De begijn en de theoloog: een andere kijk op ‘Compilatio singularis exemplorum’ – The beguine and the cleric: another view on ‘Compilatio singularis exemplorum’

(English: see below)

De ‘Compilatio singularis exemplorum‘, een opgeschreven dialoog tussen een begijn en een Parijse theoloog in de dertiende eeuw, wordt vaak aangehaald als een voorbeeld van ‘begijnenwijsheid’, een wijsheid die door de aangehaalde theoloog niet begrepen werd en vijandigheid opriep. De dialoog tussen deze vrouw en man wordt vaak bekeken als een concurrerende dialoog. Hier leg ik graag een andere interpretatie voor.

Het betreffende fragment, neergeschreven door een theoloog uit Frankrijk, geeft het antwoord van een begijn weer nadat hij haar ‘koppige’ houding berispt.

‘Jij spreekt, wij handelen

Jij leert, wij begrijpen

Jij onderzoekt, wij kiezen

Jij kauwt, wij slikken

Jij onderhandelt, wij kopen

Jij gloeit, wij staan in brand

Jij veronderstelt, wij weten

Jij vraagt, wij nemen

Jij zoekt, wij vinden

Jij hebt lief, wij smachten

Jij wacht, wij sterven

Jij zaait, wij maaien

Jij werkt, wij rusten

Jij wordt dun, wij worden dik

Jij klinkt, wij zingen

Jij zingt, wij dansen

Jij bloeit, wij dragen vrucht

Jij proeft, wij smaken’

Deze tekst wordt geïnterpreteerd als een dialoog van tegenstellingen waarin twee types van kennis tot uiting komen, gekoppeld aan het geslacht van betreffende personen: de rationele, geleerde woorden van de man en de intuïtieve kennis van de vrouw. Hierop volgt dan de veronderstelling dat de begijn (‘wij’) door middel van haar antwoord pretendeert ‘het beter te weten’ en het huis van de rede hiermee aan te vallen. Hierbij heb ik me de vragen gesteld: was de begijnenspiritualiteit aanvallend bedoeld of werd deze als zo aanzien? Hoe werd een uitgebreid antwoord van een vrouw op een hoger in sociale rang staande man bekeken? En getuigt de dialoog van tegenstellingen?

Voorbij het dualisme

Indien we de begijnenspiritualiteit van nabij bekijken, vinden we één overkoepelend kenmerk steeds terug: éénheid. ‘Werken is bidden en bidden is werken’ toont dit helder aan. Ook in hun contacten met de hen omringende maatschappij waren zij duidelijk: wij zijn niet tegen dit systeem, wij kiezen wel voor een eigen levensinvulling – waarbij letterlijk de poort naar een huwelijk of kloosterintrede open stond.

heart01-200x300

Hun levensstijl en handelen stonden in het teken van de weg van het hart: éénheid van verstand en buikgevoel, van lichaam en geest, kortweg bezieling. Het antwoord van de begijn getuigt mijns inziens van spreken vanuit het hart, waarbij tegenstellingen en dualisme worden opgeheven. Hierbij is geen vergelijking van ‘beter(e kennis)’ versus ‘slechter(e kennis)’ en ‘mannelijke’ versus ‘vrouwelijke’ kennis mogelijk: wijsheid van en vanuit het hart behoeft geen hiërarchie, geslacht of gender, kan er gewoon zijn. Het durven uitspreken van deze woorden lijkt me eerder een mooie poging van de begijn om, op een speelse en verrassende manier, de opmerking van de theoloog te overstijgen. Zij poogt zich niet te gaan verdedigen of verontschuldigen, maar kiest voor ‘de derde weg’: deze van het hart. Deze weg gaande werd door de (kerkelijke) autoriteiten als ‘ketters’ en ‘ongehoorzaam’ bestempeld aangezien men geen vat kreeg op hen. Hierbij stel ik me de vraag: gaf net dit controleverlies bij de heer in kwestie een gevoel van onmacht waarbij hij de begijn bestempelde als ‘pretentieus’ en ‘arrogant’?

