Herstorisch Tienen: van voorspoed tot ruïne

De stichting van het Tiense begijnhof dateert van midden 13e eeuw. Zoals bij vele begijnhoven het geval is, leeft er sterke consensus dat er toen al begijnen woonden – al dan niet in los verband. Deze vrouwen hadden reeds de nabijheid van de Sint-Agathakapel, doch lieten kort na de stichting een eigen kerk construeren.

De geschiedenisboeken geven blijk van een kenniskloof van twee eeuwen vanaf de stichtingsdatum van het hof. Wel merken we een groot aantal begijnen op in de 15e eeuw: 250 vrouwen bewoonden het gebied buiten de stadsmuren. Dit aantal zal met het toenemen van de tijd slinken onder invloed van godsdienstoorlogen en het uitbreken van de pest. In de 17e eeuw zijn er nog 50 begijnen, doch net dan is er sprake van heropbloei: de lemen woningen worden vervangen door stenen huizen.

tienenkurt

De inval van de Fransen in de 18e eeuw bracht grote omwentelingen met zich mee: zowel de begijnhofpoort als de pastorie werden vernietigd en het hof kwam in handen van het Bestuur der Burgerlijke Godshuizen. Midden 19e eeuw restten er slechts enkele begijnen meer. Met het overlijden van de laatste voormalig bewoonster in 1843 ging het begijnhof volledig in de stad op. Een dertigtal jaren later woedde een stevige brand in de begijnhofkerk – onder invloed van herstellingen! – waardoor het dak en de gewelven verdwenen. Pas in 1997 zullen werken uitgevoerd worden om de overgebleven ruïne zo goed mogelijk te verstevigen en, samen met de vroegere begijnhoftuin, als monument te laten voortbestaan.

© Debby Van Linden

Bron: Heirman, M. (2001). Langs Vlaamse begijnhoven. Uitgeverij Davidsonds, Leuven.

Advertisements

Herstorisch Gent – het ‘oude’ hof: van glorieuze vrouwenstad naar ontmantelde wijk

In de 13e eeuw woonden er reeds begijnen te Gent: sommige alleen en anderen in groepsverband, zoals de begijnen op het Sint-Aubertushofje* of de begijnen die in de nabijheid van de Bijloke-abdij leefden. Deze laatsten hadden hun grondgebied door tussenkomst en geldelijke steun van gravin Johanna van Constantinopel bekomen. Diezelfde gravin zal hun in 1236 nogmaals helpen bij het bekomen van ‘Broeck’, een groter gebied dan het vorige, om een begijnhof neer te poten.

Provenierstersstraat - sfeerbeeld.

Provenierstersstraat – sfeerbeeld.

In het begin van de 14e eeuw telt het hof een honderd huizen met een veelvoud aan begijnen. Het Concilie van Vienne in 1311 zal de begijnenbeweging fel terugdringen, gelukkig worden de Gentse begijnen ontzien door de tussenkomst van o.a. graaf van Bethune.

Sfeerbeeld van de Begijnhofdries.

Sfeerbeeld van de Begijnhofdries.

In de 16e eeuw teistert de Beeldenstorm en het calvinistisch bestuur het katholicisme: het interieur van de begijnhofkerk word beschadigd en soldaten namen een deel van de huizen in ter verblijfplaats. De 17e eeuw, net als op vele hoven, kondigt een grote bloeiperiode aan: het vrouwenaantal verdubbelde tot 800 en de huizen werden verbouwd. Het begijnhof straalde in grootsheid en grandeur door de vele conventshuizen en de enorme begijnhofpoort.

Conventshuis 'Heilige Kristina'.

Conventshuis ‘Heilige Kristina’.

Een eeuw later zullen de Fransen ervoor zorgen dat het hof in handen komt van de Commissie der Burgerlijke Godshuizen en als dusdanig tot stadseigendom gemaakt wordt. In de daaropvolgende regeerperiode van Willem I beschermde het stadsbestuur de begijnen nog door de verkregen regels, met als doel ‘het doen uitdoven van het begijnenwezen’, niet in de praktijk te brengen. De Belgische onafhankelijkheid veranderde hun houding: hun ideëen tot stadsontwikkeling leidde tot het dempen van de aanliggende gracht en de verkoop van omliggend grondgebied. De begijnen zagen hun hof dag per dag verdwijnen… ‘redder in nood’ was hertog van Arenberg: hij liet in het aanliggende dorp Sint-Amandsberg een nieuw begijnhof bouwen. De laatste begijnen vertrokken richting nieuwe woonplaats in 1874.

