Zomerstop – Summer break

(English: see below)

Om me ten volle te kunnen ‘smijten’ op de research en het schrijven van ‘Wijze vrouwen’, neem ik van juni tot eind augustus een zomerstop. Vanaf september zullen er terug blogartikels verschijnen. De facebookpagina ‘begijnhovenqueeste/community of beguine news‘ zal tevens op een lager pitje gezet worden. Blogberichten voor het boekproces ‘Wijze vrouwen‘ zullen blijven verschijnen.

12-15-1248-hadewych_1

‘Hadewijch’ door H. Hilterman

Na de zomer ben ik er terug! Tot dan en een fijne, begijnse zomer gewenst!

 

(English)

To be able to spend much time to research and writing for ‘Wise women’, this blog will take a summer break from June till the end of August. The facebookpage ‘Begijnhovenqueeste/community of beguine news‘ will still provide news, but on a less frequent level. Blog posts for ‘Wise women‘, following the book proces, will still be provided.

12-15-1248-hadewych_1

‘Hadewijch’ by H. Hilterman

See you in September! Wishing you a beguine summer!

© Debby Van Linden

Advertisements

De gedichten van Hadewijch: sensueel, erotisch of seksueel? – The poetry of Hadewijch: erotic, sensual of sexual?

(In English: scroll down, please.)

Hadewijch: wijze vrouw, schrijfster, mystica,… haar poëzie is onmiskenbaar van het hoogste niveau. Deze poëzie wordt omschreven als ‘hoofse minnemystiek’ en gelabeld met verschillende etiketten: van ‘sensueel’, over ‘erotisch’ tot ‘seksueel’. Deze labels worden vervolgens gebruikt als soortgelijke synoniemen, doch zijn ze dit ook? Deze begrippen en hun betekenis neem ik onder de loep…

hadewijchzwartwit

‘Hadewijch’ aan het werk.

Hadewijchs poëzie centraliseert zich rond de ‘minne’: de goddelijke liefde als bron van verlangen en ultiem te bereiken doel. Dit verlangen leggen we naast de begrippen die aan haar schrijven worden gekoppeld.

Een eerste begrip vormt ‘zinnelijkheid‘: dit definieert zich als ‘door middel van de zintuigen’. Hadewijch geeft duidelijk weer te kijken, te proefen en te ruiken. Bovenal verheft ze dit begrip door haar innerlijke zintuigen te gebruiken, datgene wat ze van binnenuit ziet en gewaarwordt.

De gevoeligheid of kwaliteit van de zintuigen wordt samengevat onder het woord ‘sensualiteit‘. Hadewijchs zintuiglijke ervaringen zijn duidelijk niet van oppervlakkige aard, diepgang is haar op het lijf geschreven.

Het daaropvolgend begrip ‘erotiek‘ als ‘een verlangen dat wordt gekoesterd en groter gemaakt wordt en hierdoor de wereld vormgevende en betekenis verlenende’ is wel hét begrip dat volledig bij haar schrijven past. Naar de minne wordt er door haar verlangd, gesmacht én het bepaald haar hoogste goed en anker op haar levensweg.

Extase‘ is eveneens van toepassing tijdens het jubileren (= juichen, in extase zingen) met haar vriendinnen. Deze toestand van verrukking, van lichamelijk en geestelijk enthousiasme doet zich ook voor als gevolg van die momenten van ontmoeting met de minne. Hadewijch waarschuwt haar vriendinnen wel om deze momenten van extase, met het risico van gevaar voor zichzelf, in evenwicht te brengen.

Zijn haar geschriften seksueel? In de Middeleeuwse context alvast niet: deze tijdsperiode kenmerkt zich door het onderscheid tussen ‘hoofse liefde’ als hét summum en ‘seksualiteit’ als de mindere in rang: deze eerste uit zich door bewonderende en verheffende lofzangen waarbij er niet gestreefd wordt naar ‘bezitten’. Seksualiteit in de strikte zin van het woord definieert zich als ‘het opbouwen van lichamelijke spanningen en het opheffen ervan (ontspanning); stimulans en respons worden afgewisseld.’ Deze woorden hanterend, zijn haar geschriften niet seksueel. Hadewijch verlangt naar de minne, smacht ernaar, doch ervaart geen seksualiteit hierin.

