeit, wij dragen vrucht

Jij proeft, wij smaken’

Deze tekst wordt geïnterpreteerd als een dialoog van tegenstellingen waarin twee types van kennis tot uiting komen, gekoppeld aan het geslacht van betreffende personen: de rationele, geleerde woorden van de man en de intuïtieve kennis van de vrouw. Hierop volgt dan de veronderstelling dat de begijn (‘wij’) door middel van haar antwoord pretendeert ‘het beter te weten’ en het huis van de rede hiermee aan te vallen. Hierbij heb ik me de vragen gesteld: was de begijnenspiritualiteit aanvallend bedoeld of werd deze als zo aanzien? Hoe werd een uitgebreid antwoord van een vrouw op een hoger in sociale rang staande man bekeken? En getuigt de dialoog van tegenstellingen?

Voorbij het dualisme

Indien we de begijnenspiritualiteit van nabij bekijken, vinden we één overkoepelend kenmerk steeds terug: éénheid. ‘Werken is bidden en bidden is werken’ toont dit helder aan. Ook in hun contacten met de hen omringende maatschappij waren zij duidelijk: wij zijn niet tegen dit systeem, wij kiezen wel voor een eigen levensinvulling – waarbij letterlijk de poort naar een huwelijk of kloosterintrede open stond.

heart01-200x300

Hun levensstijl en handelen stonden in het teken van de weg van het hart: éénheid van verstand en buikgevoel, van lichaam en geest, kortweg bezieling. Het antwoord van de begijn getuigt mijns inziens van spreken vanuit het hart, waarbij tegenstellingen en dualisme worden opgeheven. Hierbij is geen vergelijking van ‘beter(e kennis)’ versus ‘slechter(e kennis)’ en ‘mannelijke’ versus ‘vrouwelijke’ kennis mogelijk: wijsheid van en vanuit het hart behoeft geen hiërarchie, geslacht of gender, kan er gewoon zijn. Het durven uitspreken van deze woorden lijkt me eerder een mooie poging van de begijn om, op een speelse en verrassende manier, de opmerking van de theoloog te overstijgen. Zij poogt zich niet te gaan verdedigen of verontschuldigen, maar kiest voor ‘de derde weg’: deze van het hart. Deze weg gaande werd door de (kerkelijke) autoriteiten als ‘ketters’ en ‘ongehoorzaam’ bestempeld aangezien men geen vat kreeg op hen. Hierbij stel ik me de vraag: gaf net dit controleverlies bij de heer in kwestie een gevoel van onmacht waarbij hij de begijn bestempelde als ‘pretentieus’ en ‘arrogant’?

En de wijze vrouw/begijn? Die ging haar eigen weg

© Debby Van Linden

Bronnen:

Simons, W. Cities of ladies. University of Pennsylvania Press, Philadelphia, 2001.

Compilatio singularis exemplorum‘-tekst in Sint-Annazaal/belevingscentrum begijnhof Kortrijk.

The written dialog called ‘Compilatio singularis exemplorum’, is a unique piece of work: this 13th century manuscript gives us an insight in the wisdom of the beguines of that time. The text was written by a Paris cleric and is often described as an example of ‘beguine wisdom’ – a wisdom that was not understood by the cleric who wrote it down and who felt emnity to the beguine. This text is often viewed as a competitive dialog. I wish to take another look at that…

This dialog is the respons of a beguine after the cleric points to her ‘dismissive’ attitude. The beguine responds by saying:

‘You talk, we act

You learn, we seize

You inspect, we choose

You chew, we swallow

You bargain, we buy

You glow, we take fire

You assume, we know

You ask, we take

You search, we find

You love, we languish

You languish, we die

You sow, we reap

You work, we rest

You grow thin, we grow fat

You ring, we sing

You sing, we dance

You blossom, we bear fruit

You taste, we savor’

Now this fragment is seen as a dialog of opposites of two kinds of knowlegde, also connected with the genders: the rational, educated words of the man and the intuïtive knowledge of the woman. Then follows the suggestion that the beguine (‘we’) pretends to ‘know better’, hereby attacking the house of reason.