P1030767

Begijnhofpoort aan de Bijloke-abdij, gelegen aan de ringkant.

Raar maar waar, sindsdien liet het stadsbestuur het hof bijna ongemoeid: enkel de begijnhofpoort werd afgebroken en weer opgebouwd aan de Bijloke-abdij – en zo kreeg de begijnen, weliswaar onbedoeld, toch nog iets terug op hun ontstaansplaats…

Ingangspoort van de begijnhofkerk met Sint-Elisabeth in de nis.

Ingangspoort van de begijnhofkerk met Sint-Elisabeth in de nis.

De vele conventshuizen, de begijnhofkerk en vooral het Provenierstersstraatje zijn aan te raden bezienswaardigheden op dit Gentse hof.

© Debby Van Linden

*Heden het hotel ‘Poortackere’ gelegen aan de Oude Houtlei.

Herstorisch Antwerpen: stadsoase met een woelige geschiedenis

Midden dertiende eeuw vestigen de Antwerpse begijnen zich op een stuk grond buiten de stadsmuren, nu de Begijnenvest aan het Kiel genoemd. Op hun ‘Curtis Sion’, zoals ze hun hof noemden, hadden ze een eigen kerk, infirmerie en tevens eigen bestuur, met steun van de bisschop en hertog Jan I. Drie eeuwen later zal het begijnhof afgebrand worden: de Gelderse troepen bedreigen de stad waardoor de ‘verschroeide aarde’-techniek wordt ingezet om de vijand geen onderkomen buiten de stadsmuren te gunnen.

Het huidige hof aan de Rodesraat.

Het huidige hof aan de Rodesraat.

De begijnen besluiten zich vervolgens binnen de stad te vestigen, op de huidige locatie aan de Rodestraat. De aankoop van de grond vind plaats in 1545 om een jaar later de eerste woningen en kerk in te wijden. De 16e eeuw wordt, op een korte periode van Calvinistische bestuur na, gekenmerkt door grote bloei: meer dan 200 begijnen wonen en werken op het hof dat de gehele streek van de Rodestraat omvat. De inval van de Fransen zorgde echter voor een kentering: de vrouwen moeten het hof verlaten en het ‘achterhof’ (het gedeelte dat begint achter de kerk en eindigt aan de Paardenmarkt) wordt verkocht. Na de Franse Revolutie slagen de begijnen erin het hof terug in bezit te krijgen en breekt wederom een bloeiperiode aan: de huizen werden vernieuwd en een nieuwe begijnhofpoort rees uit de grond.

P1070037

Huidige begijnhofpoort met in de nis Begga.

In de 19e eeuw knabbelde men nog een stuk van het hof, gewijd aan Catharina, af: de infirmerie en een aantal huizen werden verkocht. De begijnen konden gelukkig de rest in hun bezit krijgen. Tevens lieten ze hun kerk vervangen door een nieuwe (1827-1830). De twintigste eeuw toont duidelijk het dalend aantal begijnen: juffrouw Virginie Laeremans, de laatste Antwerpse begijn, overleed in 1986. Restauraties van het hof vinden plaats in 1901, 1970 en vandaag de dag.

P1060888

Ingangspoort van de begijnhofkerk.

Blikvangers op het begijnhof* zijn, zonder twijfel, de groteske begijnhofpoort, de tuin en de eenvoudige, doch prachtige begijnhofkerk, waar Begga – sterk vereerd op dit hof – een centrale plaats inneemt.

Bronnen:

‘Het begijnhof van Antwerpen’ door M. Palinckx (2011) – uitgewerkte brochure.

Olyslager, W.A. (1990).750 jaar begijnen te Antwerpen. Uitgeverij Pelckmans, Kapellen.

*Het Antwerpse begijnhof was tot voor kort een grote onbekende voor mij. Heden behoort deze parel tot één van mijn meest geliefde en bezielde hoven.

