Begijnenmusea in de kijker (1): belevingscentrum begijnhof Kortrijk – Beguine museum in the spotlight: the Experience Center at the beguinage of Kortrijk

(English: see below)

Een aantal begijnhoven stellen een verhaal over en een collectie van de begijnen in museumvorm centraal. Begijnhovenqueeste zet er deze maand een aantal in de kijker*: wat is er te ontdekken en bekijken op deze plaatsen? Hoe worden de begijnen en hun uniek erfgoed getoond? Deze maand belichten we deze locaties, beginnende met het Belevingscentrum op het Sint-Elisabeth begijnhof te Kortrijk.

Van vroeger tot nu: achtergrond en visie

Op het begijnhof was vroeger (1955-2008) reeds een museum aanwezig: in het huis  van de grootjuffrouw werden een aantal objecten tentoongesteld die een traditionele visie, zijnde de laatste periode van het hun bestaan, op de begijnen weerspiegelden. Het OCMW Kortrijk besloot in het kader van een grootschalig renovatieplan van het begijnhof** het museum over te hevelen naar de Sint-Annazaal, het voorhene bestuurscentrum van het hof en tevens de vroegere vergaderzaal van de begijnen. Resoluut werd gekozen voor een totaalaanpak: zowel de geschiedenis van het Kortrijkse hof als het begijnenwezen algemeen komt aan bod.

20

De ‘zij’kant van de begijnengeschiedenis: Johanna van Constantinopel, gravin van Vlaanderen, prijkt als steungeefster.

Zij, de vrouwen zélf, worden voorgesteld zoals hun geschiedenis schrijft: ‘onafhankelijk vrouwen die in een steeds nauwer keurslijf werden gezet’. In juli 2014 werd de Sint-Annazaal plechtig geopend.

Een bezoek meer dan waard

Het uitgangspunt voor dit museum, belevingscentrum genoemd, is duidelijk: begijnen waren revolutionaire, spirituele en sociaal geëngageerde vrouwen!

kortrijk3

Geschiedenis van de begijnenbeweging met aandacht voor o.a. Hadewijch en Porète.

Dit beeld wordt opgebouwd aan de hand van drie verhaallijnen: ‘vrouwen met een eigen spiritualiteit’, ‘vrouwen tegenover de kerkelijke en wereldlijke macht’ en ‘vrouwen creëren een stad in de stad’. Voor het Kortrijkse gedeelte worden drie grootjuffrouwen aangehaald die, elk in hun tijdsperiode, leidinggevenden om ‘u’ tegen te zeggen, waren.

kortrijk4

Plan van het begijnhof en touch screen om de geschiedenis eigenhandig te doorlopen.

Als blikvanger geldt de hedendaagse vertaling van ‘begijn’ in het beeld ontworpen door Lieve Blancquaert: zij maakte deze creatie als antwoord op de vraag naar een visualisatie van ‘sterke vrouw’ in de context van het begijnenwezen.

Blogstuk SAZ 2014 07 06 035

copyright foto: Wim Vandamme – met dank

Praktische info:

Het Belevingscentrum is open van dinsdag tot zondag van 10u tot 17u, toegang is gratis. Meer informatie omtrent het begijnhof tref je in het bezoekerscentrum/infopunt vlak voor de ingangspoort.

© Debby Van Linden

Met dank aan mevrouw L. Soete, deskundige informatie-en erfgoedbeheer OCMW Kortrijk

*Alle begijnhofmusea werden gecontacteerd i.v.m. deze artikelreeks, spijtig genoeg kwam er niet overal een respons en/of voldoende tekst- en publicatiemateriaal.

**Sinds 1984 loopt dit renovatieproject van het begijnhof. De planning geeft 2019 aan als laatste fase. 

A few beguinages have provide a beguine museum where the story of the women is told. This month, we choose to put those places in the spotlight*: what’s there to discover? What’s the view on the beguines as a movement? Which story is told about their unique and marvellous heritage? We’ll start with the Expercience Center on the beguinage of Saint-Elisabeth in Kortrijk.