En de wijze vrouw/begijn? Die ging haar eigen weg

© Debby Van Linden

Bronnen:

Simons, W. Cities of ladies. University of Pennsylvania Press, Philadelphia, 2001.

Compilatio singularis exemplorum‘-tekst in Sint-Annazaal/belevingscentrum begijnhof Kortrijk.

The written dialog called ‘Compilatio singularis exemplorum’, is a unique piece of work: this 13th century manuscript gives us an insight in the wisdom of the beguines of that time. The text was written by a Paris cleric and is often described as an example of ‘beguine wisdom’ – a wisdom that was not understood by the cleric who wrote it down and who felt emnity to the beguine. This text is often viewed as a competitive dialog. I wish to take another look at that…

This dialog is the respons of a beguine after the cleric points to her ‘dismissive’ attitude. The beguine responds by saying:

‘You talk, we act

You learn, we seize

You inspect, we choose

You chew, we swallow

You bargain, we buy

You glow, we take fire

You assume, we know

You ask, we take

You search, we find

You love, we languish

You languish, we die

You sow, we reap

You work, we rest

You grow thin, we grow fat

You ring, we sing

You sing, we dance

You blossom, we bear fruit

You taste, we savor’

Now this fragment is seen as a dialog of opposites of two kinds of knowlegde, also connected with the genders: the rational, educated words of the man and the intuïtive knowledge of the woman. Then follows the suggestion that the beguine (‘we’) pretends to ‘know better’, hereby attacking the house of reason.

I asked myself: was the spirituality of the beguines ment to attack or was it seen like that by the church? How did a man of a high social position react to a statement of a woman? And is this dialog really ment as reproduction of contradictions?

Beyond dualism

If we take a closer look at the beguine spirituality, we find one characteristic coming back: oneness. ‘Working is praying and praying is working’ shows this clearly. Also in their contacts with society they took a stand: they were not against this system, they choose their own life fullfilment – the gate to a marriage or a monastry was always open.

heart01-200x300

Their life and actions were all centered around the road of the heart: oneness of reason and intuïtion, of body and mind, in short ‘spirited living’. The answer of the beguine to me shows this speaking from the heart: contradictions and dualism are lifted. There’s no comparison possible between what kind of knowledge is ‘better’, between ‘male’ and ‘female’ knowledge: wisdom of the heart has no need of hierarchy or gender, it just is. Daring to speak those words, it seems to me, was a beautiful effort coming from the beguine to show this way of the heart to the cleric: she did this in a playfull and surprising way. She soesn’t apologise or defend herself, she chose ‘the third road’: that one of the heart. Now, this was seen by church authorities as ‘heretic’ and ‘disobiedient’ because they couldn’t control the beguines. I was asking myself: was it this loss of control, felt by the cleric, that made him characterize the beguine as ‘arrogant’ and ‘overblown’?

And the wise woman/beguine? She went her own way

© Debby Van Linden

Sources:

Simons, W. Cities of ladies. University of Pennsylvania Press, Philadelphia, 2001.

Compilatio singularis exemplorum‘-text in the Experience Center of the beguinage of Kortrijk.

Advertisements

Hoe gaat het met de ‘Wijze vrouwen?’ – ‘Wise women’, how are they doing?

(in English: see below)

De crowdfundingscampagne voor het boek ‘Wijze vrouwen’ startte een dikke week geleden. Hoe verloopt ondertussen het proces en de donaties?

De campagne bekend maken en uitdragen heeft ervoor gezorgd dat één vierde van het bedrag reeds opgehaald is! De donaties kwamen van alle hoeken van Vlaanderen en zelfs van Italië. Een crowdfunding staat of valt met de mensen die een bijdrage leveren en voluit ‘Ja!’ zeggen tegen de totstandkoming van een boek over de begijnen waarin zij zèlf centraal staan! Hierbij een grote dank aan de donateurs die al hebben bijgedragen: jullie vinden jullie naam, indien vermeld bij de storting, op de website van het boek.

