Hildegard: bezield tot op het bot!

Hildegard van Bingen (1098-1179) was kortweg een vrouw om ‘u’ tegen te zeggen: haar bezieling en bijdragen op het gebied van muziek, kruidengeneeskunde, wetenschap, taalkunde, religie en spiritualiteit zijn onmiskenbaar groot.

Op haar achtste werd zij door haar adellijke ouders overgebracht naar het mannenklooster te Disibodenberg, waar ze onder de hoede van Jutta von Sponheim werd opgenomen in de kluis. In het begin deelde Hildegard deze ruimte met nog een ander meisje van haar leeftijd en Jutta zelf. Door nog een aantal intredingen van meisjes werd de kleine afdeling een volwaardig vrouwenklooster. Na Jutta’s dood kozen de zusters voor Hildegard als overste.

1141 was het jaar dat Hildegard verklaarde een visioen te hebben gehad met de opdracht de verkregen wijsheid neer te schrijven. Daaruit volgde haar eerste boek Scivias (‘Ken de wegen’). Met twijfels omtrent haar goddellijke opdracht klopte ze aan bij Bernard van Clairvaux, een invloedrijk mysticus en tijdsgenoot. Hij steunde haar en zorgde ervoor dat haar schrijven bekend werd. Een nieuwe kloosterlinge, Richardis genaamd, meldde zich aan en werd voor Hildegard een dochterfiguur. Door Hildegards faam groeide de vrouwenafdeling van het klooster, waardoor ze het plan opvatte een nieuw klooster te stichten op de Rupersberg (bij het stadje Bingen). De abt liet haar echter niet gaan, waardoor Hildegard beroep deed op haar netwerk: de gravin Von Stade (moeder van Richardis) en de aartsbisschop van Mainz zorgden ervoor dat ze een tijd later toch kon vertrekken uit het haar vertrouwde klooster, samen met haar secretaris en priester Volmar.

Hildegard (midden) met links haar secretaris Volmar en rechts har hartsvriendin Richardis.

Hildegard (midden) met links haar secretaris Volmar en rechts haar hartsvriendin Richardis.

Hildegard was niet op haar mond gevallen: ze schreef brieven naar de machtshebbers van haar tijd (o.a. paus Innocentius III) waarin ze gratuit haar mening naar voren bracht. Qua bouwwerken hield Hildegard het niet bij één klooster: in Eibingen (nabij Rudesheim) rees in 1165 haar tweede klooster uit de grond. Haar vertrouweling en secretaris Volmar overleed enkele jaren nadien. Vervolgens namen de monniken Godfried en Wibert het van hem over. Niet lang voor haar overlijden maakte Hildegard nog een aantal predikreizen, vaak op vraag van abten.

Alhoewel haar leven als een treinreis van jubelmomenten leest, kreeg zij vele malen te maken met conflicten en (kerkelijke) beslissingen die haar meermaals innerlijk verscheurden: bijvoorbeeld het opgelegde vertrek van Richardis, haar hartsvriendin, om een abtsfunctie in een ander klooster op te nemen, maakte haar furieus en een tijdlang ontroostbaar.

Hildegard was, enigzins als ‘understatement’ bedoeld, een ‘bezige bij’:

  • zij heeft vijf boeken op haar naam staan: Scivias (1141-1151), Physica (1151-1158), Causae e Curae (1151-1158) , Liber Vitae Meritorum (1158-1173) en Liber Divinorum (1163-1173)
  • zij schreef, als eerste componiste uit de klassieke muziek, het mysteriespel ‘Ordo Virtutum’ en een 70-tal andere gezangen
  • in haar boeken brengt zij het vrouwelijk godellijke tot uiting onder de bewoording ‘Wijsheid’ (ook wel ‘Sophia’ genoemd) en in haar miniaturen bijvoorbeeld onder ‘het wereld-al’ en ‘de vrouw van de berg’
  • Hildegard schreef op positieve wijze over sexualiteit en dan specifiek over het vrouwelijk orgasme -haar woorden zijn waarschijnlijk de vroegste beschrijving hiervan: ‘“Als een vrouw de liefde bedrijft met een man, voelt ze de warmte tot in haar brein, het brengt een zinnelijke verrukking teweeg…”* 

Onder de naam ‘Vision’ bracht Margaretha von Trotta, ‘la grande dame’ van de Duitse cinema, een verfilming van Hildegards leven uit. In 2012 werd ze door de katholieke kerk heilig verklaard. In Duitsland is de abdijruïne van Disibodenberg, haar relikwisieten in de kerk van Eibingen en een museum in Bingen zelf te bezoeken als nagedachtenis aan deze opmerkelijk talentvolle vrouw. De spirit van Hildegard wordt hedendaags verder uitgedragen door de vrouwen van het Hildegardklooster.