From then till today: background and viewpoint

For at about fifty years (1955-2008) there was a beguine museum on the beguinage: the house of the headmistress showcased objects that reflected the traditional view on the beguines. The owners of the beguinage, OCMW Kortrijk, decided to make a fresh start: as part of a total renovation of the beguinage the musem would be located in the former meeting and governance room of the beguines. Decisively the new museum would show the past of the beguinage ànd the beguine movement overall.

20

Joan of Flanders, dutchess of Flanders, is shown as a supporter of the beguines and the beguinage.

They, the women themselves, are shown as their past tells us: ‘independent women who were more and more pressed in a tight bust.’

Worth a visit

The viewpoint for this museum, named Experience Center, is made clear: beguines were revolutional, spiritual and socially engaged women!

kortrijk3

The beguine movement with e.g. Hadewijch and Porète.

This viewpoint is connected to three headlines: ‘women with their own spirituality’, ‘women opposed to church and goverment power’ and ‘women create a city into a city’. The past of the beguinage of Kortrijk is told by three headmisstresses, each of them took taking determinate decisions for the beguinage as we know it now.

kortrijk4

Map of the beguinage and touch screen to walk our way through the past of the beguinage.

An eye-catching statue in the room is this composition by Lieve Blancquaert: she created this modern translation of ‘beguine’ as an answer to the question to compose an image of ‘strong women’ situated in the beguine movement.

Blogstuk SAZ 2014 07 06 035

copyright foto: Wim Vandamme – thank you for using

Visiting information:

The Experience Center is open from Tuesday till Sunday from 10 to 5, free entrance. Information about the beguinage is provided at the information point, located just before the entrance of the beguinage .

© Debby Van Linden

With special thanks to L. Soete, expert heritage governance OCMW Kortrijk

*All beguine museums were contacted to provide for this publication, unfortunately there was not always a response and/or enough material to make a publication. 

**The renovation of the beguinage started in 1984. By 2019 all works should be finshed.

Ode aan acht eeuwen unieke geschiedenis – Honouring eight centuries of beguine past

(in English: see below)

Vandaag precies drie jaar geleden kwam er een einde aan een uniek stuk geschiedenis: het overlijden van Marcella Pattyn maakte een einde aan bijna acht eeuwen begijnenbeweging. Dit bericht was wereldnieuws en verscheen in het gerenomeerde Engelse blad ‘The Economist’.

Een terugblik op hun ontstaan en Marcella als laatste…

Het begin…

De begijnenbeweging ontstond in een Middeleeuws klimaat van veranderingen op vele vlakken: het kerkelijk beleid werd in vraag gesteld, steden kwamen op,… In zowat heel West-Europa waaide een nieuw, religieus elan: een apostolisch leven leiden – zorg voor anderen stond hierin centraal. Op vele plaatsen besloten vrouwen en mannen, alleen of in groep, een nieuwe identiteit te vormen: niet naar het klooster te gaan, wel religieus te leven. ‘De derde weg‘ als manier om in het leven te staan en tegelijkertijd spiritualiteit een belangrijke plaats toe te kennen rees op: de begijnen en begaarden waren geboren. Begijn zijn had een aantal grote voordelen: in eigen onderhoud kunnen voorzien en een eigen identiteit behouden. Voorts konden zij, uitgesloten van de universiteit, hun geschriften verdelen en bekend maken – een unieke vrouwenspiritualiteit en een nieuw literair genre, schrijven over religie in de volkstaal, zag het licht!

P1050242

Op pauselijk niveau kreeg men het echter ferm benauwd: de begaarden en begijnen werden ‘ketters’ verklaart en moesten verdwijnen. De invloed van een paar hooggeplaatste figuren heeft de begijnen in de toenmalige Lage Landen ‘gered’: indien ze zich zouden groeperen*, konden ze overleven. De begijnhoven of ‘vrouwensteden’, waarvan er momenteel 13 door de UNESCO erkend zijn als werelderfgoed, werden een feit…

P1070476

Het begijnhof van Hoogstraten.

De spiritualiteit, de organisatie, de invloed van geschiedkundige gebeurtenissen,… lieten hun sporen na in de vormgeving van de beweging, hun unieke levensstijl als onafhankelijke vrouwen met een eigen identiteit bleef… achthonderd jaar lang!

