Herstorisch Leuven – Groot begijnhof (2): allure en rijkdom

De ingang van het begijnhof ligt aan de Schapenstraat: deze poort werd afgebroken tijdens de Franse bezetting, doch later – in 1805- terug gebouwd als gevolg van een overeenkomst tussen Napoleon en de kerk. Aanpalend duikt het portiertershuis op. Het duo begijnen dat hier woonde nam afwisselend de wacht op zich.

P1050256

P1050255

Bijna onmiddellijk na het betreden van het begijnhof treffen we de Sint-Jan-de-Doperkerk met vlak ernaast het vroegere kerkhof. Het gebouw, daterend van de 14e eeuw, is eenvoudig van stijl. Binnen herkennen we Heilige Begga, patrones van de begijnen, alsook prachtige muurstenen werken.

P1050313

P1050307

Het hof telt tal van grote conventshuizen en de ‘Heilige geesttafel’: minderbedeelde begijnen konden op dit ‘fonds’ beroep doen. Zij ontvingen geen geld; wel voedsel, kleding en brandhout. De constructie van het huis met nummer 71 en 72 valt op tussen de andere: onder de witte laag schuilt de oorspronkelijke lemen bekleding van het huis.

P1050278

Helemaal achteraan het hof, de Dijle overstekende, komen we in het ‘Spaans kwartier’. Dit gedeelte werd in de 17e eeuw bij het hof gevoegd. De benaming voor dit stuk van het hof is wat misleidend: een deel van de Hollandse van Willem I, in een mislukte gevechtspoging tegen de Belgen, werd hier gelegerd.

P1050343

Het begijnhof door de Aborgpoort verlatende, ontmoeten we als laatste een stukje groen dat de vroegere bleekweiden vormt.

P1050339

Advertisements

Mabon*

The beauty and grace

  of saying goodbye, of dying,

knowing you’ll be reborn…

MABON

 

* Mabon of  ‘de herfst’: in deze periode halen we volop oogst binnen, wordt moeder Aarde bedankt voor haar giften en wordt volop voedsel gedeeld. Dit zien we terugkomen in de oogstfeesten en in ‘Thanksgiving’. Donker en licht zijn volledig in evenwicht en langzamerhand gaan we naar de donkerste periode van het jaar. Deze periode kenmerkt zich door reflectie en het integreren van hetgeen we de afgelopen tijd geleerd hebben.

Herstorisch Leuven – Groot begijnhof (1): allure en rijkdom

In de 12e eeuw vestigden de eerste Leuvense begijnen zich in de nabijheid van een bedehuis dat nu de Sint-Kwintenskerk is. In diezelfde eeuw verenigden deze vrouwen zich om op het begijnhof te gaan wonen. Ze kregen een eigen kapel en werden erkend als parochie onder toezicht van de hoofdkerk van Sint-Pieter. De bisschop van Luik stelde de abten van Villers aan tot visitatoren: deze stonden in voor toezicht op de statuten van het hof, zowel op geestelijk als op materieel vlak.

Vanaf 1480 had het begijnhof vier hofmeesteressen. Samen met de pastoor vormden zij de ‘Kerckecamer’: tesamen stonden ze in voor het bestuur van het begijnhof.

P1050242

De 16e eeuw bracht tegenslag: een overstroming, de inval van Spaanse troepen die veel schade aanrichtten en het uitbreken van de pest. De daaropvolgende eeuw bracht dan weer bloei: het begijnhof werd de rijkste religieuze gemeenschap van de stad. Het hof bestond toen uit een honderd huizen waarin een driehondertal begijnen woonden.

LeuvenKurt

De leegloop in de 19e en 20e eeuw en een tweede overstroming teisterde het hof. Het toenmalige OCMW kocht de eigendomsrechten op en verhuurde de huizen aan minderbedeelden. In 1962 werd het mini-stadje door de Katholieke Universiteit gekocht, hiermee werd het slopen van het hof voorkomen. Professor Lemaire zette een restauratiecampagne op poten ter herstel van de huizen en het hof.