I asked myself: was the spirituality of the beguines ment to attack or was it seen like that by the church? How did a man of a high social position react to a statement of a woman? And is this dialog really ment as reproduction of contradictions?

Beyond dualism

If we take a closer look at the beguine spirituality, we find one characteristic coming back: oneness. ‘Working is praying and praying is working’ shows this clearly. Also in their contacts with society they took a stand: they were not against this system, they choose their own life fullfilment – the gate to a marriage or a monastry was always open.

heart01-200x300

Their life and actions were all centered around the road of the heart: oneness of reason and intuïtion, of body and mind, in short ‘spirited living’. The answer of the beguine to me shows this speaking from the heart: contradictions and dualism are lifted. There’s no comparison possible between what kind of knowledge is ‘better’, between ‘male’ and ‘female’ knowledge: wisdom of the heart has no need of hierarchy or gender, it just is. Daring to speak those words, it seems to me, was a beautiful effort coming from the beguine to show this way of the heart to the cleric: she did this in a playfull and surprising way. She soesn’t apologise or defend herself, she chose ‘the third road’: that one of the heart. Now, this was seen by church authorities as ‘heretic’ and ‘disobiedient’ because they couldn’t control the beguines. I was asking myself: was it this loss of control, felt by the cleric, that made him characterize the beguine as ‘arrogant’ and ‘overblown’?

And the wise woman/beguine? She went her own way

© Debby Van Linden

Sources:

Simons, W. Cities of ladies. University of Pennsylvania Press, Philadelphia, 2001.

Compilatio singularis exemplorum‘-text in the Experience Center of the beguinage of Kortrijk.

De gedichten van Hadewijch: sensueel, erotisch of seksueel? – The poetry of Hadewijch: erotic, sensual of sexual?

(In English: scroll down, please.)

Hadewijch: wijze vrouw, schrijfster, mystica,… haar poëzie is onmiskenbaar van het hoogste niveau. Deze poëzie wordt omschreven als ‘hoofse minnemystiek’ en gelabeld met verschillende etiketten: van ‘sensueel’, over ‘erotisch’ tot ‘seksueel’. Deze labels worden vervolgens gebruikt als soortgelijke synoniemen, doch zijn ze dit ook? Deze begrippen en hun betekenis neem ik onder de loep…

hadewijchzwartwit

‘Hadewijch’ aan het werk.

Hadewijchs poëzie centraliseert zich rond de ‘minne’: de goddelijke liefde als bron van verlangen en ultiem te bereiken doel. Dit verlangen leggen we naast de begrippen die aan haar schrijven worden gekoppeld.

Een eerste begrip vormt ‘zinnelijkheid‘: dit definieert zich als ‘door middel van de zintuigen’. Hadewijch geeft duidelijk weer te kijken, te proefen en te ruiken. Bovenal verheft ze dit begrip door haar innerlijke zintuigen te gebruiken, datgene wat ze van binnenuit ziet en gewaarwordt.

De gevoeligheid of kwaliteit van de zintuigen wordt samengevat onder het woord ‘sensualiteit‘. Hadewijchs zintuiglijke ervaringen zijn duidelijk niet van oppervlakkige aard, diepgang is haar op het lijf geschreven.

Het daaropvolgend begrip ‘erotiek‘ als ‘een verlangen dat wordt gekoesterd en groter gemaakt wordt en hierdoor de wereld vormgevende en betekenis verlenende’ is wel hét begrip dat volledig bij haar schrijven past. Naar de minne wordt er door haar verlangd, gesmacht én het bepaald haar hoogste goed en anker op haar levensweg.

Extase‘ is eveneens van toepassing tijdens het jubileren (= juichen, in extase zingen) met haar vriendinnen. Deze toestand van verrukking, van lichamelijk en geestelijk enthousiasme doet zich ook voor als gevolg van die momenten van ontmoeting met de minne. Hadewijch waarschuwt haar vriendinnen wel om deze momenten van extase, met het risico van gevaar voor zichzelf, in evenwicht te brengen.