De laatste…

Marcella Pattyn, laatste begijn van een 800-jarige beweging van eigenzinnige vrouwen.

Marcella Pattyn, laatste begijn van een 800-jarige beweging van eigenzinnige vrouwen.

Marcella Pattyn (Thysville 1920 – Kortrijk 2013) werd geboren als ‘Marcelle’ in het voormalig Belgisch Kongo. Vanwege haar blindheid (ze kon nog wel felle kleuren onderscheiden) volgt ze les te Brussel bij het Institut des Aveugles. Het is op deze school van Zusters van Liefde dat Marcella voelt gehoor te willen geven aan haar religieuze roeping. Marcella stelde zich kandidate bij verschillende kloosters, doch telkens werd ze afgewezen vanwege haar blindheid. Haar immens verdriet lost op als ze via haar tantes hoort over ‘begijnen’: vrouwen die religieus leefden en toch het hof konden verlaten om hun eigen inkomen te verdienen. Door bemiddeling van haar tante werd Marcella in 1941 ingeschreven op het groot begijnhof van Sint-Amandsberg om een jaar later geprofest te worden. Na net geen 20 jaar op het Sint-Amandsbergse hof verhuisde ze naar het Kortrijkse begijnhof om er mee de Katholieke Vereniging van Zieken (KVZ) te stichten. In 1985 ging haar gezondheid stilaan achteruit en gaf ze haar bestuursfunctie over aan anderen. Ze bleef echter betrokken door zelfgebreide poppetjes te verkopen aan toeristen ten voordele van haar ziekenwerk. De laatste periode van zorgbehoevendheid verbleef ze in het St.-Jozefrusthuis in de Groeninghestad. Op 90-jarige leeftijd verscheen Marcella in ‘Villa Vanthilt’ (uitzending van 17 augustus 2010).

Een jaar later, tegelijkertijd 70 jaar begijnenleven achter de rug, kreeg ze een eerbetoon van toenmalig burgemeester De Clerck. Marcella was zelf opgetogen over het bezoek van koningin Paola in 2002, over het eerbetoon van de burgemeester was ze minder positief. In haar bijzijn werd tevens haar standbeeld ingehuldigd, nu prijkend op het begijnhof tegenover de Sint-Annazaal.

P1040175

Beeld van Marcella Pattyn – begijnhof Kortrijk.

Op 14 april 2013 deed ‘Marcelle’ de deur van een uniek stuk vrouwenkracht dicht…

© Debby Van Linden

*lees: ‘institutionaliseren’

Today, exactly three years ago, was the end a unique piece of herstory: the dead of Marcella Pattyn made an end to eight centuries of beguine movement. This fact became world news and the English newspaper ‘The Economist’ published an article about the end of eight centuries of herstory.

Let’s take a look at their roots and Marella as the last beguine…

The beginning…

The beguine movement rooted during the Middle Ages, a period of changes on different levels: church politics were questioned, the first cities rised,… Throughout the west of Europe a new way of living a religious life begun to flow: people wanted to live an apolostic life with ‘care for others’ as a central theme. Many decided, alone or in group, to follow this new path: not to enter a monastery, not to marry but to live a religious life. ‘The third road‘ as life style to work live spiritualitual was rising: the beguines and begghards ware born. To be a beguine had many advantages: to work for own money and to develop end keep an own identity. Because they were excluded from university as women, they installed a new literary genre: to write into the vernacular – a unique women spirituality made her entrance!

P1050242

On papal level their movement was seen negative and threatening to the churches power: the beguines and begghards got the statement of ‘heretics’ and had to disappear. Because of the influence of some clerics, the beguines of the Low Countries could stay: if they would group together*, they would survive. This declaration ment the beginning of the raise of the beguinages or ‘women cities’: thirteen of them are now UNESCO-world heritage.

P1070476

Het begijnhof van Hoogstraten.

Their spirituality, their organisation, wars,… all left their traces on the composition of the movement. Their unique life style as independent women with their own identity nevertheless stayed… for eighthunderd years!

The last one…

Marcella Pattyn, laatste begijn van een 800-jarige beweging van eigenzinnige vrouwen.

Marcella Pattyn, last beguine of a movement of eight centuries of independent women.