10406410_1146664285352782_3782269948214107194_n

Filmopname voor ‘Wijze vrouwen’: SALTO aan het werk. (foto door Jo Cuenen – met dank)

De crowdfunding geniet ook bredere belangstelling: een artikel op Kerknet met de titel ‘Op zoek naar collectief verleden als vrouw’ verscheen op 15 maart.

2016-03-16 06_58_36-Op zoek naar collectief verleden als vrouw _ Kerknet

We gaan even enthousiast door! U kan deze campagne steunen door ze te delen op facebook, je contacten te informeren en een donatie te doen op de campagnepagina. Geef de begijnen een identiteit!

Elk bedrag, klein of groot, is van harte welkom! Alvast dankjewel!

© Debby Van Linden

 

The campaign called ‘Wise women’ through crowdfunding started about one week ago. So, how is it going?

Spreading the campaign and sharing it has results: a quarter of the total amount is ‘in’ for ‘Wise women’! Donations came from all over Flanders, even from Italy. Now, a crouwdfunding campaign only succeeds if people donate and, by doing that, say ‘Yes!’ to the realisation of the book about the beguines where they, the women, are the central theme. We wish to say ‘thank you‘ to all people who donated already: you can find your name, if filled in on the site, on the website of the book.

10406410_1146664285352782_3782269948214107194_n

Filming for ‘Wise women’: SALTO was shooting. (picture by Jo Cuenen – thank you for providing)

On March 15th the campaign was noted by ‘Kerknet’, the general site providing news around church topics, and they wrote an article about the beguines and the book.

2016-03-16 06_58_36-Op zoek naar collectief verleden als vrouw _ Kerknet

We keep on going with the same spirit! Please, share this campaign on facebook, inform your contacts and make a donation. Give the beguines an identity!

Every amount, small or big, will be welcomed! Thank you in advance!

© Debby Van Linden

De gedichten van Hadewijch: sensueel, erotisch of seksueel? – The poetry of Hadewijch: erotic, sensual of sexual?

(In English: scroll down, please.)

Hadewijch: wijze vrouw, schrijfster, mystica,… haar poëzie is onmiskenbaar van het hoogste niveau. Deze poëzie wordt omschreven als ‘hoofse minnemystiek’ en gelabeld met verschillende etiketten: van ‘sensueel’, over ‘erotisch’ tot ‘seksueel’. Deze labels worden vervolgens gebruikt als soortgelijke synoniemen, doch zijn ze dit ook? Deze begrippen en hun betekenis neem ik onder de loep…

hadewijchzwartwit

‘Hadewijch’ aan het werk.

Hadewijchs poëzie centraliseert zich rond de ‘minne’: de goddelijke liefde als bron van verlangen en ultiem te bereiken doel. Dit verlangen leggen we naast de begrippen die aan haar schrijven worden gekoppeld.

Een eerste begrip vormt ‘zinnelijkheid‘: dit definieert zich als ‘door middel van de zintuigen’. Hadewijch geeft duidelijk weer te kijken, te proefen en te ruiken. Bovenal verheft ze dit begrip door haar innerlijke zintuigen te gebruiken, datgene wat ze van binnenuit ziet en gewaarwordt.

De gevoeligheid of kwaliteit van de zintuigen wordt samengevat onder het woord ‘sensualiteit‘. Hadewijchs zintuiglijke ervaringen zijn duidelijk niet van oppervlakkige aard, diepgang is haar op het lijf geschreven.

Het daaropvolgend begrip ‘erotiek‘ als ‘een verlangen dat wordt gekoesterd en groter gemaakt wordt en hierdoor de wereld vormgevende en betekenis verlenende’ is wel hét begrip dat volledig bij haar schrijven past. Naar de minne wordt er door haar verlangd, gesmacht én het bepaald haar hoogste goed en anker op haar levensweg.