Zijn haar geschriften seksueel? In de Middeleeuwse context alvast niet: deze tijdsperiode kenmerkt zich door het onderscheid tussen ‘hoofse liefde’ als hét summum en ‘seksualiteit’ als de mindere in rang: deze eerste uit zich door bewonderende en verheffende lofzangen waarbij er niet gestreefd wordt naar ‘bezitten’. Seksualiteit in de strikte zin van het woord definieert zich als ‘het opbouwen van lichamelijke spanningen en het opheffen ervan (ontspanning); stimulans en respons worden afgewisseld.’ Deze woorden hanterend, zijn haar geschriften niet seksueel. Hadewijch verlangt naar de minne, smacht ernaar, doch ervaart geen seksualiteit hierin.

Op één hoop gegooid

Hoe komt het dan toch dat deze termen als gelijksoortig worden gebruikt? Ons denken over liefde is gebaseerd op een ander ideaal dan dat van de Middeleeuwen. Toen was een huwelijk een zakelijke transactie die tot doel had grondbezit en rijkdom te behouden en eventueel uit te breiden. Verkrachting van de vrouw binnen het huwelijk* als middel en talloze geboorten, met de hoop dat op zijn minst een zoon als erfgenaam zou overleven, was het doel van deze overeenkomt. De vrouw werd als bezit aanzien. Onze tijdsperiode kenmerkt zich door het ‘romantisch ideaal’: we worden verliefd op iemand, de man maakt de vrouw ‘het hof’ en ‘uit liefde’ trouwen we en stichten we een gezin. Het is net in die verbinding tussen ‘hofmakerij’ en ‘huwelijk’ dat we de voorgaand besproken termen tegenkomen: waar er bij de hofmakerij ‘verlangen’, ‘sensualiteit’ en vooral ‘erotiek’ aanwezig is, worden deze elementen gekoppeld aan ‘seksualiteit’ als ‘ultieme daad van liefde’. De begrippen worden hiermee op één hoop gegooid en ‘liefde’ wordt gereduceerd tot het zich toeleggen op die ene, speciale partner. Het denken in deze begrippen als gelijksoortig vertoont zich ook in het kijken naar Hadewijchs oeuvre: ‘sensualiteit’ wordt gelijkgesteld met ‘erotisch’, terwijl haar woorden én sensueel én erotisch zijn, doch niet seksueel.

Terug naar een breder perspectief van ‘liefde’ 

verlangen

‘Liefde’ heeft echter een wijde dimensie en vele gezichten: een passionele liefde voor een hobby, een extase belevende bij het beluisteren van bepaalde muziek of een diepe liefde koesteren voor een vriendin of vriend, een sensualiteit belevende bij het ruiken en proeven van je favoriete maaltijd, erotisch thuiskomen in de stilte van je eigen, innerlijke tempel,… In al deze vormen van ‘liefde’ zit ‘wachten’ en ‘verlangen’ vervat.

Hadewijch had het begrepen: het verlangen, ook al duurt het wachten soms pijnlijk lang, is in haar volle betekenis de mooiste periode…

© Debby Van Linden

*eufemistisch ‘echtelijke plicht’ genoemd in de literatuur

Bronnen:

Fraeters, V. en Willaert, F. Liederen. Historische Uitgeverij, 2009, Groningen.

Milhaven, J.G. Hadewijch and her sisters: other ways of loving and knowing. State University of New York Press, 1993.

Fasteau, M.F. De mannenmolen. A.W. Bruna & Zoon Utrecht/Antwerpen, 1972.

Hadewijch: wise woman, writer, mystic,… her poetry reaches, without doubt, the highest levels. This poetry is oftern described as ‘courtly’ and ‘mystical’. Other labels are ‘sensual’, ‘erotic’ and ‘sexual’. Often these categories are used as synonyms  but are they really the same? These labels and their meanings are placed in perspective and compared to her writings.

hadewijchzwartwit

‘Hadewijch’ working on her poems.