Marcella Pattyn (Thysville 1920 – Kortrijk 2013) was born as ‘Marcelle’ in former Belguim Kongo. Because of her blindness, she follows lesson at ‘Institut des Aveugles’ in Brussels. It’s on this school of ‘Sisters of Love’ she feels to want to follow her religious calling. She contact a whole set of manasteries, but it rejected to become a nun bacause of her blindness. Her tremendous sadness disappears as she hears from her aunt about ‘the beguines’: women who lived religious and still could leave the beguinage to work.

Again through her aunts intervention she moved to one of the biggest beguinages: in 1941 she lives in the women city of Sint-Amandsberg. A year later her profession is a fact. After about 20 years she moves to the beguinage of Kortrijk to help develop a catholic society for sick people (KVZ). Her health becomes weaker in 1985 and Marcella decides to leave her position. Eventually she kept knitting little puppets and sold them to tourist to gather money for her organisation. During the last period of her life she recieved care in the nursing home of Saint-Jozef. When she was 90 years old, she was a guest on the Flemish television programme ‘Villa Vanthilt’on 17th of August 2010.

One year later, and 70 years of beguine life, she recieved an hommage of mayor De Clerck. She kept good memories on a visit of Queen Paola in 2002, about the attitude of the major she spoke in negative terms. In her presence her statue was placed on the beguinage right across the Experience Center.

P1040175

Statue of Marcella Pattyn – beguinage of Kortrijk.

On the 14th of April 2013 , ‘Marcelle’ closed the door of a unique piece of 800 years of women vigour

© Debby Van Linden

*read: ‘to institutionalize’

Bronnen/Sources:

Bouckaert, C. (2000). De laatste der begijnen. Uitgeverij Groeninghe, Kortrijk.

artikel/article: ‘Marcella Pattyn‘ in ‘The Economist’ op 27 april 2013.

artikel/article: ‘La ultima beguina, Marcella Pattyn‘ door Sandra Ferrer – blog ‘Mujeres en la historia’- dd. 19 april 2013.

Notities ‘Kortrijkse begijnendag’ kortfilm M. Pattyn, dd. 28 maart 2016. – Notes taken during the short movie about M. Pattyn at her Rememberance Day at the beguinage of Kortrijk, dd. 28th of March 2016.

Het is zover… Geef de begijnen een identiteit!…. – Finally… give the beguines their identity!

Het is zover! Het wachten is voorbij en uw geduld wordt beloond…

Na weken van hard werken, lanceren we vandaag een crowdfunding voor een boek over de begijnen waarin zij, de vrouwen zélf, centraal staan!

Benieuwd? Bekijk het filmpje hieronder!

Uw steun maakt het verschil! Doe hier uw donatie voor het boek ‘Wijze vrouwen’!

Meer informatie nodig? Ga hier naar deze pagina en kom alles te weten over dit project. U steunt toch ook?

Finally! The wait is over… After a few weeks of hard work, we lance our project: a crowdfunding to make a book about the beguines where they are the central key! It were the women who made the movement and they, in portrait and with biography, are the main theme in the book!

Curious? Watch the clip!

You can make a difference! Donations are welcome here! Thank you very much! Need more information? Click here to find out everything about this project.

‘De geliefde’ in drievoud – ‘The beloved’: three views

(In English: see below)

De begijnenbeweging en haar spiritualiteit laat een gloeiend landschap van 800 jaar geschiedenis zien. Doorheen hun levenskeuze en geschriften neemt ‘liefde’ een centrale plaats in. Over deze ‘liefde’, gebaseerd op de bijbelse liefdestekst ‘het Hooglied’*, zet ik drie visies uiteen.

In hun mystiek-religieuze teksten refereren de wijze vrouwen, genaamd ‘begijnen’ vaak naar ‘de Geliefde’. Deze geliefde wordt onder verschillende benamingen vernoemd en benoemd: elke vrouw gaf op haar eigen wijze woord(en) aan deze geliefde. Hun taal is rijk en divers en leent zich voor verschillende interpretaties. Wie of wat was deze (Ge)liefde waar ze telkens naar refereerden? En zou het wel een ‘hij’ geweest zijn?