Extase‘ is eveneens van toepassing tijdens het jubileren (= juichen, in extase zingen) met haar vriendinnen. Deze toestand van verrukking, van lichamelijk en geestelijk enthousiasme doet zich ook voor als gevolg van die momenten van ontmoeting met de minne. Hadewijch waarschuwt haar vriendinnen wel om deze momenten van extase, met het risico van gevaar voor zichzelf, in evenwicht te brengen.

Zijn haar geschriften seksueel? In de Middeleeuwse context alvast niet: deze tijdsperiode kenmerkt zich door het onderscheid tussen ‘hoofse liefde’ als hét summum en ‘seksualiteit’ als de mindere in rang: deze eerste uit zich door bewonderende en verheffende lofzangen waarbij er niet gestreefd wordt naar ‘bezitten’. Seksualiteit in de strikte zin van het woord definieert zich als ‘het opbouwen van lichamelijke spanningen en het opheffen ervan (ontspanning); stimulans en respons worden afgewisseld.’ Deze woorden hanterend, zijn haar geschriften niet seksueel. Hadewijch verlangt naar de minne, smacht ernaar, doch ervaart geen seksualiteit hierin.

Op één hoop gegooid

Hoe komt het dan toch dat deze termen als gelijksoortig worden gebruikt? Ons denken over liefde is gebaseerd op een ander ideaal dan dat van de Middeleeuwen. Toen was een huwelijk een zakelijke transactie die tot doel had grondbezit en rijkdom te behouden en eventueel uit te breiden. Verkrachting van de vrouw binnen het huwelijk* als middel en talloze geboorten, met de hoop dat op zijn minst een zoon als erfgenaam zou overleven, was het doel van deze overeenkomt. De vrouw werd als bezit aanzien. Onze tijdsperiode kenmerkt zich door het ‘romantisch ideaal’: we worden verliefd op iemand, de man maakt de vrouw ‘het hof’ en ‘uit liefde’ trouwen we en stichten we een gezin. Het is net in die verbinding tussen ‘hofmakerij’ en ‘huwelijk’ dat we de voorgaand besproken termen tegenkomen: waar er bij de hofmakerij ‘verlangen’, ‘sensualiteit’ en vooral ‘erotiek’ aanwezig is, worden deze elementen gekoppeld aan ‘seksualiteit’ als ‘ultieme daad van liefde’. De begrippen worden hiermee op één hoop gegooid en ‘liefde’ wordt gereduceerd tot het zich toeleggen op die ene, speciale partner. Het denken in deze begrippen als gelijksoortig vertoont zich ook in het kijken naar Hadewijchs oeuvre: ‘sensualiteit’ wordt gelijkgesteld met ‘erotisch’, terwijl haar woorden én sensueel én erotisch zijn, doch niet seksueel.

Terug naar een breder perspectief van ‘liefde’ 

verlangen

‘Liefde’ heeft echter een wijde dimensie en vele gezichten: een passionele liefde voor een hobby, een extase belevende bij het beluisteren van bepaalde muziek of een diepe liefde koesteren voor een vriendin of vriend, een sensualiteit belevende bij het ruiken en proeven van je favoriete maaltijd, erotisch thuiskomen in de stilte van je eigen, innerlijke tempel,… In al deze vormen van ‘liefde’ zit ‘wachten’ en ‘verlangen’ vervat.

Hadewijch had het begrepen: het verlangen, ook al duurt het wachten soms pijnlijk lang, is in haar volle betekenis de mooiste periode…

© Debby Van Linden

*eufemistisch ‘echtelijke plicht’ genoemd in de literatuur

Bronnen:

Fraeters, V. en Willaert, F. Liederen. Historische Uitgeverij, 2009, Groningen.