De stille ontkiemingsplaats in Antwerpen…

Bij de eerste passen doorheen de poort in de Rodestraat voelde ik het meteen: ‘thuis‘.

P1060913

Door de poort gaande en na een blik op het mij ondertussen vertrouwde bordje ‘manspersonen na zes uur’ – het had mij een tijd geleden nieuwsgierig genoeg gemaakt om naar deze plek te komen-opende het hof zich.

P1060910

P1060898

apenAnjabkerk

Begijnhofkerk-altaar. Foto door Anja Vandervelpen, met toestemming overgenomen.

Als vanzelf begon ik aan een wandeling langs de huizen en ging de kerk** binnen. Ik nam een paar minuten de tijd om in de stilte de beelden die het vrouwelijk goddellijke representeerden in me op te nemen. Begga schitterde vooraan, boven het altaar, en achteraan in het glasraam.

Foto door Anja Vandervelpen - met toestemming overgenomen.

Foto door Anja Vandervelpen* – met toestemming overgenomen.

WP_001891

Zonder nog rekening te houden met de tijd, genoot ik van de begijnhoftuin, het kleine steegje naast het groothuis en de vrouwen die me in beeltenis omringden: Catharina en Barbara.

Heilige Barbara.

Heilige Barbara.

P1070034

Catharina, patrones van de filosofie.

Catharina, patrones van de filosofie.

Ik besefte dat dit hof zich in mijn geheugen had gegrift en er niet meer uit zou vertrekken: vanuit deze ontkiemingsplaats vond ik een (Vlaams) aanknopingspunt naar zowel Herstory als de representatie van het vrouwelijk goddelijke en de begijnen met hun herstorische geschiedenis: het begin van een levensomwenteling met een ‘no return – ticket’.

Foto door Anja Vandervelpen.

Foto door Anja Vandervelpen.

Ik zal hier nog vaak terugkomen.‘ waren de woorden die onmiddellijk tot me kwamen. En terwijl ik naar de poort liep, overviel me een grote gevoel van dankbaarheid… voor de momenten van (hard) zoeken en wroeten, voor ‘vinden’, voor de vrouwenwijsheid die hier aanwezig was, voor de queeste zelf – op datzelfde moment zei ik met overgave ‘ja‘ tegen de laatste twee hoven die deze tocht rijk was…

© Debby Van Linden

*Hierbij wens ik Anja Vandervelpen oprecht te bedanken voor het voor het gebruik van haar prachtige foto’s die de bezielende sfeer van het Antwerpse hof schitterend tot uiting brengen.

**Tevens een woord van dank aan mevrouw Marleen Palinckx en meneer Jos Lecocq voor hun fijne ontvangst en hun zorg voor en rondleiding in de begijnhofkerk.

Herstorisch Amsterdam: onderduiken in de ‘schuilkerk’

Reeds lang voor een eerste schriftelijke vermelding bestonden er al begijnen, zo ook in Amsterdam. In 1307 komt de naam ‘begijnen’ voor in de Baljuw-rekening van Amstelland en in 1346 schrijft men over een ‘Beghynhuys’. Op het einde van de 14e eeuw zal Albrecht van Beyeren de begijnen in bescherming nemen, de hofstatuten bekrachtigen en enkele leefregels naar voren schuiven. Het hof was toen redelijk klein, tot waar nu de Begijnensteeg ligt.

P1060370

Ingang van het hof langs de Gedempte begijnengracht.

Begin 15e eeuw breidt het hof uit aan de zuidelijke zijde, tot aan het huidige Spui. Twee stadsbranden, één in 1421 en één in 1452, verwoesten de Mariakapel en een hofgedeelte. De begijnen laten de wederopbouw met gebruik van steen gebeuren. In het begin van de 16e eeuw breidt het hof nogmaals uit: deze keer tot aan de huidige Nieuwezijds Voorburgwal. Op het einde van deze eeuw nemen de calvinisten de macht van de katholieken over in Amsterdam: de begijnen zien hun kerk overgaan in protestantse handen. Ze besluiten hun religieuze bijeenkomsten in een ‘schuilkerk’ te laten doorgaan: eerst afwisselend bij elkaar in huis, erna worden twee huizen samengevoegd tot kerk – het stadsbestuur keurt deze ‘kerkbouw’ goed mits aan de buitenkant niet te merken is dat op die plaats een kerk staat.