Een ‘klassieke’ interpretatie die in vele werken terugkomt, spitst zich toe op ‘de bruiden van christus‘: begijnen zouden een mystiek huwelijk met christus aangaan, hij wordt ‘de Geliefde’ genoemd. De eucharistie vormt hét moment van samenzijn met de gesublimeerde, goddelijke minnaar. Tijdens de laatste periode van de begijnenbeweging wordt dit ‘huwelijk’ ook in een fysiek ritueel gegoten: in bruidskledij legt een vrouw de beloften af tot begijn en wordt vervolgens ‘gekleed en gesteed’. De nadruk ligt op het ‘samen gaan’, het verlangen blijft.

hooglied

Traditionele afbeelding van het Hooglied in de Middeleeuwen – de hoofse liefde als ideaal.

Als we de woorden voor ‘god’ als geliefde in de werken van een aantal (Middeleeuwse) begijnen van naderbij bekijken, krijgen we een ander plaatje: het goddelijke krijgt zowel de namen ‘de Geliefde’ als ‘Lief’ als ‘Liefde’, m.a.w. ‘bruid’, ‘bruidegom’ en ‘liefde’ worden één. Dit lijkt verwarrend, doch wordt duidelijk indien we weten dat in hun geschriften éénwording van de ziel met het goddelijke centraal staat. De ziel als bruid legt een weg af naar de goddelijke bruidegom en smelt tenslotte samen tot ‘liefde’ zelf. Het verschil tussen ‘Lief’, ‘Geliefde’ en ‘het Goddelijke’ wordt hiermee opgeheven en éénwording is een feit. Samensmelting staat centraal, het verlangen verdwijnt uiteindelijk.

freedom

Als derde visie nemen we de geschriften van begijn Hadewijch (specifiek ‘Oerewoet’) bij de hand: ‘minne‘ verwijst bij haar zowel naar een mannelijk als naar een vrouwelijk personage als naar de liefde zelf – zowel naar ‘jonkvrouw’ als naar ‘meester’ als naar ‘de natuur van de liefde’. In plaats van deze ‘minne’ op de net besproken religieus abstracte manieren te bekijken, maak ik plaats voor een derde, verfrissende visie**. Wat als ‘minne’ nu eens de bevrijding uitdrukt waarnaar de vrouw zo hartstochtelijk smachtte en tenslotte, tot haar extase, door haar levenskeuze als begijn bekomt? ‘Oh, gij, lief, geliefde, liefste, mijn beminde vrijheid, …’

© Debby Van Linden

*Het Hooglied of ‘Lied der Liederen’ is een tweespraak tussen geliefden, erotisch en hartstochtelijk geladen – hunkering en liefde staan centraal. De tekst wordt op kerkelijk niveau als de relatie tussen christus en de kerk en tussen de ziel en het goddelijke geïnterpreteerd.

**visie geponeerd door R.M. Wakefield – fragment:

‘Ay ic woede in moede mit spoede
Na tgoede dat ic der minnen volsi
Ay in woet zijn vroet dats spoet
Ja in woet van minnen vri

Bronnen:

Swan, L. The wisdom of the beguines. BleuBridge, 2014.

Wakefield, R.M. The beguine sisters. Canadian Journal of Nederlandic Studies, nummer 3, 1981, pp. 67-70.

The beguine movement and her spirituality show us a marvellous landscape of 800 years of herstory. A central theme in their writings and life choice is ‘love’. Based on the ‘Song of Songs, a love theme from the bible, I wil put three interpretations on the beguines ‘love’ forward.

In their mystic-religious texts the wise women called beguines refer often to ‘th Beloved’. This beloved gets different names and meanings: every beguine claimed her own word use. Their language is full of richness and can be interpretated in different ways. Who or what was this (Be)love(d)? And was it a ‘he’?

A classic view, refered to in many books, lets us know that beguines were called ‘brides of christ‘: in their mystic marriage with christ he became ‘the Beloved’. In the ritual of the eucharist they came together with their sublimated lover. During the last period of the beguine movement this marriage was symbolized: dressed as a bride the women pronounced their promises and became a beguine.

hooglied

Traditional image of the ‘song of Songs’ in the Middele Ages – courtly love as an ideal.