*Hildegard verkreeg deze kennis via gesprekken met (zwangere) vrouwen op de infirmerie van het klooster. Haar beschrijvingen sluiten voortreffelijk aan bij wetenschappelijke studies naar het effect van sexuele beleving op de hersenen en komt tevens overeen met principes van de Oosterse tantraleer.

© Debby Van Linden

Bron:
Pot, M. (2009) Hildegards Godin: de wilde en wijze vrouw in ons. Standaard Uitgeverij, Antwerpen.
Wolf, N. (2012) Vagina. Virago, Londen.
Advertisements

In verbinding met Hildegard…

kloosterhgardmetwijnvelden

Na een urenlange autorit en kleine overzettocht, arriveerden we bij het Hildegardklooster. De eerste dag namen we de tijd om bij te tanken van het traject ‘moederland-Duitsland’ en het klooster te verkennen. De overige dagen stonden in het teken van ‘toerisme’: de Hildegardkerk in het dorp bezichtigen, de wijngaard en de kloosterkerk bezoeken en kennismaken met de andere gasten.

kerkHldegardmetbankje

P1060118

De wijnproeverij, de gesprekken met de andere vrouwen* aan tafel, de contacten met de zusters, de prachtige muurschilderingen in de kloosterkerk,… ze konden me allemaal bekoren. Toch voelde ik dat er nog iets ontbrak. Ik gaf gehoor aan de weg die mijn intuïtie wees: ‘s avonds, net na de maaltijd en voor de Completen, wikkelde ik me in twee grote dekens en zette mij buiten aan de kerk, bij het beeld van Hildegard en met een vér-rijkend uitzicht op Rudesheim en Bingen.  In de stilte en de donkerte van dat moment dook ik in de kaïrostijd, aanschouwde de zonsondergang en luisterde wat de verbinding met deze plaats me te vertellen had: de stilte sprak. Bij het luiden van de kerkklok schuifelde ik naar binnen, installeerde me op één van de banken, sloot mijn ogen en liet de gezangen van de kloosterlinges tot me doordringen.

P1060159

Deze intense momenten kon ik niet anders verwoorden dan met ‘het deed me zielsdeugd!’

Het verblijf in het klooster, de onderdompeling in de Hildegardatmosfeer, het feit dat ‘Frau Debby’ voor alles wat het gastenverblijf betrof, werd geraadpleegd (en men niet uitsluitend mijn queestevriend aankeek om een beslissing te uiten die ons beide aanbelangde) en de prachtige omgeving voelden als pure vakantie. Deze keer geen begijnhof, wel een queestestuk dat vanaf het begin van mijn herstorische weg net zo belangrijk was.

© Debby Van Linden

* Door een ‘geluk bij een ongeluk’ heb ik kunnen kennismaken met Marisa, een uiterst getalenteerde vrouw met een intens beziel(en)de stem. De Hildegardliederen op de van haar gekregen cd ‘O Aeterne Deus’ vormen een dankbare herinnering aan mijn verblijf in het klooster.

Klein en pittoresk Anderlecht

Na een uitgebreid ontbijt stapten we naar de metro richting Anderlecht. In mijn studententijd had ik vooral Brussel-stad leren kennen, Anderlecht zelf was me onbekend. Even voorbij de gigantische Sint-Pieters en Sint-Guidokerk werd het stiller. De bibliotheek passerende, een smal paadje oplopende,… en dan – tot mijn blijdschap – een poort van een ommuurd begijnhof tegenkomende!

ikanderlecht

Eénmaal door de deur kwam een klein binnenplein met twee rijen huisjes en een waterput me tegemoet. Dit kleine, pittoreske begijnhof op deze stille plaats intrigeerde me: grootsheid en bombastische afmetingen vielen in het niets in vergelijking met de bezieling op deze plaats van eenvoud.

P1060085

De hartelijke ontmoeting met Danièle, werkzaam in het begijnhof, was de kers op de taart: zij liet ons ‘All om all’, een documentaire over de begijnengeschiedenis bekijken, lichtte de achtergrond van de DVD toe*, toonde ons het volksmuseum en de kleine bidkapel.

