De gedichten van Hadewijch: sensueel, erotisch of seksueel? – The poetry of Hadewijch: erotic, sensual of sexual?

(In English: scroll down, please.)

Hadewijch: wijze vrouw, schrijfster, mystica,… haar poëzie is onmiskenbaar van het hoogste niveau. Deze poëzie wordt omschreven als ‘hoofse minnemystiek’ en gelabeld met verschillende etiketten: van ‘sensueel’, over ‘erotisch’ tot ‘seksueel’. Deze labels worden vervolgens gebruikt als soortgelijke synoniemen, doch zijn ze dit ook? Deze begrippen en hun betekenis neem ik onder de loep…

hadewijchzwartwit

‘Hadewijch’ aan het werk.

Hadewijchs poëzie centraliseert zich rond de ‘minne’: de goddelijke liefde als bron van verlangen en ultiem te bereiken doel. Dit verlangen leggen we naast de begrippen die aan haar schrijven worden gekoppeld.

Een eerste begrip vormt ‘zinnelijkheid‘: dit definieert zich als ‘door middel van de zintuigen’. Hadewijch geeft duidelijk weer te kijken, te proefen en te ruiken. Bovenal verheft ze dit begrip door haar innerlijke zintuigen te gebruiken, datgene wat ze van binnenuit ziet en gewaarwordt.

De gevoeligheid of kwaliteit van de zintuigen wordt samengevat onder het woord ‘sensualiteit‘. Hadewijchs zintuiglijke ervaringen zijn duidelijk niet van oppervlakkige aard, diepgang is haar op het lijf geschreven.

Het daaropvolgend begrip ‘erotiek‘ als ‘een verlangen dat wordt gekoesterd en groter gemaakt wordt en hierdoor de wereld vormgevende en betekenis verlenende’ is wel hét begrip dat volledig bij haar schrijven past. Naar de minne wordt er door haar verlangd, gesmacht én het bepaald haar hoogste goed en anker op haar levensweg.

Extase‘ is eveneens van toepassing tijdens het jubileren (= juichen, in extase zingen) met haar vriendinnen. Deze toestand van verrukking, van lichamelijk en geestelijk enthousiasme doet zich ook voor als gevolg van die momenten van ontmoeting met de minne. Hadewijch waarschuwt haar vriendinnen wel om deze momenten van extase, met het risico van gevaar voor zichzelf, in evenwicht te brengen.

Zijn haar geschriften seksueel? In de Middeleeuwse context alvast niet: deze tijdsperiode kenmerkt zich door het onderscheid tussen ‘hoofse liefde’ als hét summum en ‘seksualiteit’ als de mindere in rang: deze eerste uit zich door bewonderende en verheffende lofzangen waarbij er niet gestreefd wordt naar ‘bezitten’. Seksualiteit in de strikte zin van het woord definieert zich als ‘het opbouwen van lichamelijke spanningen en het opheffen ervan (ontspanning); stimulans en respons worden afgewisseld.’ Deze woorden hanterend, zijn haar geschriften niet seksueel. Hadewijch verlangt naar de minne, smacht ernaar, doch ervaart geen seksualiteit hierin.

Op één hoop gegooid

Hoe komt het dan toch dat deze termen als gelijksoortig worden gebruikt? Ons denken over liefde is gebaseerd op een ander ideaal dan dat van de Middeleeuwen. Toen was een huwelijk een zakelijke transactie die tot doel had grondbezit en rijkdom te behouden en eventueel uit te breiden. Verkrachting van de vrouw binnen het huwelijk* als middel en talloze geboorten, met de hoop dat op zijn minst een zoon als erfgenaam zou overleven, was het doel van deze overeenkomt. De vrouw werd als bezit aanzien. Onze tijdsperiode kenmerkt zich door het ‘romantisch ideaal’: we worden verliefd op iemand, de man maakt de vrouw ‘het hof’ en ‘uit liefde’ trouwen we en stichten we een gezin. Het is net in die verbinding tussen ‘hofmakerij’ en ‘huwelijk’ dat we de voorgaand besproken termen tegenkomen: waar er bij de hofmakerij ‘verlangen’, ‘sensualiteit’ en vooral ‘erotiek’ aanwezig is, worden deze elementen gekoppeld aan ‘seksualiteit’ als ‘ultieme daad van liefde’. De begrippen worden hiermee op één hoop gegooid en ‘liefde’ wordt gereduceerd tot het zich toeleggen op die ene, speciale partner. Het denken in deze begrippen als gelijksoortig vertoont zich ook in het kijken naar Hadewijchs oeuvre: ‘sensualiteit’ wordt gelijkgesteld met ‘erotisch’, terwijl haar woorden én sensueel én erotisch zijn, doch niet seksueel.