The words the beguines used to express the Divine are divers. The beguines who lived during the Middle Ages show us something, at first sight, confusing: the Divine is named ‘Lover’, ‘the Beloved’ and ‘Love’. How can this be? It gets clear once we know that oneness was the central theme in their spirituality: the soul as lover makes it way to the Divine beloved and becomes Love. The difference between all of them ends as they melt into Love.

freedom

In a third view we take the writings of Hadewijch (specifically ‘Primeval Rage’) in our hands: with ‘minne’ she refers to both a feminime and masculine person and to love itself – ‘maiden’, ‘master’ an ‘the nature of love’. Instead of looking to those words in the abstract ways we did before, I make space for a third refreshing view**. What if ‘minne’ expressed the freedom this woman longs for so desperately and, finally reaching it in her beguine life, brings her to ecstacy? ‘Oh, you, lover, beloved, my freedom, my love…’

© Debby Van Linden

*The ‘Song of Songs’ is a erotic and passionate dialogue between lovers, love and yearning form the key elements. In the christian church this text is seen als the relation between christ and the churh and also between the soul and the Divine.

**interpretation by door R.M. Wakefield of

‘Oh, I rage in my spirit with haste. I pursue the goodness of love saturation.
Oh, to be wise in a rage, that is good;
Yes, it’s good to be free in a rage of love.’

Sources:

Swan, L. The wisdom of the beguines. BleuBridge, 2014.

Wakefield, R.M. The beguine sisters. Canadian Journal of Nederlandic Studies, volume 3, 1981, pp. 67-70.

De gedichten van Hadewijch: sensueel, erotisch of seksueel? – The poetry of Hadewijch: erotic, sensual of sexual?

(In English: scroll down, please.)

Hadewijch: wijze vrouw, schrijfster, mystica,… haar poëzie is onmiskenbaar van het hoogste niveau. Deze poëzie wordt omschreven als ‘hoofse minnemystiek’ en gelabeld met verschillende etiketten: van ‘sensueel’, over ‘erotisch’ tot ‘seksueel’. Deze labels worden vervolgens gebruikt als soortgelijke synoniemen, doch zijn ze dit ook? Deze begrippen en hun betekenis neem ik onder de loep…

hadewijchzwartwit

‘Hadewijch’ aan het werk.

Hadewijchs poëzie centraliseert zich rond de ‘minne’: de goddelijke liefde als bron van verlangen en ultiem te bereiken doel. Dit verlangen leggen we naast de begrippen die aan haar schrijven worden gekoppeld.

Een eerste begrip vormt ‘zinnelijkheid‘: dit definieert zich als ‘door middel van de zintuigen’. Hadewijch geeft duidelijk weer te kijken, te proefen en te ruiken. Bovenal verheft ze dit begrip door haar innerlijke zintuigen te gebruiken, datgene wat ze van binnenuit ziet en gewaarwordt.

De gevoeligheid of kwaliteit van de zintuigen wordt samengevat onder het woord ‘sensualiteit‘. Hadewijchs zintuiglijke ervaringen zijn duidelijk niet van oppervlakkige aard, diepgang is haar op het lijf geschreven.

Het daaropvolgend begrip ‘erotiek‘ als ‘een verlangen dat wordt gekoesterd en groter gemaakt wordt en hierdoor de wereld vormgevende en betekenis verlenende’ is wel hét begrip dat volledig bij haar schrijven past. Naar de minne wordt er door haar verlangd, gesmacht én het bepaald haar hoogste goed en anker op haar levensweg.

Extase‘ is eveneens van toepassing tijdens het jubileren (= juichen, in extase zingen) met haar vriendinnen. Deze toestand van verrukking, van lichamelijk en geestelijk enthousiasme doet zich ook voor als gevolg van die momenten van ontmoeting met de minne. Hadewijch waarschuwt haar vriendinnen wel om deze momenten van extase, met het risico van gevaar voor zichzelf, in evenwicht te brengen.