P1060076

Deze piepkleine en intieme ruimte vond ik prachtig: wederom besefte ik ‘grootsheid zit in kleine dingen’. Op het binnenplein ben ik lang gebleven, ik probeerde me voor te stellen hoe het begijnenleven zich hier voltrok. Net voor het verlaten van het hof wees Danièle me op de rozen, groeiende doorheen de prikkeldraad (ter bescherming aangebracht wegens inbraken in het verleden): ‘Ze komen altijd terug, de rozen, echt onuitroeibaar!’ In een flits herinnerde ik me woorden uit het boek dat ik aan het lezen was: ‘rozen staan symbool voor de ziel, voor de Vrouwe, ze komen altijd terug’. Innerlijk verfrist en vol goede moed verliet ik het Anderlechtse hof, uitkijkend naar meer queeste.

* Dit gesprek met Danièle bracht me in contact met Silvana Panciera, een Italiaanse vrouw met dezelfde begijnenpassie. Dit blogstukje draag ik dan ook graag aan beide vrouwen op met een hartelijke ‘Dankuwel! Merci pour le temps et les conversations dans le beguinage! Grazie mille per prendere il tempo di conoscere!’

© Debby Van Linden

Terugkijkend met de woorden van de stilte…

Terug thuis plande ik de bezoeken aan de volgende begijnhoven: eerst richting Brussel, dan naar Hildegards klooster en vervolgens naar Nederland voor de hoven te Breda en Amsterdam. Deze praktische aspecten deden mij terugblikken op het proces dat ik doormaakte:

– verder op queeste gaan betekende eigenlijk ‘teruggaan’: teruggaan en oprapen naar wat mij nooit verteld is geweest, wat een wijze grootmoeder of tante zelf nooit had meegekregen, dat erf-goed dat weggemoffeld, verbrand, uitgebuit, opgesloten, gemanipuleerd en onderdrukt werd. Ik las over de begijnenmystiek, schuimde bibliotheken af in een poging vrouwenerf-goed terug te vinden, zocht de moederlijke stilte op,… ik had honger en zocht zielevoedsel, ik weefde kleine en grote stukken vrouwenkracht bijeen tot een mentaal deken dat mijn innerlijke tempel vormde.

– de enorme kracht van intuïtie werd me haarfijn duidelijk: hoe sterk deze ook werd en wordt geprobeerd als ‘onbelangrijk’, ‘hekserij’ en zelfs ‘ketters’ te benoemen en uit te roeien, ze was en is altijd daar, onvergankelijk sterk! Ze had me op queeste ‘gezet’, liet me eens uitrusten om me vervolgens weer op pad te sturen. Wat een wijsheid bezat zij!

mosuo

Vrouw uit de Mosuo-cultuur.

Woodabe-man maakt zich aantrekkelijk in de hoop, uit de groep van vele mannen, door een vrouw te worden uitverkoren. (foto door Carol Beckwith en Angela Fisher - Out of Africa)

Woodabe-man maakt zich aantrekkelijk in de hoop, uit de groep van vele mannen, door een vrouw te worden uitverkoren. (foto door Carol Beckwith en Angela Fisher – Out of Africa)

– vanuit het opzoek-en leeswerk begon ik vast te stellen dat in mijn eigenste cultuur materie en bezieling van elkaar gescheiden gezien werden – bijna als een dualiteit: religie was iets ‘persoonlijks’, productie, haast en overconsumptie van materie zwaaiden de scepter. Net zoals ik zochten mensen naar bezieling, vandaar de hoge opkomst van de spirituele boeken en cursussen. Terwijl mij was wijsgemaakt dat wij, de Westerse mens, hoogontwikkeld waren en de ‘anderen’ primitief, werd mij duidelijk dat het eerder omgekeerd was. Ik besloot mij te gaan verdiepen in matriarchale samenlevingen en culturen waar materie en bezieling als vanzelfsprekend één zijn: o.a. de Toeareg, de Woodabe, de Mosou en de ‘indianen’* (Cherokee). Dit opzoekwerk resulteerde in een artikel als gastbijdrage op ‘De tweede sekse’.

Belly-Dance

– na het lezen over de oorsprong** van de oriëntaalse dans, besliste ik dit eens uit te proberen: een paar weken later stapte ik de danszaal binnen. Na een proefles was ik overtuigd: terwijl ik mijn heupsjaal rond mij knoopte, begon ik aan een weg waarbij ik vele ingeprente ideëen stap voor stap van me leerde afschudden. Het dansen in een circel met andere vrouwen deed me deugd, wat leek het verdacht veel op ‘de dansende, Mechelse madammen‘!

© Debby Van Linden

* Columbus dacht dat hij Indië had ontdekt en noemde de bevolking ‘indianen’. 

