Begijnenmusea in de kijker (2): begijnhofmuseum Dendermonde – Beguine museum in the spotlight: beguine chambers at the beguinage of Dendermonde

(English: see below)

Na het Belevingscentrum op het begijnhof van Kortrijk, maken we een sprong richting Oost-Vlaanderen: het begijnhof van Dendermonde. Het leven van de begijnen in de laatste periode van hun bestaan wordt over twee plaatsen op het hof verdeeld.

Van vroeger tot nu: achtergrond en visie

Op het Dendermondse hof werd, na het overlijden van de laatste begijn in 1975, beslist de herinnering aan de begijnen te bewaren. Twee huizen werden uitgekozen om een accuraat beeld van het dagelijks leven van de vrouwen in de 19e en 20e eeuw weer te geven: huizen nummers 11 en 25 werden in 1981 voor het publiek opengesteld. Daaropvolgend opende in de aanpalende infirmerie van het voormalige huis van de Grootjuffrouw het Museum voor Volkskunde: een deel hiervan betreft ook stukken die het begijnenwezen aangeven.

Op bezoek

In het huis met nummer 11 vinden we een reconstructie van het begijnenleven van de meest recente periode terug: de keuken, slaapkamer en voutekamer* tonen zich. Zo krijgen we een beeld van de taken en dagindeling van een begijn.

Begijnhofmuseum (1)

Begijnenhuis nummer 11.

Huis met nummer 25 was de voormalige woning van de laatste grootjuffrouw : hier zien we de kleine en grote ontvangstkamer. De grote kamer voorziet ruimte  om te kunnen tafelen met belangrijke gasten bij uitzonderlijke gelegenheden. De toonkasten stellen relevante begijnhoofse documenten centraal: o.a. de statuten van 1852 en renteboeken.

Begijnhofmuseum (3)

Grote ontvangstkamer.

De kleine kamer toont ons de bibliotheek- en archiefkast van de grootjuffrouw. Aanpalend treffen we nog een authentieke keuken in de oude infirmerie, nu het Museum voor Volkskunde.

Begijnhofmuseum (4)

Kleine ontvangstkamer.

Praktisch:

De begijnenhuizen en het Museum voor Volkskunde zijn vanaf april tot eind oktober te bezoeken van dinsdag tot zondag van 9u30 tot 18u.

*Voutekamer of ‘opkamer’: een verhoogde kamer die met een trapje te bereiken is. Eronder ligt meestal een kelder. Voutekamers kunnen bergplaats, slaapkamer of bijkamer als functie hebben.

Met dank aan mevrouw R. Stuer- Stedelijke musea Dendermonde

(English)

After a visit at the Experience Center at Kortrijk, we jump to the East side of Flanders: the beguinage of Dendermonde. The life of the beguines is shown here in two houses on the beguinage.

Fron the early days till now: background and vision

After the dead of the last beguine on the beguinage of Dendermonde in 1975, the decision to keep the beguines in memory was ready to be realized. Two houses were renovated and arranged to show the life of the women during the 19th and 20th century. House ‘number 11’ and ‘number 25’ opened their doors in 1983. Following this pattern the Museum of Folk was installed in the same year: this house was once the hospital of the beguinage and shows us ome pieces of the beguine life.

A vist 

A close view of house numer 11shows us a reconstruction of the beguine life: kitchen, sleeping room and storing place. This house gives us an example of the tasks and daily life of a beguine.

Begijnhofmuseum (1)

Beguine house number 11.

The big house at number 25 was once the house of the mistress and partly a hospital: here we enter a small and large meeting room. On some occasions important guests were invited to dinner with the leading lady of the beguinage. Relevant documents are shown through glass, e.g. the written statutes of 1852 and some accountancy books.

Begijnhofmuseum (3)

Large meeting room

In the small meeting room we can see the library of the mistress, here she kept all documents and books in a large closet. In the old hospital of the beguinage we find an authentic beguine kitchen, the rest of the house resides the Museum of Folk where the life of lay people in the 19th and 20th century is explained.

Begijnhofmuseum (4)

Visiting information:

Open from April till the end of October from Tuesday till Sunday  from 9.30 till 6 o’clock.

Thanks to R. Stuer- Stedelijke musea Dendermonde

© Debby Van Linden

Open Monumentendag, ook op de hoven…

Komende zondag 13 september gooien tal van gebouwen hun deuren open voor bezoekers: op Open Monumentendag kun je door middel van een bezoek, gidswandeling, dansvoorstelling,… kennis maken met een stuk erfgoed dat niet (zo vaak) voor publiek toegankelijk is. Ook onze begijnhoven hebben prachtige schatten om te bezichtigen…

In Oost-Vlaanderen kan je het hof van Sint-Amandsberg de Sint-Antoniuskapel bezichtigen. Spring daarna op de fiets om een beetje verder op ‘Ter Hoye‘ de begijnhofkerk, de Godelievekapel en het groothuis van naderbij te leren kennen. Liever een museum? Geniet van het groene Dendermondse hof met een kijkje in het begijnhofmuseum.

O.L.V. Ter Hoye te Gent, bij binnekomst door de poort.

O.L.V. Ter Hoye te Gent, bij binnenkomst door de poort en met zicht op de begijnhofkerk.

In Antwerpen staat de deur van de Sint-Catherinakerk in de Herentalse vrouwenstad open en in Mechelen zowel de begijnhofkerk van het grote als het kleine hof, resp. de Katelijne- en Catharinakerk. Mits stevige stappers aan je voeten kan je de stellingen rondom de kerk van het groot begijnhof op.