P1060409

In de 17e en 18e eeuw heeft het hof verschillende malen meer weg van een bouwwerf: een aantal huizen worden afgebroken en opnieuw gebouwd, gevels worden vervangen en de kerk wordt uitgebreidt en van nieuwe glasramen voorzien.

'Het houten huis' -in het zwart- één van de weinige huizen met houten evel.

‘Het houten huis’ -in het zwart- één van de weinige huizen met houten gevel.

In de periode 1984-1987 wordt het gehele hof gerestaureerd en draagt prinses Juliana het begijnhof over aan de Stichting Begijnhof, deze verhuurt de hofhuizen aan 93 vrouwen. De laatste Amsterdamse begijn overlijdt in 1971.

Tweede toegangspoort van het begijnhof langs het Spui, met Ursula als bescherm-en mantelheilige.

Tweede toegangspoort van het begijnhof langs het Spui, met Ursula als bescherm-en mantelheilige.

Het begijnhof is overdag te bezoeken: de begijnhofkerk en een gedeelte van het hof zijn bewandelbaar.

Torenhoge huizen in Amsterdam…

Waar Breda een rustige, gezellige stad was, ademde Amsterdam drukte en grootsheid uit. De poort langs de Begijnensteeg ingaande, volgde een tweede poort langs de Gedempte begijnengracht, waarna het hof zich openbaarde.

adamikke

Het begijnhof kwam me anders dan alle andere hoven over: torenhoge huizen met een centraal plein (dat deels niet toegankelijk is voor bezoekers).

adamwittehekjes

Naast de rust en stilte op het binnenplein en in de kapel, mistte ik de specifieke begijnenspirit. Ik merkte geen connectie met het hof te hebben en wilde dit ook niet forceren: ik had ondertussen geleerd ‘als het er niet is, is het er niet.’Op het informatiebord aan de ingang vond ik geen spoor terug van de onafhankelijke en intelligente vrouwen die zij destijds waren.

P1060402

Ook het klassieke beeld van de begijn met het monialenhabijt kwam hier letterlijk en figuurlijk terug. Ik besloot het hof langs de andere kant te verkennen en vond een beeld dat voor mij wél vrouwenkracht uitdroeg: de mantelheilige Sint-Ursula, hangende boven de ingangsdeur langs de stadskant.

P1060412

Ursula deed me sterk denken aan Begga, beschermvrouwe van de begijnen en begaarden: een soort oermoeder die waakt over haar kinderen, met haar sterrenmantel als beschermend omhulsel.

Op terugweg naar huis, terwijl de moeheid van een weekend Nederland zich over mijn ogen neervleidde, besefte ik nog net dat het einde van ‘de queeste’ in zicht kwam: drie vrouwenstadjes restten me nog…

© Debby Van Linden

Herstorisch erfgoed…

Tijdens mijn queeste langs de begijnhoven van Vlaanderen en Nederland, verbreedde en verdiepte mijn interesse zich: ik wilde mijn honger naar geschiedenis van en over sterke vrouwen verder voeden, besefte dat erf-goed ook ons lichaam betrof, dat het goddellijk vrouwelijke zoveel meer inhield indien ik buiten mijn eigen cultuur keek,… kortom, de term ‘erfgoed kreeg een andere betekenis.

Erfgoed als vrouw: van meisje naar moeder naar wijze vrouw.

Ons erf-goed als vrouw: van meisje naar moeder naar wijze vrouw – psychisch, lichamelijk, symbolisch, maandelijks.

Na even mijn opzoekwerk te hebben laten sudderen besloot ik een tweede blog te construeren waarin ik bovengenoemde herstorische thema’s aan bod laat komen. Het resultaat ervan tref je hier, eveneens kan je volgen via de facebookpagina.

Komende zondag, 26 april, gaat Erfgoeddag door. Vrouwenkracht komt aan bod bij de Liberale Vrouwen -‘Mijn feministisch erfgoed’ te Brussel -en op het Anderlechtse begijnhof.