Terugblik op 2017 – Looking back on 2017

(in English: see below)

Het afgelopen jaar 2017 stond in het teken van het verder uitdragen van  het begijnenerfgoed via onderzoek voor ‘Wijze vrouwen’, het geven van vertelwandelingen en lezingen en, daarbovenop, een begijnse protestactie.

Doorheen het Vlaamse land

Vanuit het Groot Begijnhof – universitair Woonerf KU Leuven werd in januari onderzoek naar de begijnhoven van Vlaams-Brabant aangepakt, waarbij de rijkdom van nabijgelegen archieven en universiteitsbibliotheken die deze stad rijk is, werd ontdekt. Na de verwerking van alle gegevens, bij het opduiken van de eerste lentebloeiers, spoorde het ‘Wijze vrouwen’-onderzoek richting gastvrije Kempen en Breda. Tijdens de zomerperiode pluisde ik de archieven van de Mechelse vrouwensteden en deze van het begijnhof van Antwerpen uit. Terwijl het jaar op haar laatste benen liep, treinde ik naar de Brusselse regio.

Erfgoed uitdragen

Verenigingen toonden interesse in het begijnenerfgoed: via een lezing en/of vertelwandeling vernamen zij meer over de revolutionaire vrouwen die acht eeuwen geschiedenis schreven.

zilverenpasserfebruariKrijk

Lezing met aansluitende rondleiding door het Belevingscentrum – begijnhof Kortrijk voor de damesgroep ‘de Zilveren Passer v.z.w.’ Copyright foto: D. Van Linden

Actie ondernemen

Tegen de betuttelende, geïnfantiseerde benoeming van begijnen in de tekst bij de straatnaam van begijn Marcella Van Hoecke ondernamen mevrouw Cécile Van Ooteghem, lid Raad van Bestuur van het Groot Begijnhof Sint-Amandsberg, en ikzelf actie. In tandem werkende én met vele steunende handtekeningen, bereikten we dat ‘begijntje’ ‘begijn’ geworden is op het straatnaambord.

fotoBArtbijGoethals

Links eerste initiatiefneemster mevrouw Cécile Van Ooteghem, rechts tweede initiatiefneemster Debby Van Linden, met in het midden het portret van de laatste grootjuffrouw Josepha Goethals (Mattekeskamer, Groot Begijnhof Sint-Amandsberg). Foto copyright: B. Stevens.

2017 was een bewogen jaar. Met hetzelfde enthousiasme, vanuit dezelfde ‘ongebonden verbonden’ – houding als vertrekpunt en met een warme appreciatie voor samenwerking en steun in een begijns kader worden de eerste stappen in 2018 gezet…

(in English)

The past year 2017 was dedicated to carrying forward the heritage of the beguines. The main task was the research for ‘Wise women’, occasionally and on request guide tours and readings providing. When the city of Ghent took a decision on the beguine past, there was protest and action taken to change the representation of them.

Crossing Flanders

Starting in January I did research on the beguinages of the Flemish part of Brabant. Staying at the Large Beguinage University Residency University of Leuven I lived closely to archives and libraries. By spring I visited the part of north-Flanders, crossing the border to study the beguinage of Breda. During summer the Belgian rails brought me to Mechelen and Antwerp. The last few weeks of 2017 I turned to the Brussels area.

Carrying forward their heritage

On request I provided guide tours or lectures for a local circle or assembly. They had the chance to know a lot more about the revolutionary women called ‘beguines’.

zilverenpasserfebruariKrijk

Lecture and guide tour through The Experience Center for the ladies group  ‘de Zilveren Passer v.z.w.’ – beguinage of Kortrijk. Copyright foto: D. Van Linden

Action needed

When the Council of Ghent dediced to use ‘little beguine’ on a new street name, action was taken by lady Cécile Van Ooteghem, member of the Board of the Large beguinage of Sint-Amandsberg, and myself. Supported by many signatures we reached our goal: ‘beguine’ will be put on the street name of Marcella Van Hoecke, last beguine of Ghent.

fotoBArtbijGoethals

On the left first representative lady Cécile Van Ooteghem, on the right second representative Debby Van Linden, in the middle a portrait of the last misstress Josepha Goethals (Mattekeskamer, Groot Begijnhof Sint-Amandsberg). Foto copyright: B. Stevens.