Op één hoop gegooid

Hoe komt het dan toch dat deze termen als gelijksoortig worden gebruikt? Ons denken over liefde is gebaseerd op een ander ideaal dan dat van de Middeleeuwen. Toen was een huwelijk een zakelijke transactie die tot doel had grondbezit en rijkdom te behouden en eventueel uit te breiden. Verkrachting van de vrouw binnen het huwelijk* als middel en talloze geboorten, met de hoop dat op zijn minst een zoon als erfgenaam zou overleven, was het doel van deze overeenkomt. De vrouw werd als bezit aanzien. Onze tijdsperiode kenmerkt zich door het ‘romantisch ideaal’: we worden verliefd op iemand, de man maakt de vrouw ‘het hof’ en ‘uit liefde’ trouwen we en stichten we een gezin. Het is net in die verbinding tussen ‘hofmakerij’ en ‘huwelijk’ dat we de voorgaand besproken termen tegenkomen: waar er bij de hofmakerij ‘verlangen’, ‘sensualiteit’ en vooral ‘erotiek’ aanwezig is, worden deze elementen gekoppeld aan ‘seksualiteit’ als ‘ultieme daad van liefde’. De begrippen worden hiermee op één hoop gegooid en ‘liefde’ wordt gereduceerd tot het zich toeleggen op die ene, speciale partner. Het denken in deze begrippen als gelijksoortig vertoont zich ook in het kijken naar Hadewijchs oeuvre: ‘sensualiteit’ wordt gelijkgesteld met ‘erotisch’, terwijl haar woorden én sensueel én erotisch zijn, doch niet seksueel.

Terug naar een breder perspectief van ‘liefde’ 

verlangen

‘Liefde’ heeft echter een wijde dimensie en vele gezichten: een passionele liefde voor een hobby, een extase belevende bij het beluisteren van bepaalde muziek of een diepe liefde koesteren voor een vriendin of vriend, een sensualiteit belevende bij het ruiken en proeven van je favoriete maaltijd, erotisch thuiskomen in de stilte van je eigen, innerlijke tempel,… In al deze vormen van ‘liefde’ zit ‘wachten’ en ‘verlangen’ vervat.

Hadewijch had het begrepen: het verlangen, ook al duurt het wachten soms pijnlijk lang, is in haar volle betekenis de mooiste periode…

© Debby Van Linden

*eufemistisch ‘echtelijke plicht’ genoemd in de literatuur

Bronnen:

Fraeters, V. en Willaert, F. Liederen. Historische Uitgeverij, 2009, Groningen.

Milhaven, J.G. Hadewijch and her sisters: other ways of loving and knowing. State University of New York Press, 1993.

Fasteau, M.F. De mannenmolen. A.W. Bruna & Zoon Utrecht/Antwerpen, 1972.

Hadewijch: wise woman, writer, mystic,… her poetry reaches, without doubt, the highest levels. This poetry is oftern described as ‘courtly’ and ‘mystical’. Other labels are ‘sensual’, ‘erotic’ and ‘sexual’. Often these categories are used as synonyms  but are they really the same? These labels and their meanings are placed in perspective and compared to her writings.

hadewijchzwartwit

‘Hadewijch’ working on her poems.

The writings of Hadewijch centers around what she calls ‘minne’: this source of her desire and is also her ultimate goal. This desire of ‘minne’ will be placed next to the other labels that are often put on her work.

A first word to define is called ‘sensuality‘. This refers to ‘the quality or sensitivity of the senses’. Hadewijchs experiences are not cursory, immersion is what she breathes. She takes ‘sensualitity’ to the next level by using her inner senses and writes about those experiences.

Erotism‘ as the next noun is defined as ‘a desire that is indulged and made bigger and by this the world defining and giving meaning’. Now, this is the word that fits her writing completely: it is for ‘minne’ she longs, aches and it is her highest goal and anchor on her life road.

Extacy‘ is furthermore applicable too: this state of delight, of bodily and mental enthousiasm follows the encounters with ‘minne’ and is present when Hadewijch and her female friends jubilate together. Now, she also warns her sisters of keeping balance in this jubilating.

Are her writings sexual? Looking through the perspective of the Middle Ages, we say ‘no’: in this periode there was a distinction between ‘courtly love’ as the highest love and sexuality as the lowest one. Courtly love was featured by admiring paeans whithout any aspirations to possess a woman. Sexuality defines itself strictly as ‘building up bodily tensions and to release that tensions, stimulus and respons are varied’. Taking this explanations, we can conclude that Hadewijchs writings are not sexual.

Everything on one pile…

So, how come all these terms are used as as almost synonyms? Our cultural thinking is based on other ideals compared to the Middle Ages. Back then marriage was a business transaction with a strict purpose: keeping wealth and property and eventually gaining more of that. As a son would inherit all of this, raping* the wife and many births – hoping at least one boy would survive – was a cruel practice on a woman, viewed as personal property of her husband.

Our cultural thinking today is based on ‘the romantic ideal’: we fall in love with someone, it’s the man who ‘wins’ the woman by courtly conduct, we marry and start a family. In the connection between ‘courtship’ and ‘marriage’ we meet the above discussed words:  in courtship there’s ‘longing for’, ‘sensuality’ and ‘eroticism’ present and these elements are connected to ‘sexuality’ and ‘children’ as ‘the ultimate prove of love’. All the terms are put together and ‘love’ is reduced onto this one, special partner.