Milhaven, J.G. Hadewijch and her sisters: other ways of loving and knowing. State University of New York Press, 1993.

Fasteau, M.F. De mannenmolen. A.W. Bruna & Zoon Utrecht/Antwerpen, 1972.

Hadewijch: wise woman, writer, mystic,… her poetry reaches, without doubt, the highest levels. This poetry is oftern described as ‘courtly’ and ‘mystical’. Other labels are ‘sensual’, ‘erotic’ and ‘sexual’. Often these categories are used as synonyms  but are they really the same? These labels and their meanings are placed in perspective and compared to her writings.

hadewijchzwartwit

‘Hadewijch’ working on her poems.

The writings of Hadewijch centers around what she calls ‘minne’: this source of her desire and is also her ultimate goal. This desire of ‘minne’ will be placed next to the other labels that are often put on her work.

A first word to define is called ‘sensuality‘. This refers to ‘the quality or sensitivity of the senses’. Hadewijchs experiences are not cursory, immersion is what she breathes. She takes ‘sensualitity’ to the next level by using her inner senses and writes about those experiences.

Erotism‘ as the next noun is defined as ‘a desire that is indulged and made bigger and by this the world defining and giving meaning’. Now, this is the word that fits her writing completely: it is for ‘minne’ she longs, aches and it is her highest goal and anchor on her life road.

Extacy‘ is furthermore applicable too: this state of delight, of bodily and mental enthousiasm follows the encounters with ‘minne’ and is present when Hadewijch and her female friends jubilate together. Now, she also warns her sisters of keeping balance in this jubilating.

Are her writings sexual? Looking through the perspective of the Middle Ages, we say ‘no’: in this periode there was a distinction between ‘courtly love’ as the highest love and sexuality as the lowest one. Courtly love was featured by admiring paeans whithout any aspirations to possess a woman. Sexuality defines itself strictly as ‘building up bodily tensions and to release that tensions, stimulus and respons are varied’. Taking this explanations, we can conclude that Hadewijchs writings are not sexual.

Everything on one pile…

So, how come all these terms are used as as almost synonyms? Our cultural thinking is based on other ideals compared to the Middle Ages. Back then marriage was a business transaction with a strict purpose: keeping wealth and property and eventually gaining more of that. As a son would inherit all of this, raping* the wife and many births – hoping at least one boy would survive – was a cruel practice on a woman, viewed as personal property of her husband.

Our cultural thinking today is based on ‘the romantic ideal’: we fall in love with someone, it’s the man who ‘wins’ the woman by courtly conduct, we marry and start a family. In the connection between ‘courtship’ and ‘marriage’ we meet the above discussed words:  in courtship there’s ‘longing for’, ‘sensuality’ and ‘eroticism’ present and these elements are connected to ‘sexuality’ and ‘children’ as ‘the ultimate prove of love’. All the terms are put together and ‘love’ is reduced onto this one, special partner.

 Back to a broader perspective on ‘love’ 

verlangen

‘Love’ has a wide dimension and many faces: a passionate love for a hobby, feeling extactic listening to specific music or sensing a deep love for a friend, the sensual taste of smelling and tasting your favorite meal, coming home into yourself as an erotic moment,… In all those forms of ‘love’ we can see ‘longing’ and ‘waiting’ as components.

Hadewijch got it: longing for something, knowing waiting can be painfully long, is in full sense the most beautiful period…

© Debby Van Linden

 *euphemistic called ‘marital duty’ in literature

Terugblik op 2015 – Looking back on 2015

(English: scroll down, please.)

Eerst en vooral wens ik u een gelukkig en voorspoedig begijnengoed jaar 2016!

Het nieuwe jaar open ik graag met een terugblik op het voorbije…

Bezoeken

2015 begon met het bezoek van de begijnhoven van Tongeren en Sint-Truiden, de laatsten van de Limburgse poot van de begijnhovenqueeste. Daarna waren de restanten van de Brusselse vrouwenstad en het pittoreske Anderlechtse hof aan de beurt. Vervolgens staken we de grens over richting Duitsland voor een driedaags bezoek een het Hildegardklooster.

adamikke

Bezoek aan het begijnhof van Amsterdam.