2017 was a year filled with a strong engagement for the beguine heritage. With the same spirit, ‘boundless and connected’ as key words in attitude and with appreciation for cooperation and helping hands, I reach out to 2018.

Copyright tekst/text: Debby Van Linden.

Terugblik op 2015 – Looking back on 2015

(English: scroll down, please.)

Eerst en vooral wens ik u een gelukkig en voorspoedig begijnengoed jaar 2016!

Het nieuwe jaar open ik graag met een terugblik op het voorbije…

Bezoeken

2015 begon met het bezoek van de begijnhoven van Tongeren en Sint-Truiden, de laatsten van de Limburgse poot van de begijnhovenqueeste. Daarna waren de restanten van de Brusselse vrouwenstad en het pittoreske Anderlechtse hof aan de beurt. Vervolgens staken we de grens over richting Duitsland voor een driedaags bezoek een het Hildegardklooster.

adamikke

Bezoek aan het begijnhof van Amsterdam.

De hoven van onze noorderburen waren een aangename verrassing: Breda en Amsterdam hadden zo hun eigen charmes. De lente werd via een tussenstop aan het Brugse hof aanschouwd. Antwerpen, Gent en Tienen vormden de allerlaatste queestehaltes, om vlak erna een ‘return’ te maken naar de plek waar het ooit allemaal begonnen was: Mechelen.

Na een terugblik, gevolgd door een deugddoende vakantie besloten het begijnenvirus en ik, inmiddels goede vriendinnen geworden, dat we nog niet uitverteld waren…

…en verspreiden door te lezen, te schrijven en te verhalen…

Blog Debby IMG_9294 02

Lezing in het Kortrijkse begijnhof (foto: W. Vandamme – met dank voor gebruik)

2015 betekende ook een jaar van uitdragen: via vertelwandelingen, schrijf-en opzoekwerk bracht ik het begijnenerfgoed bij ‘Mieke en allevrouw’ alsook ‘Jan en alleman’: o.a. een artikel in de Begijnhofkrant van Turnhout, publicaties in ‘Ons Begijnhof’, vertelwandelingen en een lezing.

P1070198

Vertelwandeling gevende op het begijnhof van Sint-Amandsberg.

Daarnaast verscheen de facebookpagina ‘begijnhovenqueeste‘ met als doel begijnhoofs nieuws samen te brengen.

…naar het openen van een nieuw jaar 2016!

Begijnhovenqueeste blijft schrijven, met dezelfde formule én de toevoeging van langere artikels: een begijnenthema wordt al eens dieper uitgespit en gekruid met vurige pittigheid, krachtige kwetsbaarheid of een stillere-dan-stil-stilte.

De wijze vrouwen bleven en blijven me boeien…

© Debby Van Linden

 

First of all I would like to wish you a happy New Beguine Year 2016!

I would like to open this new year looking back on 2015…

Visiting

2015 started with visiting the beguinages of Tongeren and Sint-Truiden, the last ones from the Limburg part my quest of beguinages. After that I saw the women cities of Brussels and Anderlecht. A long drive to Germany showed me the spirit and teaching of the nuns at the monastry of Hildegard.

adamikke

Visiting the beguinage of Amsterdam.

Travelling didn’t stop as I visited the Netherlands: the beguinages of Breda and Amsterdam were surprsingly beautiful! Spring came and this meant a visit to the beguinage of Bruges to see the field of narcis flowers. AntwerpGent en Tienen were the last stops on my quest, making a return to the place were it all once started: Mechelen.

After looking back on this journey, followed by a holiday, me and my passion for the wise women – we had become good friends by then- decided to go on writing and telling about this herstory.

and bringing knowlegde to people by writing, guiding and telling… 

Blog Debby IMG_9294 02

Giving a lecture at the beguinage of Kortrijk (picture by W. Vandamme – thank you for providing).