Zijn haar geschriften seksueel? In de Middeleeuwse context alvast niet: deze tijdsperiode kenmerkt zich door het onderscheid tussen ‘hoofse liefde’ als hét summum en ‘seksualiteit’ als de mindere in rang: deze eerste uit zich door bewonderende en verheffende lofzangen waarbij er niet gestreefd wordt naar ‘bezitten’. Seksualiteit in de strikte zin van het woord definieert zich als ‘het opbouwen van lichamelijke spanningen en het opheffen ervan (ontspanning); stimulans en respons worden afgewisseld.’ Deze woorden hanterend, zijn haar geschriften niet seksueel. Hadewijch verlangt naar de minne, smacht ernaar, doch ervaart geen seksualiteit hierin.

Op één hoop gegooid

Hoe komt het dan toch dat deze termen als gelijksoortig worden gebruikt? Ons denken over liefde is gebaseerd op een ander ideaal dan dat van de Middeleeuwen. Toen was een huwelijk een zakelijke transactie die tot doel had grondbezit en rijkdom te behouden en eventueel uit te breiden. Verkrachting van de vrouw binnen het huwelijk* als middel en talloze geboorten, met de hoop dat op zijn minst een zoon als erfgenaam zou overleven, was het doel van deze overeenkomt. De vrouw werd als bezit aanzien. Onze tijdsperiode kenmerkt zich door het ‘romantisch ideaal’: we worden verliefd op iemand, de man maakt de vrouw ‘het hof’ en ‘uit liefde’ trouwen we en stichten we een gezin. Het is net in die verbinding tussen ‘hofmakerij’ en ‘huwelijk’ dat we de voorgaand besproken termen tegenkomen: waar er bij de hofmakerij ‘verlangen’, ‘sensualiteit’ en vooral ‘erotiek’ aanwezig is, worden deze elementen gekoppeld aan ‘seksualiteit’ als ‘ultieme daad van liefde’. De begrippen worden hiermee op één hoop gegooid en ‘liefde’ wordt gereduceerd tot het zich toeleggen op die ene, speciale partner. Het denken in deze begrippen als gelijksoortig vertoont zich ook in het kijken naar Hadewijchs oeuvre: ‘sensualiteit’ wordt gelijkgesteld met ‘erotisch’, terwijl haar woorden én sensueel én erotisch zijn, doch niet seksueel.

Terug naar een breder perspectief van ‘liefde’ 

verlangen

‘Liefde’ heeft echter een wijde dimensie en vele gezichten: een passionele liefde voor een hobby, een extase belevende bij het beluisteren van bepaalde muziek of een diepe liefde koesteren voor een vriendin of vriend, een sensualiteit belevende bij het ruiken en proeven van je favoriete maaltijd, erotisch thuiskomen in de stilte van je eigen, innerlijke tempel,… In al deze vormen van ‘liefde’ zit ‘wachten’ en ‘verlangen’ vervat.

Hadewijch had het begrepen: het verlangen, ook al duurt het wachten soms pijnlijk lang, is in haar volle betekenis de mooiste periode…

© Debby Van Linden

*eufemistisch ‘echtelijke plicht’ genoemd in de literatuur

Bronnen:

Fraeters, V. en Willaert, F. Liederen. Historische Uitgeverij, 2009, Groningen.

Milhaven, J.G. Hadewijch and her sisters: other ways of loving and knowing. State University of New York Press, 1993.

Fasteau, M.F. De mannenmolen. A.W. Bruna & Zoon Utrecht/Antwerpen, 1972.

Hadewijch: wise woman, writer, mystic,… her poetry reaches, without doubt, the highest levels. This poetry is oftern described as ‘courtly’ and ‘mystical’. Other labels are ‘sensual’, ‘erotic’ and ‘sexual’. Often these categories are used as synonyms  but are they really the same? These labels and their meanings are placed in perspective and compared to her writings.

hadewijchzwartwit

‘Hadewijch’ working on her poems.

The writings of Hadewijch centers around what she calls ‘minne’: this source of her desire and is also her ultimate goal. This desire of ‘minne’ will be placed next to the other labels that are often put on her work.

A first word to define is called ‘sensuality‘. This refers to ‘the quality or sensitivity of the senses’. Hadewijchs experiences are not cursory, immersion is what she breathes. She takes ‘sensualitity’ to the next level by using her inner senses and writes about those experiences.