The writings of Hadewijch centers around what she calls ‘minne’: this source of her desire and is also her ultimate goal. This desire of ‘minne’ will be placed next to the other labels that are often put on her work.

A first word to define is called ‘sensuality‘. This refers to ‘the quality or sensitivity of the senses’. Hadewijchs experiences are not cursory, immersion is what she breathes. She takes ‘sensualitity’ to the next level by using her inner senses and writes about those experiences.

Erotism‘ as the next noun is defined as ‘a desire that is indulged and made bigger and by this the world defining and giving meaning’. Now, this is the word that fits her writing completely: it is for ‘minne’ she longs, aches and it is her highest goal and anchor on her life road.

Extacy‘ is furthermore applicable too: this state of delight, of bodily and mental enthousiasm follows the encounters with ‘minne’ and is present when Hadewijch and her female friends jubilate together. Now, she also warns her sisters of keeping balance in this jubilating.

Are her writings sexual? Looking through the perspective of the Middle Ages, we say ‘no’: in this periode there was a distinction between ‘courtly love’ as the highest love and sexuality as the lowest one. Courtly love was featured by admiring paeans whithout any aspirations to possess a woman. Sexuality defines itself strictly as ‘building up bodily tensions and to release that tensions, stimulus and respons are varied’. Taking this explanations, we can conclude that Hadewijchs writings are not sexual.

Everything on one pile…

So, how come all these terms are used as as almost synonyms? Our cultural thinking is based on other ideals compared to the Middle Ages. Back then marriage was a business transaction with a strict purpose: keeping wealth and property and eventually gaining more of that. As a son would inherit all of this, raping* the wife and many births – hoping at least one boy would survive – was a cruel practice on a woman, viewed as personal property of her husband.

Our cultural thinking today is based on ‘the romantic ideal’: we fall in love with someone, it’s the man who ‘wins’ the woman by courtly conduct, we marry and start a family. In the connection between ‘courtship’ and ‘marriage’ we meet the above discussed words:  in courtship there’s ‘longing for’, ‘sensuality’ and ‘eroticism’ present and these elements are connected to ‘sexuality’ and ‘children’ as ‘the ultimate prove of love’. All the terms are put together and ‘love’ is reduced onto this one, special partner.

 Back to a broader perspective on ‘love’ 

verlangen

‘Love’ has a wide dimension and many faces: a passionate love for a hobby, feeling extactic listening to specific music or sensing a deep love for a friend, the sensual taste of smelling and tasting your favorite meal, coming home into yourself as an erotic moment,… In all those forms of ‘love’ we can see ‘longing’ and ‘waiting’ as components.

Hadewijch got it: longing for something, knowing waiting can be painfully long, is in full sense the most beautiful period…

© Debby Van Linden

 *euphemistic called ‘marital duty’ in literature

Hun eigen spiritualiteit neergeschreven…

In de Middeleeuwse tijdsperiode nam een beweging, door de bevolking ‘begijnen’ (voor de vrouwen) dan wel ‘begaarden’ (voor de mannen) genoemd, het voortouw door de apostolische waarden als leidraad te nemen. Door hun levenswijze en schrijven zetten de vrouwen bij het door mannen gestelde denken over het goddellijke vraagtekens. Ze kregen geen toegang tot de universiteit en besloten daarom elkaar te onderwijzen. Deze vrouwen waren pioniers: in een klimaat waarin Latijn de taal van de kerk was -en als zodanig enkel door en voor de hogere klasse toegankelijk- werden hun spirituele woorden in de volkstaal de nieuwe literaire taal!