De hoven van onze noorderburen waren een aangename verrassing: Breda en Amsterdam hadden zo hun eigen charmes. De lente werd via een tussenstop aan het Brugse hof aanschouwd. Antwerpen, Gent en Tienen vormden de allerlaatste queestehaltes, om vlak erna een ‘return’ te maken naar de plek waar het ooit allemaal begonnen was: Mechelen.

Na een terugblik, gevolgd door een deugddoende vakantie besloten het begijnenvirus en ik, inmiddels goede vriendinnen geworden, dat we nog niet uitverteld waren…

…en verspreiden door te lezen, te schrijven en te verhalen…

Blog Debby IMG_9294 02

Lezing in het Kortrijkse begijnhof (foto: W. Vandamme – met dank voor gebruik)

2015 betekende ook een jaar van uitdragen: via vertelwandelingen, schrijf-en opzoekwerk bracht ik het begijnenerfgoed bij ‘Mieke en allevrouw’ alsook ‘Jan en alleman’: o.a. een artikel in de Begijnhofkrant van Turnhout, publicaties in ‘Ons Begijnhof’, vertelwandelingen en een lezing.

P1070198

Vertelwandeling gevende op het begijnhof van Sint-Amandsberg.

Daarnaast verscheen de facebookpagina ‘begijnhovenqueeste‘ met als doel begijnhoofs nieuws samen te brengen.

…naar het openen van een nieuw jaar 2016!

Begijnhovenqueeste blijft schrijven, met dezelfde formule én de toevoeging van langere artikels: een begijnenthema wordt al eens dieper uitgespit en gekruid met vurige pittigheid, krachtige kwetsbaarheid of een stillere-dan-stil-stilte.

De wijze vrouwen bleven en blijven me boeien…

© Debby Van Linden

 

First of all I would like to wish you a happy New Beguine Year 2016!

I would like to open this new year looking back on 2015…

Visiting

2015 started with visiting the beguinages of Tongeren and Sint-Truiden, the last ones from the Limburg part my quest of beguinages. After that I saw the women cities of Brussels and Anderlecht. A long drive to Germany showed me the spirit and teaching of the nuns at the monastry of Hildegard.

adamikke

Visiting the beguinage of Amsterdam.

Travelling didn’t stop as I visited the Netherlands: the beguinages of Breda and Amsterdam were surprsingly beautiful! Spring came and this meant a visit to the beguinage of Bruges to see the field of narcis flowers. AntwerpGent en Tienen were the last stops on my quest, making a return to the place were it all once started: Mechelen.

After looking back on this journey, followed by a holiday, me and my passion for the wise women – we had become good friends by then- decided to go on writing and telling about this herstory.

and bringing knowlegde to people by writing, guiding and telling… 

Blog Debby IMG_9294 02

Giving a lecture at the beguinage of Kortrijk (picture by W. Vandamme – thank you for providing).

2015 was a year of bringing the wise women in public: through guide tours, research and writing I reached out to people: e.g. an article in the Beguine Newspaper of Turnhout and Ghent,  guide tours and a lecture.

P1070198

Summer 2015: telling about the wise women at the beguinage of Sint-Amandsberg.

Honouring the wise women I decided to make a facebookpage dedicated to them: on ‘begijnhovenqueeste‘ I provide news and information about them, about their past and their heritage in these times.

…opening a new year 2016!

Community of beguine news keeps on writing! In this new year I will add longer articles about a specific beguine theme, diving  deeper into subjects, adding a slice of silence, spiciness and the power of vulnerability.