P1050247

Momenteel worden de huizen bewoond door gezinnen bestaande uit studenten en professoren.

Leuven: groot, groot, groot,…

Vanuit Oudenaarde reden we naar Leuven. Alhoewel we moe waren van het laatste begijnhofbezoek en de lange rit, konden we het niet laten ‘s avonds ‘al eens te gaan wandelen’ door het Leuvense hof.

poortikLeuven

De poort doorgaande, straat na straat verkennende, openbaarde deze begijnenstad zich: de term ‘groot begijnhof’ was terecht, dit was een echt grote stad binnen de stad.

P1050320

P1050338

Verwonderd liep ik over elk bruggetje een nieuw stuk van het hof tegemoet: hier een plein, daar een grote tuin, … de enorme conventshuizen, de waterputten, de kerk,… ik nam ze allemaal in me op.

P1050361

Ik kon genieten van de intiemere hoekjes en verborgen plekjes, doch de grootsheid van het hele hof voelde té groots aan voor mij. Het ‘cocongevoel’ had ik wel tussen het groen van een pleintje, echter niet bij de immense huizen.

De bevangenheid van dit hof was groot, ik miste echter de begijnenmystiek en ‘een verhaal in symbolen’: geen Lourdesgrot, geen grote beelden of opvallende heiligen…

Herstorisch Oudenaarde: de nauwe kloosterband

De eerste begijnen vestigden zich rond 1200 in de onmiddellijke buurt van het cisterciënzerinnenklooster, nu gelokaliseerd achter de Sint-Walburgakerk. De zusters en begijnen konden zich sterk vinden in de spiritualiteitsgedachten van Bernardus van Clairvaux. Hij legde de nadruk op de mystieke goddelijke éénwording.

B. van Clairvaux- hij had een grote verering voor Maria. Legendegewijs zou hij een visioen gehad hebben waarbij Maria hem sterkte met haar moedermelk.

B. van Clairvaux- hij had een grote verering voor Maria. Legendegewijs zou hij een visioen gehad hebben waarbij Maria hem sterkte met haar moedermelk.

Midden 15e eeuw kochten de zusters het begijnenverblijf en verhuisden de begijnen naar de huidige locatie. De nabijheid van de Schelde was bijkomend voordelig voor hun waterbevoorrading. In de 16e eeuw werd een kapel gebouwd en een pastoor aangesteld. Net als de andere hoven brak ook hier in de 17e eeuw een bloeiperiode aan: veel intredingen en de uitbouw van het hof (met o.a. een mooie begijnhofpoort). De Oudenaardse begijnen hebben weinig hinder ondervonden van de verschillende oorlogen en gezagsvormen doorheen de 18 en 19 eeuw door de bescherming van de Gentse bisschop Bracq, hij kocht het hof aan.

Momenteel fungeert het hof als rustoord voor bejaarde vrouwen. De zusters van het cisterciënzeorde nemen een groot deel van de zorg van deze bewoners op zich, waardoor de herstorische band blijft.

P1050104

Bij binnenkomst van het hof valt de stevige, barokke begijnhofpoort meteen op. In de nis pronkt een beeld van Sint Rochus: in zijn legende verzorgde hij pestlijders waardoor hij patroonheilige van deze ziekte word genoemd.

P1050105

Het hof bestaat uit verschillende pleinen met een grote bloemenpracht en omhelst een dertigtal huizen. Oorspronkelijk waren dat er een veertigtal, doch door samenvoeging van enkele huizen komt men tot dit nieuwe aantal.

P1050131

P1050133

Aan de rechterkant van de poort tref je een grote kapel en een ‘kleine zus’ achteraan het hof. Dit laatste ‘Onze-lieve-Vrouw van Smarten’ kapelletje stelt het verdriet over en het loslaten van Maria ‘s zoon centraal.

P1050128