Sfeerbeeld van het Mechelse, grote begijnhof.

Sfeerbeeld van het Mechelse, grote begijnhof.

Limburg biedt dan weer, in het hof van Sint-Truiden, een gidswandeling aan waarbij je o.a. het Godshuis van de heilige drievuldigheid en een conventshuis kan aanschouwen.

En, vanzelfsprekend, zijn alle andere vrouwensteden ook ‘open’…

© Debby Van Linden

Herstorisch Aalst: ontzielde glorie

Op de gronden van het Boudenaershof verenigden de begijnen zich rond 1260 om vier jaar later adellijke bekrachtiging door gravin Margaretha van Constantinopel te ontvangen. Op het hof werd vervolgens duchtig gebouwd: een infirmerie en kerk kwamen tot stand.

In de 16e eeuw werd bijna het hele begijnhof vernield door de Geuzen. Het stadsbestuur zorgde voor financiële middelen tot wederopbouw. Ook voor de Aalsterse begijnen betekende de 17e eeuw een grote bloeiperiode: het hof breidde uit en het begijnenaantal steeg. In de daaropvolgende eeuw zullen de Fransen de kerk innemen en als feestzaal gebruiken, zeer tegen de zin van de begijnen. Begin 19e eeuw herstelde de rust zich: de begijnen kregen hun kerk terug en het begijnenaantal steeg tot een tachtigtal. Deze periode was echter niet van lange duur: het hof werd in 1870 aangekocht door baron della Faille. Deze gaf de begijnen woonrecht tegen een hoge vergoeding.

De 20e eeuw betekende ontzieling en verval op alle vlakken: het hof werd aangekocht door de Maatschappij voor Goedkope Woningen die tussen 1952 en 1959 bijna alle huizen liet afbreken en vervangen door nieuwbouw. De vlakbijgelegen torens van de industriezone veroorzaken sterke geur-en lawaaihinder en ontzielen het uitzicht op het hof.

poortAA

foto uit de collectie van de familie Renneboog

De neogotische begijnhofpoort bestaat niet meer, nu rest slechts een doorgang tussen twee flatgebouwen. Aan de overhant van de voormalige poort treffen we de pastorie, tijdens ons bezoek te koop aangeboden. Links valt het groothuis op, een Mariabeeldje pronkt in de nis boven de toegangsdeur. Dit gebouw, samen met de huizen met nummers 41 en 42, zijn de enige overblijvende begijnhofhuizen.

P1050483

P1050479

P1050473

Centraal ligt de kapel, gewijd aan Sint-Antonius. Dit bedehuisje werd gebouwd op het graf van begijn Johanna Dedemaecker. Deze vrouw koos voor een leven van strenge ascese en matigheid. Door haar rotsvast geloof zou ze ziekte en pijn door middel van handopleging hebben kunnen genezen. Al deze eigenschappen leidden tot een groot ontzag bij haar zuster-begijnen wat zich uitte in de bouw van een eerbiedige plaats ter nagedachtenis.

P1050445

P1050454

De kerk, gewijd aan Sint-Catharina, begon men te bouwen in 1786 en werd niet lang voor de Franse inval voltooid. Het hoofdaltaar is afkomstig uit een ander bedehuis. Op het moment van ons bezoek werden hier restauaratiewerken uitgevoerd.

Herstorisch Mechelen: verhuizingen en grandeur (2)

In het gehele stratenbegijnhof springen een aantal huizen en straten eruit qua bouwstijl en functie, waar ik kort zal op ingaan.

Allereerst de ‘Krankenstraat’, deze straat werd zo genoemd omdat de ‘ziekenboeg’ in deze straat gebouwd werd. De ziekenzorg die de begijnen verleenden, maakte deel uit van hun takenpakket. De meeste ‘begijnziekenhuizen’ werden gekenmerkt door één of meerdere gebouwen, een poort hiernaartoe en een groot binnenplein. Heden huist in de infirmerie de brouwerij ‘Het Anker’, waar het drinken van een gesmaakte Carolus niet mocht ontbreken.

P1030626

Op de hoek van de Krankenstraat en de Alexiusstraat, komt het groothuis je tegemoet. De grootjuffrouw, of leidinggevende van het begijnhof, had het recht om in een even ‘groot’ huis te wonen als haar titel verdiende. Dit groothuis had niet enkel bredere afmetingen, het vertoonde zwierige lijnen en krullen.

P1030636

Bij het verlaten van het begijnhof naar de ring toe, is een stuk  van de ‘oordjesmuur’ nog zichtbaar. In de 17e eeuw werd het bouwen van deze afsluitende begijnhofmuur door de begijnen zelf bekostigd, die hiervoor trouw elke week een ‘oordje’ (een geldstuk) afgaven.

oordjesmuur

Op het einde van de Acht Zalighedenstraat treffen we een op het eerste zicht authentieke poort: een rondboogcontructie met een Begga-beeldje in de nis. Deze poort, geconstrueerd uit ‘oude’ materialen is de vroegere poort van het Cellenzustersklooster. Bij het oprichten van het begijnhof werd deze poort dichtgemaakt om rond 1960 weer opengemaakt te worden en tot de huidige bouw werd beslist.

'Begijnhofpoort' van hergebruikte materialen.

‘Begijnhofpoort’ van hergebruikte materialen.

Kom, dan gaan we naar het Klein begijnhof…

naarkleinb

© Debby Van Linden

Bronnen: zie ‘Herstorisch Mechelen: verhuizingen en grandeur (1)’