My passion for the beguines is here to stay…

© Debby Van Linden

 

Begijnhoofse stilte…

In het kader van ‘De dag van de Stilte’ op 24 oktober, tevens de dag waarop we de klok naar het ‘winteruur’ draaien, wijd ik een blogstuk* aan de krachtbron die stilte voor mij vormt, en dan specifiek op de plaats waar ik het liefst kom: mijn vrouwensteden.

Een bezoek aan een (bij voorkeur Antwerps, Kortrijks of Gents) hof is als een duik in de zee: ik zwem doorheen verschillende lagen en ervaringen die me, stuk voor stuk, bezielen en oneindig blijven boeien.

Toegangspoort van de Antwerpse begijnhofkerk, een parel van stilte.

Toegangspoort van de Antwerpse begijnhofkerk, een parel van stilte.

Rondkuieren op een hof in stilte is vooral ‘persoonlijke solitude‘** voor mij: de chronostijd verdwijnt, de kaïrostijd neemt het over en zorgt zo voor een herstelbeweging tegenover de hectische wereld met een overload aan prikkels. In deze stilte keer ik ‘naar binnen’, naar die plek die ik ‘mijn innerlijke tempel’ noem, mijn ‘room of my own’. De poort van een begijnhof binnengaande, opent deze ‘room of my own’ zich. De intieme structuur van het hof, de ‘stille’ vrouwenbeelden, elke kassei,… her-inneren me aan pure vrouwenkracht: hier hebben zo’n acht eeuwen vrouwen rondgelopen, gewerkt, gebeden en geleefd en… hun ‘stilte-erfenis’ nagelaten.

stiltespreuk

‘Begijnhoftijd’ is vooral ‘zijn‘: niets hoeft plat geanalyseerd en/of verklaard te worden, een proces van tot rust komen en me laven aan de stilte, de vrouwenenergie en de seizoensgebonden veranderingen van het licht en de natuurelementen komt automatisch tot stand.

Begijnhof Kortrijk: Sin-Annazaal en beeld van M. Pattyn.

Begijnhof Kortrijk: Sint-Annazaal, tevens belevingscentrum, en beeld van M. Pattyn, de laatste der begijnen – een plaats met beeldende vrouwenkracht.

Al deze ingrediënten samen vormen voor mij een bron van creativiteit, innerlijke en tevens mystieke voeding en ontwikkeling én een deelname aan wat ik ‘het vrouwelijk goddellijke‘ noem, kortweg ‘Thuis‘. Regelmatig ‘thuiskomen’ in stilte draagt bij tot een (grotere) alertheid voor mijn innerlijk leven waardoor ‘binnen’ en ‘buiten’ in balans worden gehouden.

Begijnhoofse stilte? Mijn bron van rijkdom, graag in overvloed…

© Debby Van Linden

*stilte heeft als kenmerk niet in woorden uitdrukbaar te zijn, elke poging tot taalvorming ervan doet ze eigenlijk deels teniet; toch vormt taal ook een manier om net dit aspect in de kijker te plaatsen. ‘In den beginne was er stilte…’

**het fysieke feit van ‘al-één/alleen’ te zijn

Bronnen:

Maitland, S. (2012). Stilte als antwoord. Scriptum Books, London.

Gieles, L. (2011). Thuis. Een uitnodiging om te leven vanuit je oorsprong. Uitgeverij Samsara bv., Amsterdam.

Le Blanc, N. (2014). Solo. Waarom steeds meer mensen alleen wonen. De Bezige Bij, Antwerpen.

Woolf, V. (1985). Een kamer voor jezelf. De Bezige Bij, Amsterdam.

Bonneure, K. (2012). Stil levenEen stem voor rust en ruimte in drukke tijden. Lannoo, Tielt.

artikel: ‘Stilte is een voedend mysterie’ door Fl. Imandt, 24 april 2004 in de katern ‘Cultuur’ van het magazine ‘BN/De Stem’

Korte tijd na het schrijven van dit stuk, kreeg ik de tip het werk ‘De smaak van de stilte’ van Bieke Vandekerckhove te lezen. Veel dank aan Beatrice Hubene om mij dit bezielde, ‘stille’  boek aan te raden: het werk kwam ‘op het goede moment’.