Terug naar een breder perspectief van ‘liefde’ 

verlangen

‘Liefde’ heeft echter een wijde dimensie en vele gezichten: een passionele liefde voor een hobby, een extase belevende bij het beluisteren van bepaalde muziek of een diepe liefde koesteren voor een vriendin of vriend, een sensualiteit belevende bij het ruiken en proeven van je favoriete maaltijd, erotisch thuiskomen in de stilte van je eigen, innerlijke tempel,… In al deze vormen van ‘liefde’ zit ‘wachten’ en ‘verlangen’ vervat.

Hadewijch had het begrepen: het verlangen, ook al duurt het wachten soms pijnlijk lang, is in haar volle betekenis de mooiste periode…

© Debby Van Linden

*eufemistisch ‘echtelijke plicht’ genoemd in de literatuur

Bronnen:

Fraeters, V. en Willaert, F. Liederen. Historische Uitgeverij, 2009, Groningen.

Milhaven, J.G. Hadewijch and her sisters: other ways of loving and knowing. State University of New York Press, 1993.

Fasteau, M.F. De mannenmolen. A.W. Bruna & Zoon Utrecht/Antwerpen, 1972.

Hadewijch: wise woman, writer, mystic,… her poetry reaches, without doubt, the highest levels. This poetry is oftern described as ‘courtly’ and ‘mystical’. Other labels are ‘sensual’, ‘erotic’ and ‘sexual’. Often these categories are used as synonyms  but are they really the same? These labels and their meanings are placed in perspective and compared to her writings.

hadewijchzwartwit

‘Hadewijch’ working on her poems.

The writings of Hadewijch centers around what she calls ‘minne’: this source of her desire and is also her ultimate goal. This desire of ‘minne’ will be placed next to the other labels that are often put on her work.

A first word to define is called ‘sensuality‘. This refers to ‘the quality or sensitivity of the senses’. Hadewijchs experiences are not cursory, immersion is what she breathes. She takes ‘sensualitity’ to the next level by using her inner senses and writes about those experiences.

Erotism‘ as the next noun is defined as ‘a desire that is indulged and made bigger and by this the world defining and giving meaning’. Now, this is the word that fits her writing completely: it is for ‘minne’ she longs, aches and it is her highest goal and anchor on her life road.

Extacy‘ is furthermore applicable too: this state of delight, of bodily and mental enthousiasm follows the encounters with ‘minne’ and is present when Hadewijch and her female friends jubilate together. Now, she also warns her sisters of keeping balance in this jubilating.

Are her writings sexual? Looking through the perspective of the Middle Ages, we say ‘no’: in this periode there was a distinction between ‘courtly love’ as the highest love and sexuality as the lowest one. Courtly love was featured by admiring paeans whithout any aspirations to possess a woman. Sexuality defines itself strictly as ‘building up bodily tensions and to release that tensions, stimulus and respons are varied’. Taking this explanations, we can conclude that Hadewijchs writings are not sexual.

Everything on one pile…

So, how come all these terms are used as as almost synonyms? Our cultural thinking is based on other ideals compared to the Middle Ages. Back then marriage was a business transaction with a strict purpose: keeping wealth and property and eventually gaining more of that. As a son would inherit all of this, raping* the wife and many births – hoping at least one boy would survive – was a cruel practice on a woman, viewed as personal property of her husband.

Our cultural thinking today is based on ‘the romantic ideal’: we fall in love with someone, it’s the man who ‘wins’ the woman by courtly conduct, we marry and start a family. In the connection between ‘courtship’ and ‘marriage’ we meet the above discussed words:  in courtship there’s ‘longing for’, ‘sensuality’ and ‘eroticism’ present and these elements are connected to ‘sexuality’ and ‘children’ as ‘the ultimate prove of love’. All the terms are put together and ‘love’ is reduced onto this one, special partner.

 Back to a broader perspective on ‘love’ 

verlangen

‘Love’ has a wide dimension and many faces: a passionate love for a hobby, feeling extactic listening to specific music or sensing a deep love for a friend, the sensual taste of smelling and tasting your favorite meal, coming home into yourself as an erotic moment,… In all those forms of ‘love’ we can see ‘longing’ and ‘waiting’ as components.