 Back to a broader perspective on ‘love’ 

verlangen

‘Love’ has a wide dimension and many faces: a passionate love for a hobby, feeling extactic listening to specific music or sensing a deep love for a friend, the sensual taste of smelling and tasting your favorite meal, coming home into yourself as an erotic moment,… In all those forms of ‘love’ we can see ‘longing’ and ‘waiting’ as components.

Hadewijch got it: longing for something, knowing waiting can be painfully long, is in full sense the most beautiful period…

© Debby Van Linden

 *euphemistic called ‘marital duty’ in literature

Begijnhoofse stilte…

In het kader van ‘De dag van de Stilte’ op 24 oktober, tevens de dag waarop we de klok naar het ‘winteruur’ draaien, wijd ik een blogstuk* aan de krachtbron die stilte voor mij vormt, en dan specifiek op de plaats waar ik het liefst kom: mijn vrouwensteden.

Een bezoek aan een (bij voorkeur Antwerps, Kortrijks of Gents) hof is als een duik in de zee: ik zwem doorheen verschillende lagen en ervaringen die me, stuk voor stuk, bezielen en oneindig blijven boeien.

Toegangspoort van de Antwerpse begijnhofkerk, een parel van stilte.

Toegangspoort van de Antwerpse begijnhofkerk, een parel van stilte.

Rondkuieren op een hof in stilte is vooral ‘persoonlijke solitude‘** voor mij: de chronostijd verdwijnt, de kaïrostijd neemt het over en zorgt zo voor een herstelbeweging tegenover de hectische wereld met een overload aan prikkels. In deze stilte keer ik ‘naar binnen’, naar die plek die ik ‘mijn innerlijke tempel’ noem, mijn ‘room of my own’. De poort van een begijnhof binnengaande, opent deze ‘room of my own’ zich. De intieme structuur van het hof, de ‘stille’ vrouwenbeelden, elke kassei,… her-inneren me aan pure vrouwenkracht: hier hebben zo’n acht eeuwen vrouwen rondgelopen, gewerkt, gebeden en geleefd en… hun ‘stilte-erfenis’ nagelaten.

stiltespreuk

‘Begijnhoftijd’ is vooral ‘zijn‘: niets hoeft plat geanalyseerd en/of verklaard te worden, een proces van tot rust komen en me laven aan de stilte, de vrouwenenergie en de seizoensgebonden veranderingen van het licht en de natuurelementen komt automatisch tot stand.

Begijnhof Kortrijk: Sin-Annazaal en beeld van M. Pattyn.

Begijnhof Kortrijk: Sint-Annazaal, tevens belevingscentrum, en beeld van M. Pattyn, de laatste der begijnen – een plaats met beeldende vrouwenkracht.

Al deze ingrediënten samen vormen voor mij een bron van creativiteit, innerlijke en tevens mystieke voeding en ontwikkeling én een deelname aan wat ik ‘het vrouwelijk goddellijke‘ noem, kortweg ‘Thuis‘. Regelmatig ‘thuiskomen’ in stilte draagt bij tot een (grotere) alertheid voor mijn innerlijk leven waardoor ‘binnen’ en ‘buiten’ in balans worden gehouden.

Begijnhoofse stilte? Mijn bron van rijkdom, graag in overvloed…

© Debby Van Linden

*stilte heeft als kenmerk niet in woorden uitdrukbaar te zijn, elke poging tot taalvorming ervan doet ze eigenlijk deels teniet; toch vormt taal ook een manier om net dit aspect in de kijker te plaatsen. ‘In den beginne was er stilte…’

**het fysieke feit van ‘al-één/alleen’ te zijn

Bronnen:

Maitland, S. (2012). Stilte als antwoord. Scriptum Books, London.

Gieles, L. (2011). Thuis. Een uitnodiging om te leven vanuit je oorsprong. Uitgeverij Samsara bv., Amsterdam.

Le Blanc, N. (2014). Solo. Waarom steeds meer mensen alleen wonen. De Bezige Bij, Antwerpen.

Woolf, V. (1985). Een kamer voor jezelf. De Bezige Bij, Amsterdam.

Bonneure, K. (2012). Stil levenEen stem voor rust en ruimte in drukke tijden. Lannoo, Tielt.

artikel: ‘Stilte is een voedend mysterie’ door Fl. Imandt, 24 april 2004 in de katern ‘Cultuur’ van het magazine ‘BN/De Stem’

Korte tijd na het schrijven van dit stuk, kreeg ik de tip het werk ‘De smaak van de stilte’ van Bieke Vandekerckhove te lezen. Veel dank aan Beatrice Hubene om mij dit bezielde, ‘stille’  boek aan te raden: het werk kwam ‘op het goede moment’.