hadewijchzwartwit

Zij kwamen regelmatig samen om hun interpretaties en religieuze bedenkingen te bespreken en neer te pennen – op zich al revolutionair in die tijd! Deze praktijk werd als een bedreiging voor het kerkelijk monopolie gezien en al gauw werd hun schrijven als ‘ketters’ bestempeld. Van o.a. deze drie wijze vrouwen – Porète, van Maagdenburg en Hadewijch – zijn geschriften bewaard gebleven, ondanks een klimaat vol bedreiging. Hun schrijven getuigt van uitzonderlijke kwaliteit, in de geschiedenisboeken krijgen ze amper of geen plaats…

Margerite Porète

Schreef in het Picardisch (een Oudfranse taal) over de zeven stappen van zielsontwikkeling onder de vorm van een dialoog tussen o.a. ‘de Rede’ en ‘de Ziel’ en verspreidde haar werk in het openbaar. De bisschop de Marigny zal haar veroordelen en in juni 1310 op de brandstapel zetten wegens ‘ketterij’.

margeriteboekzwart

The mirror of simple souls‘* is o.a. verkrijgbaar in het Engels en het Frans.

Hadewijch van Brabant

Schreef een oeuvre in het Diests bij elkaar om ‘u’ tegen te zeggen: ‘Brieven‘*, ‘Strofische gedichten‘, ‘Mengeldichten‘ en ‘Visioenen’. Centraal in haar werk staat de ‘minne’ om haar godservaring uit te drukken.

hadewijchbrieven

Hadewijch is, indien er rondom mystiek of literatuur gesproken wordt, de meest gekende van deze drie dames.

hadewijchcomplete

Mechtild van Maagdenburg

Deze Duitse wijze vrouw schreef ‘The flowing light of Divinity‘* (ook wel getiteld ‘The flowing light of the Godhead‘) in een variant van het Nederduits: een zevendelig werk waarin ze de goddellijke éénwording op basis van het Hooglied beschrijft. Vermoedelijk leidde ze, net als Hadewijch, een groep van gelijkgestemden.

mechtildboek

Van Maagdenburg besluit na een tijd haar toevlucht te zoeken in het klooster van Helfta in. Men is niet zeker of dit uit volledig vrije wil was, mogelijk vormde het een strategische en veilige zet om aan bedreiging en veroordeling te ontkomen.

© Debby Van Linden

*De werken van deze wijze vrouwen zijn, in het geval van Hadewijch in het Nederlands, via de betere boekhandel te verkrijgen/bestellen. De andere werken alsook Hadewijchs oeuvre kunt u via het web verkrijgen. Hadewijch is gekend: uw bibliotheek zal grote kans een aantal boeken van en/of over haar in bezit hebben. Het boekenbronmateriaal behoort tot de standaardwerken en is makkelijk terug te vinden.

Bronnen:

De Cant, G. e.a. (2003). Een onafhankelijke vrouwenwereld. Van de 12e eeuw tot heden. Uitgeverij H. Caloen Foundation, St.-Marens-Latem.

Mommaerts, P. (2003). Hadewijch. Schrijfster, begijn, mystica. Uitgeverij Peeters, Leuven.

Van Linden, D. (2015). Een zoektocht naar vrouwenkracht. Het begijnenerfgoed als leidraad. Lentenummer Begijnhofkrant (nr. 47 – 2015; pag. 12-13).

Een nieuw hoofdstuk…

De tocht langs alle begijnhoven is ten einde, de passie voor de vrouwensteden en de begijnen blijft: begijnhovenqueeste blijft schrijven!

archief

Daar waar de queeste een ommekeer betekende en een eerste kennismaking vormde met dit vrouwenerfgoed, wil ik mij meer gaan verdiepen in deze geschiedenis – wat hebben de begijnen geschreven en wat herbergt zich in de archieven? Tussendoor kan ik het niet laten de hoven zelf te bezoeken: de winterse verlichting, restauraties en andere gebeurenissen wil ik blijven volgen. Alvorens hieraan te beginnen, gaat begijnhovenqueeste genieten van een deugddoende vakantie: tot in augustus!

© Debby Van Linden