2015 was a year of bringing the wise women in public: through guide tours, research and writing I reached out to people: e.g. an article in the Beguine Newspaper of Turnhout and Ghent,  guide tours and a lecture.

P1070198

Summer 2015: telling about the wise women at the beguinage of Sint-Amandsberg.

Honouring the wise women I decided to make a facebookpage dedicated to them: on ‘begijnhovenqueeste‘ I provide news and information about them, about their past and their heritage in these times.

…opening a new year 2016!

Community of beguine news keeps on writing! In this new year I will add longer articles about a specific beguine theme, diving  deeper into subjects, adding a slice of silence, spiciness and the power of vulnerability.

My passion for the beguines is here to stay…

© Debby Van Linden

 

De queeste: een terugblik (3): de ‘feiten’-weg

Verwoven met persoonlijke veranderingen en de mensen die ik onderweg ontmoette, slokte ik een arsenaal aan kennis op dat zich leek te branden in mijn geheugen: 800 jaar begijnengeschiedenis bleek een banket van verschillende gangen en bijgerechten qua kennisdomeinen in te houden die elk om research vroegen:

the-book-of-love

  • ‘Wie waren al die heiligen op de hoven en waarom waren ze voor de begijnen zo belangrijk?’ Ik verdiepte mij in christelijke legendes, vitae, rituelen en bijbelse taferelen.Tegelijkertijd kwamen vele nieuwe vragen op: ‘Waarom hadden de begijnen ook beelden van Anna, de moeder van Maria, terwijl over deze eerste met geen woord in de bijbel gerept wordt?’ Ik slokte ‘officiële’ en ‘volkse’ christelijke feiten op en ontdekte vroegere religievormen.
  • Begijnen schreven… en hoe! Op de middelbare school had ik kennisgemaakt met het oud-Nederlands en bespraken we een klein fragment uit Hadewijch‘s teksten ter illustratie. Nu zette ik me aan haar gedichten en liederen, vervolgens aan ‘Seven manieren van Minnen’ en ‘The mirror of simple souls’*- de (minne)mystiek intrigeerde me. Al snel werden me twee zaken duidelijk: dit was ‘zeer stevige pap’ en de ingrediënten om dit te doorspitten, bestonden uit: een helder hoofd, een paar keer herlezen en een houding om de woorden even los te laten en zo te laten meeresoneren gedurende de rest van de dag**. Vanaf het moment dat ik vanuit het hart begon te lezen, kregen de teksten een andere dimensie en kon ik de woorden vatten: een ‘nieuwe deur’ ging open.
  • Elk begijnhof had zo haar specifieke bouwstijl en opvallende eigenaardigheden: dankzij een vriendin met architectuurkennis kreeg ik een snelcursus in stijlkenmerken, specifieke eigenschappen per stroming, de opbouw van een kerk,… ik kreeg m.a.w. een ‘nieuwe bril’ op mijn neus geschoven.
  • Het dagelijks reilen en zeilen op het hof was geen sinecure: ik bestudeerde de verschillende taken, functies, gebouwen en werkzaamheden van de vrouwensteden en merkte al snel dat de begijnen echte bedrijfsleiders waren: zo onderhandelden ze bv. met handelslui over de prijzen van hun produkten of diensten (bier, was- en herstelwerk van kledij,…) . Ik kreeg een grote bewondering voor de taak van de grootjuffrouw – een hedendaagse CEO: de boekhouding verzorgen (verkoop en aankoop van huizen, restauraties, verbouwingen, loonuitbetalingen, erfenissen,…) toezien op de conventsmeesteressen en kosteres, onderhandelen met derden (afgevaardigden van allerlei rang en stand), vergaderingen organiseren, bemiddelen tot ingrijpen bij conflicten,… De titel ‘grootjuffrouw’ was niet voor doetjes: een hof, waarin een tiental tot paar honderd vrouwen dagelijks werkten en leefden, als efficiënt en democratisch systeem ‘runnen‘ vroeg om pure vrouwenkracht.
  • Alhoewel het gebied van ‘(vriendjes)politieke en economische geschiedenis‘ mij eerst het minst interesseerde, leerde ik snel de waarde ervan inzien: bepaalde beslissingen (pauselijke, stadsgebonden,…) hebben een stevige impact gehad op de belevingswereld van de begijnen – zowel per stad als voor het vroegere Vlaanderen. Zonder de steun van bv. gravin Johanna van Constantinopel zouden bepaalde hoven mogelijk nooit tot stand gekomen zijn.