Hadewijch got it: longing for something, knowing waiting can be painfully long, is in full sense the most beautiful period…

© Debby Van Linden

 *euphemistic called ‘marital duty’ in literature
Advertisements

De queeste: een terugblik (3): de ‘feiten’-weg

Verwoven met persoonlijke veranderingen en de mensen die ik onderweg ontmoette, slokte ik een arsenaal aan kennis op dat zich leek te branden in mijn geheugen: 800 jaar begijnengeschiedenis bleek een banket van verschillende gangen en bijgerechten qua kennisdomeinen in te houden die elk om research vroegen:

the-book-of-love

  • ‘Wie waren al die heiligen op de hoven en waarom waren ze voor de begijnen zo belangrijk?’ Ik verdiepte mij in christelijke legendes, vitae, rituelen en bijbelse taferelen.Tegelijkertijd kwamen vele nieuwe vragen op: ‘Waarom hadden de begijnen ook beelden van Anna, de moeder van Maria, terwijl over deze eerste met geen woord in de bijbel gerept wordt?’ Ik slokte ‘officiële’ en ‘volkse’ christelijke feiten op en ontdekte vroegere religievormen.
  • Begijnen schreven… en hoe! Op de middelbare school had ik kennisgemaakt met het oud-Nederlands en bespraken we een klein fragment uit Hadewijch‘s teksten ter illustratie. Nu zette ik me aan haar gedichten en liederen, vervolgens aan ‘Seven manieren van Minnen’ en ‘The mirror of simple souls’*- de (minne)mystiek intrigeerde me. Al snel werden me twee zaken duidelijk: dit was ‘zeer stevige pap’ en de ingrediënten om dit te doorspitten, bestonden uit: een helder hoofd, een paar keer herlezen en een houding om de woorden even los te laten en zo te laten meeresoneren gedurende de rest van de dag**. Vanaf het moment dat ik vanuit het hart begon te lezen, kregen de teksten een andere dimensie en kon ik de woorden vatten: een ‘nieuwe deur’ ging open.
  • Elk begijnhof had zo haar specifieke bouwstijl en opvallende eigenaardigheden: dankzij een vriendin met architectuurkennis kreeg ik een snelcursus in stijlkenmerken, specifieke eigenschappen per stroming, de opbouw van een kerk,… ik kreeg m.a.w. een ‘nieuwe bril’ op mijn neus geschoven.
  • Het dagelijks reilen en zeilen op het hof was geen sinecure: ik bestudeerde de verschillende taken, functies, gebouwen en werkzaamheden van de vrouwensteden en merkte al snel dat de begijnen echte bedrijfsleiders waren: zo onderhandelden ze bv. met handelslui over de prijzen van hun produkten of diensten (bier, was- en herstelwerk van kledij,…) . Ik kreeg een grote bewondering voor de taak van de grootjuffrouw – een hedendaagse CEO: de boekhouding verzorgen (verkoop en aankoop van huizen, restauraties, verbouwingen, loonuitbetalingen, erfenissen,…) toezien op de conventsmeesteressen en kosteres, onderhandelen met derden (afgevaardigden van allerlei rang en stand), vergaderingen organiseren, bemiddelen tot ingrijpen bij conflicten,… De titel ‘grootjuffrouw’ was niet voor doetjes: een hof, waarin een tiental tot paar honderd vrouwen dagelijks werkten en leefden, als efficiënt en democratisch systeem ‘runnen‘ vroeg om pure vrouwenkracht.
  • Alhoewel het gebied van ‘(vriendjes)politieke en economische geschiedenis‘ mij eerst het minst interesseerde, leerde ik snel de waarde ervan inzien: bepaalde beslissingen (pauselijke, stadsgebonden,…) hebben een stevige impact gehad op de belevingswereld van de begijnen – zowel per stad als voor het vroegere Vlaanderen. Zonder de steun van bv. gravin Johanna van Constantinopel zouden bepaalde hoven mogelijk nooit tot stand gekomen zijn.

Bij het aan elkaar knopen en integreren van deze feitenhoeveelheid nam ik steeds dezelfde vraag in gedachte: ‘Hoe is deze informatie van invloed geweest op het begijn(hoof)se leven van toen?’ Het resultaat van deze ‘feitenweg’ op mijn queeste toonde zich: ik veranderde van complete leek tot bezielde onderzoekster.

© Debby Van Linden

* resp. werken van Beatrijs van Nazareth en Margerite Poréte.

** Deze vorm van lezen wordt ook ‘lectio divina’ genoemd.