Ode aan…

Vanaf de start van mijn zoektocht was er altijd iemand bij me: mijn queestevriend. Samen een letterlijke weg doorheen Vlaanderen en Nederland afleggen en figuurlijk iemand zien zoeken, groeien en bloeien… daar bij kunnen blijven en een eigen plaats hierin vinden: het is niet iedereen gegeven. Wij hebben urenlang samen in de auto gezeten – al (mee)zingend, zwijgend, doorheen zonovergoten dagen en regenbuien – en talloze praktische zaken geregeld… en dit vijventwintig begijnhoven lang! Wij hebben gewandeld, gegeten, gepraat, gezwansd, gelachen en samen stil geweest. Iemand die je opvangt bij verdriet, rouw, ontdekkingen, stille momenten… iemand waarmee je lacht en een paar keer ‘ambras’ maakt, iemand die je kan zeggen ‘ik ben moe, neem het even over’… iemand die je ‘s nachts mag bellen en ook effectief opneemt als je dat doet. Iemand die aanvoelt: ‘Nu gaat ze de poort door, ik laat ze doen en blijf even op afstand.’ Dit alles is onbetaalbaar!

Ontkiemende_plant_a

Alhoewel deze persoon niet graag in het middelpunt van de belangstelling staat en anoniem wil blijven – en ik dit respecteer, wil ik toch dit blogstukje aan hem opdragen. Het takenpakket van ‘queestevriend’ is namelijk niet het makkelijkste: zowel op praktisch, intuïtief en emotioneel vlak vraagt het kracht, uithoudingsvermogen en een zeer grote portie geduld en flexibiliteit.

Bedankt om er altijd bij te zijn, om me te vragen Mechelen en het Antwerps begijnhof te verkennen, om ‘ja’ te zeggen tegen mijn voorstel alle vrouwensteden te bezoeken en hiermee samen in het onbekende te durven stappen, om boeken en tips aan te dragen, om ‘ambras’ te hebben -want je maakt enkel ruzie met iemand als je om hen geeft- om me op te vangen bij het overlijden van mijn grootmoeder, om zelf ook te wroeten, te zoeken en weer recht te staan… om me naar het zielsontbrekende stuk in mijn leven te brengen dat ik toen zo nodig had: krachtige en bezielde madammen, het goddelijk vrouwelijke, Maria als ‘de Vrouwe’ en naar steun, wilskracht en moed om te ‘gaan‘… op queeste naar mijn identiteit als vrouw: hart-elijk bedankt!

Herstorisch erfgoed…

Tijdens mijn queeste langs de begijnhoven van Vlaanderen en Nederland, verbreedde en verdiepte mijn interesse zich: ik wilde mijn honger naar geschiedenis van en over sterke vrouwen verder voeden, besefte dat erf-goed ook ons lichaam betrof, dat het goddellijk vrouwelijke zoveel meer inhield indien ik buiten mijn eigen cultuur keek,… kortom, de term ‘erfgoed kreeg een andere betekenis.

Erfgoed als vrouw: van meisje naar moeder naar wijze vrouw.

Ons erf-goed als vrouw: van meisje naar moeder naar wijze vrouw – psychisch, lichamelijk, symbolisch, maandelijks.

Na even mijn opzoekwerk te hebben laten sudderen besloot ik een tweede blog te construeren waarin ik bovengenoemde herstorische thema’s aan bod laat komen. Het resultaat ervan tref je hier, eveneens kan je volgen via de facebookpagina.

Komende zondag, 26 april, gaat Erfgoeddag door. Vrouwenkracht komt aan bod bij de Liberale Vrouwen -‘Mijn feministisch erfgoed’ te Brussel -en op het Anderlechtse begijnhof.