** Oriëntaalse dans verenigt lichaam en ziel en werd oorspronkelijk door vrouwen gedanst ter ere van ‘Ma’, de oermoeder. Later werd het bestempelt als een ‘erotische dans’ voor het mannelijk oog, deze patriarchale interpretatie doet de oorspronkelijke kracht van de dans oneer aan.

Herstorisch Sint-Truiden: vrouwenstad met begijnhofkerk als stralend erfgoed

Midden 13e eeuw kregen de reeds individueel levende begijnen in Sint-Truiden een stuk grond aan de noordzijde van de stad als schenking uit handen van Willem van Ryckel, toenmalig abt van de benedictijnerabdij. De nabijheid van de Cicindriabeek zorgde voor watervoorziening voor zowel persoonlijke behoeften als hun werk in de textielsector. Bijna onmiddellijk na de schenking rees de begijnhofkerk, gewijd aan Sint-Agnes, en ommuring uit de grond. Deze vrouwenstad draaide volledig op eigen kracht op sociaal en economisch gebied: bleekweide, huizen, boomgaard, hoeve en een Heilige Geesttafel (deze verschafte ondersteuning voor armere begijnen).

Heilige Agnes -portret uit de begijnhofkerk.

Heilige Agnes -portret uit de begijnhofkerk.

Het begijnhof bleef doorheen de geschiedenis een eiland op zichzelf, de stad Sint-Truiden breidde wel uit, doch nooit tot bij deze zelfstandige vrouwen. In tegenstelling tot vele andere hoven, kregen de Sint-Truidense begijnen weinig met invallen of oorlogen te maken: twee uitzonderingen hierop betreft de godsdienstoorlogen en de oorlog tussen Brabant en Limburg – telkens werd er schade veroorzaakt aan het hof.

P1060516

De vrouwenstad werd bruusk onteigend door de inval van de Fransen in 1789. De begijnen sloegen op de vlucht. Alhoewel een aantal ervan later terugkeerden, was heropbouw niet mogelijk. Het huidige aanzicht stamt grotendeels uit de 20e eeuw: het ‘moderniteit’-virus verving vele oude huizen door nieuwe exemplaren.

P1050982

Een eerste unicum ligt achteraan het begijnhof: de 18e eeuwe hoeve. Het Sint-Truidense begijnhof heeft als enige vrouwenstad haar boerderijhoeve weten te bewaren.

P1060519

P1060533

Een tweede parel is de begijnhofkerk: letterlijk en figuurlijk, het hart van het hof: dit romaanse gebouw toont prachtige schilderingen daterende uit de periode 14e-18e eeuw. Momenteel doet zij dienst als Provinciaal Museum voor Religieuze Kunst.

© Debby Van Linden

Een vleugje begijnhof en de ‘grote’ madammen…

Een dik halfuur rijden van onze verblijfplaats hielden we halt in Sint-Truiden. Langzaam liep ik het begijnhof op: geen poort, wel een kerk – letterlijk in het midden – kwam me tegemoet, errond de huizen. Terwijl ik het hof rondliep, merkte ik de ‘begijnenspirit’ te missen. Er waren weinig aanwijzigingen, beelden of sprekende begijnengetuigenissen te merken. Het Torenhuis, dat waarschijnlijk het groothuis was, en de begijnhofhoeve vormden twee lichtpuntjes. Ik bleef me echter afvragen: ‘Waar blijven de vrouwen?’

P1060516

Eénmaal in de kerk kreeg ik een duidelijk antwoord op mijn vraag: ‘Hier!’ Deze begijnhofkerk had prachtige muurschilderingen van o.a. Maria, Maria Magdalena , Heilige Genoveva, Heilige Agatha, Heilige Ursula,… De kerk zelf, en vooral het rondbooggewelf, was een parel.

P1060519

Heilige Ursula als mantelheilige

Heilige Ursula

Maria Magdalena

Maria Magdalena

Op deze prachtige plaats ben ik lang gebleven, ik wilde vooral de schilderingen van deze vrouwen, groot(s) en in hun kracht staande, bekijken en mentaal opslaan. Naar dit soort erfgoed was ik immers op zoek, dit was mijn queestedoel en vormde mijn zielsvoeding!

Hoewel het begijnhof zelf me weinig kon bekoren, verwarmde de begijnhofkerk mijn hart.

Met deze ontdekking sloot ik de Limburgse begijnhoven af. Veel tijd om te bekomen was er niet: het daaropvolgende weekend wees richting Brussel…

© Debby Van Linden