Bij het aan elkaar knopen en integreren van deze feitenhoeveelheid nam ik steeds dezelfde vraag in gedachte: ‘Hoe is deze informatie van invloed geweest op het begijn(hoof)se leven van toen?’ Het resultaat van deze ‘feitenweg’ op mijn queeste toonde zich: ik veranderde van complete leek tot bezielde onderzoekster.

© Debby Van Linden

* resp. werken van Beatrijs van Nazareth en Margerite Poréte.

** Deze vorm van lezen wordt ook ‘lectio divina’ genoemd.

De queeste: een terugblik (2): de ‘mensen’-weg

Een weg afleggen, draagt veranderingen in zich die zich weerspiegelen op verschillende vlakken…

Stad en land afreizende, begijnhoven bezoeken, durven vragen stellen, een blog schrijven,… onderweg kwam ik heel wat mensen tegen die kort of langer bleven…

Onderweg

Terugkijkende besef ik aan een ellenlange lijst te komen als ik naga waar een ontmoeting van betekenis was: de alleszeggende blik van de non in Brugge, het kerkbezoek in Herentals, een begijnenboek als cadeau uit handen van een vriendin – ‘toevallig gevonden’, de Klantvriendelijke service in ‘De Slegte‘, de gepaste informatie bij het zoeken naar ‘Maria‘, de mensen die naar mijn eerste lezing kwamen, een enthousiaste verwelkoming op een toeristische dienst,… u had tijd, woorden, thee, enthousiasme, een tip, realiteitszin, een gegeven grens, een vraag, een sleutel, een boek,… voor mij: dank u wel!

Het Anderlechtse begijnhof: de ontmoeting met Daniëlle werd een stap naar nieuwe 'begijnenvriendschappen'.

Het Anderlechtse begijnhof: de ontmoeting met Daniëlle werd een stap naar nieuwe ‘begijnenvriendschappen’.

Vanuit mijn queeste deed zich een verschuiving voor in mijn vriendenkring: toevallig of niet zijn de meeste van de ‘nieuwe vriendschappen’ vrouwen – ouder en daarmee ‘wijzer’ dan mij. Zij maken deel uit van mijn erf-goed

In mijn dankwoord poog ik, met mijn geheugen als leidraad, ‘meewandelaars’ een plaats te geven. Sowieso is iedere ont-moeting, of deze nu neergeschreven werd of niet, voor mij waardevol geweest. Terugkijkend kan ik alleen maar concluderen hoe ‘rijk’ ik ben (geweest): op een vriendelijke vraag of wenk kwam meestal een even vriendelijk antwoord.

Meewandelaars kwamen in alle soorten en maten: een begijnhof zonder kat(ten) lijkt me onmogelijk, is er hier sprake van hekserij? ;-) :-) (Klein begijnhof - Leuven)

Meewandelaars kwamen in alle soorten en maten –  een begijnhof zonder kat(ten) lijkt me onmogelijk: hekserij? 😉 (Klein begijnhof – Leuven)

De blog

Een paar maanden na het begin van mijn queeste besloot ik deze blog te starten: ik woog bewust af wat ik wel en niet zou vermelden, een stuk ‘privé’ werd immers openbaar met als doel het begijnenerfgoed in de kijker te plaatsen. Al gauw merkte ik ‘mijn kind’ ook te moeten beschermen: ik verdiepte mij noodgedwongen in auteursrechten.

Al schrijvende vond ik na een aantal weken een stijl waar ik me goed bij voelde en wekelijks schrijven werd een gewoonte. Fijne reacties op stukjes deden me deugd. Terwijl ik het zoveelste blogstuk nu schrijf, vraag ik mij ook af hoe u, beste lezer, het meevolgen van de queeste hebt beleefd – u hebt immers een twee jaar lang ‘meegereisd’ naar zowat alle vrouwensteden van Vlaanderen: hoe was het voor u?

