Brusselse madammen…

Op weg naar het begijnhof kruistten drie madammen mijn weg: de eerste, de vrolijk plassende Jeanneke, herinnerde ik me vanuit mijn studententijd. Nu bekeek ik haar anders: haar guitigheid en schaamteloosheid vielen mij op. Ik merkte hoe verschillend meisjes en jongens in onze cultuur geleerd wordt hun geslachtsdelen te benoemen en ermee om te gaan: schaamte versus trots*.

BXLJeannekeKur

Gabriëlle Petit kwam me op het Sint-Jansplein tegemoet: deze Belgische vrouw, fier en trots afgebeeld, spioneerde tijdens de eerste W.O. voor de Britse inlichtingendienst. Haar doorzettingsvermogen nam ik met me mee: weer een stukje Herstory dat ik kon weven aan het mentale deken van vrouwenkracht dat mijn queeste symboliseerde.

P1060001

De Magdalenakapel fascineerde me enorm: een kerk werd naar haar genoemd en binnenin was er, op een beeldje na, nauwelijks iets terug te vinden over haar leven. In de begijnhofkerk van Sint-Truiden was ze mij bijgebleven, net als in Mechelen: wat was dat toch met haar? Ter plekke besloot ik haar geschiedenis te gaan doorzoeken, na mijn huidig speurwerk naar Maria als Moedergodin.

P1060006

Voor ik het wist, stond ik op het begijnhof: geen poort, geen overgang, enkel een plein met recht voor me de kerk. In het groteske gebouw, vooral bekend om de opvang van asielzoekers, was nog een spoor begijnenspirit aanwezig: naast wat geschiedkundige informatie, een paar beelden en een schilderij van Begga, vond ik een plan van het oorspronkelijke hof. Na één blik erop te werpen werd het me duidelijk: dit moet een rijk begijnhof geweest zijn.

P1060016

BXLkerkvroegerKurt

Bij het schemerduister wandelde ik langs de vroegere infirmerie van het begijnhof het plein rond, de straten in, tot het duister werd. Een gevoel van treurnis kwam op: na de laatste hoven met veel ‘moderniteitsingrepen’ en/of afbraak te hebben gezien, snakte ik naar een ‘echt‘ begijnhof: eentje met poort én besloten hof én bezieling…

BXLKurtikke

P1060033

© Debby Van Linden

* Bij een later bezoek aan Jeanne te Brussel kon ik toevallig meeluisteren met een gids (met mooi Brits accent!). Hij stelde de voor mij intrigerende vraag: ‘Er worden hier beeldjes van Manneke Pis verkocht, doch geen enkel van Jeanneke! Wat zegt dit over ons beeld van de vrouw in onze patriarchale maatschappij?’ Ik heb deze gids hartelijk bedankt en de woordspeling ‘Herstory’ toegelicht.

Advertisements

Herstorisch Aalst: ontzielde glorie

Op de gronden van het Boudenaershof verenigden de begijnen zich rond 1260 om vier jaar later adellijke bekrachtiging door gravin Margaretha van Constantinopel te ontvangen. Op het hof werd vervolgens duchtig gebouwd: een infirmerie en kerk kwamen tot stand.

In de 16e eeuw werd bijna het hele begijnhof vernield door de Geuzen. Het stadsbestuur zorgde voor financiële middelen tot wederopbouw. Ook voor de Aalsterse begijnen betekende de 17e eeuw een grote bloeiperiode: het hof breidde uit en het begijnenaantal steeg. In de daaropvolgende eeuw zullen de Fransen de kerk innemen en als feestzaal gebruiken, zeer tegen de zin van de begijnen. Begin 19e eeuw herstelde de rust zich: de begijnen kregen hun kerk terug en het begijnenaantal steeg tot een tachtigtal. Deze periode was echter niet van lange duur: het hof werd in 1870 aangekocht door baron della Faille. Deze gaf de begijnen woonrecht tegen een hoge vergoeding.

De 20e eeuw betekende ontzieling en verval op alle vlakken: het hof werd aangekocht door de Maatschappij voor Goedkope Woningen die tussen 1952 en 1959 bijna alle huizen liet afbreken en vervangen door nieuwbouw. De vlakbijgelegen torens van de industriezone veroorzaken sterke geur-en lawaaihinder en ontzielen het uitzicht op het hof.

poortAA

foto uit de collectie van de familie Renneboog

De neogotische begijnhofpoort bestaat niet meer, nu rest slechts een doorgang tussen twee flatgebouwen. Aan de overhant van de voormalige poort treffen we de pastorie, tijdens ons bezoek te koop aangeboden. Links valt het groothuis op, een Mariabeeldje pronkt in de nis boven de toegangsdeur. Dit gebouw, samen met de huizen met nummers 41 en 42, zijn de enige overblijvende begijnhofhuizen.

P1050483

P1050479

P1050473

Centraal ligt de kapel, gewijd aan Sint-Antonius. Dit bedehuisje werd gebouwd op het graf van begijn Johanna Dedemaecker. Deze vrouw koos voor een leven van strenge ascese en matigheid. Door haar rotsvast geloof zou ze ziekte en pijn door middel van handopleging hebben kunnen genezen. Al deze eigenschappen leidden tot een groot ontzag bij haar zuster-begijnen wat zich uitte in de bouw van een eerbiedige plaats ter nagedachtenis.

P1050445

P1050454

De kerk, gewijd aan Sint-Catharina, begon men te bouwen in 1786 en werd niet lang voor de Franse inval voltooid. Het hoofdaltaar is afkomstig uit een ander bedehuis. Op het moment van ons bezoek werden hier restauaratiewerken uitgevoerd.

