Herstorisch Brussel: het begijnhof als grootse en rijke vrouwenstad

Midden dertiende eeuw vormde zich het begijnhof van Brussel waarbij een groep zussen als stichtsters worden genoemd: Beatrijs, Helwaida, Ada en Katharina Lechien. Zeer snel na de stichting werd een priester aangesteld en legde men statuten vast. Een vijftig jaar later was er al sprake van een grote groei die steeds toenam: meer dan duizend begijnen woonden op het hof, dat rijkelijk voorzien was van vele conventen, een boomgaard, boerderijen,…

P1060016

Als gevolg van de Beeldenstorm ontvluchtten vele vrouwen het hof om erna terug te keren. In 1620 rees een grote, barokke kerk – één van de meest imposante uit ons land!- uit de grond dankzij de steun van aartshertogin Isabella en haar man, aartshertog Albrecht. Vanaf de 17e eeuw, daar waar de meeste andere begijnhoven een bloeiperiode kennen, gaat het in Brussel langzaam bergaf met het begijnenaantal. De inval van de Fransen in de 18e eeuw maakt abdrupt een einde aan het bestaan van het hof door het op te heven en te verkavelen. Met het overlijden van de laatste Brusselse begijn in 1833 komt er een einde aan de levende geschiedenis van deze gewezen vrouwenstad.

Begijnhofkerk: zijkant en bij avond.

Begijnhofkerk: zijkant en bij avond.

Momenteel treffen we in Brussel nog de begijnhofkerk, enkele huizen in de begijnhofstraat en het godshuis ‘Pacheco’ – in 1827 gebouwd en nu fungerende als bejaardentehuis, deze laatste staat op de plaats waar vroeger zich de infirmerie en de boomgaard bevonden.

© Debby Van Linden

Bron: ‘Religieuze vrouwen: begijnen, kluizenaressen en kloosterlingen.‘ door M. De Schryver.

Advertisements

Leuven: groot, groot, groot,…

Vanuit Oudenaarde reden we naar Leuven. Alhoewel we moe waren van het laatste begijnhofbezoek en de lange rit, konden we het niet laten ‘s avonds ‘al eens te gaan wandelen’ door het Leuvense hof.

poortikLeuven

De poort doorgaande, straat na straat verkennende, openbaarde deze begijnenstad zich: de term ‘groot begijnhof’ was terecht, dit was een echt grote stad binnen de stad.

P1050320

P1050338

Verwonderd liep ik over elk bruggetje een nieuw stuk van het hof tegemoet: hier een plein, daar een grote tuin, … de enorme conventshuizen, de waterputten, de kerk,… ik nam ze allemaal in me op.

P1050361

Ik kon genieten van de intiemere hoekjes en verborgen plekjes, doch de grootsheid van het hele hof voelde té groots aan voor mij. Het ‘cocongevoel’ had ik wel tussen het groen van een pleintje, echter niet bij de immense huizen.

De bevangenheid van dit hof was groot, ik miste echter de begijnenmystiek en ‘een verhaal in symbolen’: geen Lourdesgrot, geen grote beelden of opvallende heiligen…

Sint-Amandsberg: grauw en groots

Na verankering van de afgelopen gebeurtenissen wachtte de ingangspoort van het groot begijnhof van Sint-Amandsberg op mij. Een zonovergoten dag en veel nieuwsgierigheid vergezelden mij…

Het begijnhof maakte een grauwe indruk op me, de grijsbruine bakstenen vertelden me weinig. Ik herkende de piëta in een klein kapelletje aan de poort. Straat na straat wandelde ik het begijnhof door, een bestendige, ankerende rust was voelbaar… de zon zinderde, ik genoot van de dingen die op mij afkwamen.

P1030936

‘Aha, schone jongen, jou heb in Mechelen leren kennen, daar ben je weer!’ glimlachte ik toen ik Michaël, vanuit zijn vensterkader, begroette. Ik had geen idee wat hij op mij queeste deed, doch kon de vraag laten zijn. Ik voelde dat hij er ‘gewoon was’.

Verder wandelende verbaasde ik me over de grootte van de conventshuizen en de pleinen. Het geheel was indrukwekkend, doch ik miste de intimiteit en mystieke sfeer…

In de tuin van het volgende convent werd ik even uit mijn evenwichtige rust gebracht: daar was ze weer, Maria! Het leek alsof ze mij op de hielen volgde en net wanneer ik dacht van haar af te zijn, weer kwam piepen! Ik zuchtte: ‘Wat wil je mij toch zeggen?’ Ik kon de vraag niet laten zijn, kon er geen antwoord op geven, niet vanuit mijn verstand en niet vanuit mijn gevoel…

P1030927

Een pauze nemende aan het Sint-Beggaplein keerde de rust terug: ik genoot van de koelte van de schaduw, de koeien in de wei, het ruisen van de wind door de bomen.

P1030945

Heel even kreeg ik voeling met de honderden begijnen die hier leefden, met de atmosfeer en de strikte organisatie die hier noodzakelijk moet geweest zijn. Ik merkte echter de authenticiteit van de oorspronkelijke beweging te missen, het revolutionaire, de diepgang, het sprankelende… en vooral wilde ik weten wat ze toch met Maria hadden dat mij zo aansprak en zich ergens, zo wist ik zeker, al was het in de diepste ondergrond, te vinden moest zijn!