De queeste: een terugblik (1): de persoonlijke weg

‘Queeste’: ik kende het woord en haar betekenis niet en kon me vroeger ook niet voorstellen waarom mensen een ‘pelgrimsweg’ aanvingen… tot ik, het toen nog niet beseffende, zelf op zoektocht was. De ‘dansende madammen’ te Mechelen, de intieme sfeer op het begijnhof te Antwerpen en de representatie van het goddellijk vrouwelijke in de begijnhofkerk daar lieten mij het begin zien van een groot puzzelstuk waar ik al 20 jaar op zoek naar was: erf-goed, identiteit en kracht als vrouw. Mijn queeste vormde een intense periode van verandering die, hoe onbekend het pad me ook voorkwam, telkens ‘juist‘ aanvoelde.

De begijnhofpoort van Leuven doorgaande, een nieuwe vrouwenstad ontdekkende.

De begijnhofpoort van Leuven doorgaande, een nieuwe vrouwenstad ontdekkende.

In een maatschappij levende waarin ‘de man’ als norm wordt gesteld, vond ik een anker en gronding in het begijnenwezen en hun herstory. Alsof ik een inhaalbeweging uitvoerde, slorpte ik begijnengeschiedenis en hofbezoeken op:

  • elke begijnhofpoort vormde een nieuwe fase in mijn queesteproces, een nieuwe wereld, een verdere stap op het vrouwelijk pad, elke keer of ‘thuiskomen’ of aangedaan zijn door het ontbreken van zorg voor het begijnenerfgoed.
Begijnhof Turnhout: Een belangrijk keerpunt op mijn queeste: kijkend naar haar beeld in de nis laat ik de bekende verhalen over Maria los om plaats te maken voor haar eigen verhaal - Herstory.

Begijnhof Turnhout: Een belangrijk keerpunt op mijn queeste: kijkend naar haar beeld in de nis laat ik de bekende verhalen over Maria los om plaats te maken voor haar eigen verhaal – Herstory.

  • elke geschiedkundige leugen (‘Maria Magdalena was een zondige vrouw.’ en ‘Begijntjes zijn brave nonnekes.’) of weggemoffelde interpretatie, elke ‘wonde’ vormde een spoor: Ik trok het thema uit het slijk, haalde de ‘zwartmakerij’ eraf en bestudeerde het grondig. Vervolgens reeg ik het, in een nieuw licht, aan mijn herstorische gordel.
  • mijn weg was in elke opzicht menselijk: momenten van gefrustreerd wroeten, hardnekkig wringen, blijvend lijkende vraagtekens en kwaad vastzitten, wisselden zich af met gelukzalige blijdschap, onverwachte ontroering en pure verwondering: steeds met bezieling, soms met rozengeur en met een nieuwe blik op ‘maneschijn’
  • ik verbaasde me over ‘begijnenkracht’: een eigen beweging uit de grond stampen, acht eeuwen bestaan – doorheen oorlogen, invasies, politieke beslissingen en beschuldigingen van ‘ketterij’ – en een unieke vrouwenspiritualiteit (blijven) vorm geven: wauw, verdomd straffe prestatie!
  • mijn interesses veranderden of kregen een ander perspectief: geschiedenis boeide me, mijn liefde voor antropologie bloeide weer op, ik nam lessen oriëntaalse dans, ging naar een vrouwencircel, zocht de moederlijke stilte meer op en de tijd die ik in bibliotheken en al lezende doorbracht, verdrievoudigde zich.

Puur op intuïtie, met de hulp van een vriend aan mijn zijde en een hart  – dat steeds weer ‘Ga!‘ zei – volgende, vertrok ik op queeste… om zoveel tijd later in de spiegel te kijken en te beseffen dat ik altijd al ‘ketters’ ben geweest: dwars door alle conventies heen volgde ik mijn eigen weg (in studiekeuze en levensstijl), steeds met een gevoelig hart, een scherpe tong, (een) ijzeren wil(skracht), veel vragen en nog meer plantrekkerij. Ik keek nogmaals in de spiegel en zag mijn eerste zilveren haren en wijsheidslijnen verschijnen: eindelijk! Bij een derde en laatste blik wist ik ineens: ‘Ik ben ‘thuis.’