Aalst: schrijnend dieptepunt

Na de Leuvense ontdekkingen, wandelden we richting begijnhof, een klein eindje van de stadskern van Aalst vandaan. Wat stond ons te wachten?

Het hof naderende, kwam een sterke, industriële geur van de fabriekstorens vlak achter het hof ons tegemoet. De doorgang binnengaande, bleef ik abdrupt staan: ‘Was dit een begijnhof?’ Het huilen stond me nader dan het lachen. Het groothuis, een kapelletje, de kerk en twee ‘gewone’ huizen waren nog over van dit immense terrein. De woningen waren vervangen door nieuwbouw, de fabrieksschouwen verpestten het uitzicht. De identiteit, de beslotenheid, de sereniteit,  allemaal uitgewist… verdwenen…

AAkapel

beggaAA

De kapel boodt even ademruimte. Begga preikte in het glasraam boven me. Terwijl ik rondkeek, merkte ik hoeveel zorg deze ruimte kreeg: een foldertje aan de deur maake duidelijk dat het onderhoud door een bewoonster van het hof gebeurde. Aangezien deze niet thuis was, stopte ik een briefje met een waarderende boodschap in de brievenbus.

P1050456

kerkAAbinnen

Aan de kerk waren verbouwingswerken aan de gang: binnengaande merke ik dat nog een stukje van het altaar (voorlopig?) intact was; een schilderij met Catharina en Begga hing te pronken.

beggabeeldAa

Buitenkomende ontmoette ik nogmaals Begga, deze keer in beeldvorm, verwaarloosd en aangetast.

AApoortje

Na het achterpoortje van het hof doorgewandeld te hebben, verliet ik teleurgesteld en aangedaan het hof.

Op terugweg passeerden we een winkel met oude boeken. Een aantal ervan lagen buiten op een tafel. Bij het lukraak doorbladeren, vond ik plots een aantal afbeeldingen* van het begijnhof in oorspronkelijke staat. De bijhorende tekst begreep mijn gevoel met de woorden ‘Eén van de belangrijkste geschiedkundige plaatsen van de stad verdween voorgoed. Menig Aalstenaar denk met weemoed terug aan wat misschien wel het mooiste plekje van de stad had kunnen worden.’) Een klein spoor, een klein beetje vreugde om wat had kunnen zijn…

hofvroegerAA P1050490

* De zwart-wit foto’s komen uit de verzameling van Godelieve en Jerome Renneboog.

Herstorisch Aarschot: ontzieling

Het Aarschotse begijnhof werd in 1259 officieel gesticht door een schenking van hertog Hendrik de derde. Deze en andere geldsommen werden gebruikt om een kerk, infirmerie en een aantal pachthoven en gronden aan te werven aan de Demer. Om deze gronden te beschermen tegen overstromingsgevaar werden dijken rondom aangelegd, vandaar de naam van het aanliggende dorp, Begijnendijk.

Na deze periode van bloei en welvaart, brak een mindere periode aan: een brand en verwoesting in de 16e eeuw deed het begijnhof bijna volledig verdwijnen. De beweging herstelde zich en liet alles heropbouwen, waardoor in de daaropvolgende eeuw een tweede bloeiperiode aanbrak. De Franse bezetting maakte echter definitief een einde aan nieuwe intredingen en uitbreidingen, waardoor de honderdtal begijnen langzamerhand uitdunden. Een volledige ontzieling van het hof kwam vier jaar na het overlijden van de laatste begijn: in 1860 werd een nieuwe straat dwars door het begijnhof aangelegd. De kerk, begijnhofpoort en een deel van de infirmerieschuur werden weggeveegd om plaats te maken voor de huidige Stationsstraat. Het besloten karakter van het begijnhof ging hiermee definitief teloor.

De huizenrij die dienst doet als bejaardenwoningen.

De huizenrij die dienst doet als bejaardenwoningen.

Prachtige restauratie van een kleine huizenrij.

Prachtige restauratie van een kleine huizenrij.

De huizenrij voor de Onze-Lieve-Vrouwekerk heeft nu een functie als bejaardenwoningen. Een aantal gevels vertonen de pracht van restauratiewerken, de ‘moderne’ woonblokken aan de andere kant van het begijnhof ontzielen echter het totale plaatje van wat ooit een prachtig begijnhof was…

Bron: Heirman, M. , Langs Vlaamse begijnhoven.

Aarschot (1):ontzieling

Na mooie ervaringen in Mechelen en Lier beenden wij onze weg naar het begijnhof van Aarschot. Ontsteld bleef ik staan op wat ooit een begijnhof moest geweest zijn: de hoge muren waren weg, er liep een straat dwars door het vroegere hof, de kerk en het infirmeriegebouw waren verdwenen, verbouwingen waren aan de gang…

bouwwerfAarschot

Mijn woede en teleurstelling omtrent de afbraak staken de kop op, ‘ontzieling’ was het meest passende woord dat bij me opkwam. De enkele conventshuizen en de overblijvende huizenrij met mooi aangelegde voorjaarsbloeiers kon mijn ontgoocheling niet rechttrekken.

begijnhofAarschotoverview

De twee delen doorwandelende, trof ik een ‘eerbetoon-begijnbeeld’ dat perfect weergaf wat ontzieling met dit hof had gedaan: het economisch gewin werd verkozen boven menselijkheid, zorg en spiritualiteit met als gevolg diepe tristesse.

begijnbeeldAarschot