© Debby Van Linden

Terugkijkend met de woorden van de stilte…

Terug thuis plande ik de bezoeken aan de volgende begijnhoven: eerst richting Brussel, dan naar Hildegards klooster en vervolgens naar Nederland voor de hoven te Breda en Amsterdam. Deze praktische aspecten deden mij terugblikken op het proces dat ik doormaakte:

– verder op queeste gaan betekende eigenlijk ‘teruggaan’: teruggaan en oprapen naar wat mij nooit verteld is geweest, wat een wijze grootmoeder of tante zelf nooit had meegekregen, dat erf-goed dat weggemoffeld, verbrand, uitgebuit, opgesloten, gemanipuleerd en onderdrukt werd. Ik las over de begijnenmystiek, schuimde bibliotheken af in een poging vrouwenerf-goed terug te vinden, zocht de moederlijke stilte op,… ik had honger en zocht zielevoedsel, ik weefde kleine en grote stukken vrouwenkracht bijeen tot een mentaal deken dat mijn innerlijke tempel vormde.

– de enorme kracht van intuïtie werd me haarfijn duidelijk: hoe sterk deze ook werd en wordt geprobeerd als ‘onbelangrijk’, ‘hekserij’ en zelfs ‘ketters’ te benoemen en uit te roeien, ze was en is altijd daar, onvergankelijk sterk! Ze had me op queeste ‘gezet’, liet me eens uitrusten om me vervolgens weer op pad te sturen. Wat een wijsheid bezat zij!

mosuo

Vrouw uit de Mosuo-cultuur.

Woodabe-man maakt zich aantrekkelijk in de hoop, uit de groep van vele mannen, door een vrouw te worden uitverkoren. (foto door Carol Beckwith en Angela Fisher - Out of Africa)

Woodabe-man maakt zich aantrekkelijk in de hoop, uit de groep van vele mannen, door een vrouw te worden uitverkoren. (foto door Carol Beckwith en Angela Fisher – Out of Africa)

– vanuit het opzoek-en leeswerk begon ik vast te stellen dat in mijn eigenste cultuur materie en bezieling van elkaar gescheiden gezien werden – bijna als een dualiteit: religie was iets ‘persoonlijks’, productie, haast en overconsumptie van materie zwaaiden de scepter. Net zoals ik zochten mensen naar bezieling, vandaar de hoge opkomst van de spirituele boeken en cursussen. Terwijl mij was wijsgemaakt dat wij, de Westerse mens, hoogontwikkeld waren en de ‘anderen’ primitief, werd mij duidelijk dat het eerder omgekeerd was. Ik besloot mij te gaan verdiepen in matriarchale samenlevingen en culturen waar materie en bezieling als vanzelfsprekend één zijn: o.a. de Toeareg, de Woodabe, de Mosou en de ‘indianen’* (Cherokee). Dit opzoekwerk resulteerde in een artikel als gastbijdrage op ‘De tweede sekse’.

Belly-Dance

– na het lezen over de oorsprong** van de oriëntaalse dans, besliste ik dit eens uit te proberen: een paar weken later stapte ik de danszaal binnen. Na een proefles was ik overtuigd: terwijl ik mijn heupsjaal rond mij knoopte, begon ik aan een weg waarbij ik vele ingeprente ideëen stap voor stap van me leerde afschudden. Het dansen in een circel met andere vrouwen deed me deugd, wat leek het verdacht veel op ‘de dansende, Mechelse madammen‘!

© Debby Van Linden

* Columbus dacht dat hij Indië had ontdekt en noemde de bevolking ‘indianen’. 

** Oriëntaalse dans verenigt lichaam en ziel en werd oorspronkelijk door vrouwen gedanst ter ere van ‘Ma’, de oermoeder. Later werd het bestempelt als een ‘erotische dans’ voor het mannelijk oog, deze patriarchale interpretatie doet de oorspronkelijke kracht van de dans oneer aan.