Erotism‘ as the next noun is defined as ‘a desire that is indulged and made bigger and by this the world defining and giving meaning’. Now, this is the word that fits her writing completely: it is for ‘minne’ she longs, aches and it is her highest goal and anchor on her life road.

Extacy‘ is furthermore applicable too: this state of delight, of bodily and mental enthousiasm follows the encounters with ‘minne’ and is present when Hadewijch and her female friends jubilate together. Now, she also warns her sisters of keeping balance in this jubilating.

Are her writings sexual? Looking through the perspective of the Middle Ages, we say ‘no’: in this periode there was a distinction between ‘courtly love’ as the highest love and sexuality as the lowest one. Courtly love was featured by admiring paeans whithout any aspirations to possess a woman. Sexuality defines itself strictly as ‘building up bodily tensions and to release that tensions, stimulus and respons are varied’. Taking this explanations, we can conclude that Hadewijchs writings are not sexual.

Everything on one pile…

So, how come all these terms are used as as almost synonyms? Our cultural thinking is based on other ideals compared to the Middle Ages. Back then marriage was a business transaction with a strict purpose: keeping wealth and property and eventually gaining more of that. As a son would inherit all of this, raping* the wife and many births – hoping at least one boy would survive – was a cruel practice on a woman, viewed as personal property of her husband.

Our cultural thinking today is based on ‘the romantic ideal’: we fall in love with someone, it’s the man who ‘wins’ the woman by courtly conduct, we marry and start a family. In the connection between ‘courtship’ and ‘marriage’ we meet the above discussed words:  in courtship there’s ‘longing for’, ‘sensuality’ and ‘eroticism’ present and these elements are connected to ‘sexuality’ and ‘children’ as ‘the ultimate prove of love’. All the terms are put together and ‘love’ is reduced onto this one, special partner.

 Back to a broader perspective on ‘love’ 

verlangen

‘Love’ has a wide dimension and many faces: a passionate love for a hobby, feeling extactic listening to specific music or sensing a deep love for a friend, the sensual taste of smelling and tasting your favorite meal, coming home into yourself as an erotic moment,… In all those forms of ‘love’ we can see ‘longing’ and ‘waiting’ as components.

Hadewijch got it: longing for something, knowing waiting can be painfully long, is in full sense the most beautiful period…

© Debby Van Linden

 *euphemistic called ‘marital duty’ in literature

De queeste: een terugblik (3): de ‘feiten’-weg

Verwoven met persoonlijke veranderingen en de mensen die ik onderweg ontmoette, slokte ik een arsenaal aan kennis op dat zich leek te branden in mijn geheugen: 800 jaar begijnengeschiedenis bleek een banket van verschillende gangen en bijgerechten qua kennisdomeinen in te houden die elk om research vroegen:

the-book-of-love

  • ‘Wie waren al die heiligen op de hoven en waarom waren ze voor de begijnen zo belangrijk?’ Ik verdiepte mij in christelijke legendes, vitae, rituelen en bijbelse taferelen.Tegelijkertijd kwamen vele nieuwe vragen op: ‘Waarom hadden de begijnen ook beelden van Anna, de moeder van Maria, terwijl over deze eerste met geen woord in de bijbel gerept wordt?’ Ik slokte ‘officiële’ en ‘volkse’ christelijke feiten op en ontdekte vroegere religievormen.
  • Begijnen schreven… en hoe! Op de middelbare school had ik kennisgemaakt met het oud-Nederlands en bespraken we een klein fragment uit Hadewijch‘s teksten ter illustratie. Nu zette ik me aan haar gedichten en liederen, vervolgens aan ‘Seven manieren van Minnen’ en ‘The mirror of simple souls’*- de (minne)mystiek intrigeerde me. Al snel werden me twee zaken duidelijk: dit was ‘zeer stevige pap’ en de ingrediënten om dit te doorspitten, bestonden uit: een helder hoofd, een paar keer herlezen en een houding om de woorden even los te laten en zo te laten meeresoneren gedurende de rest van de dag**. Vanaf het moment dat ik vanuit het hart begon te lezen, kregen de teksten een andere dimensie en kon ik de woorden vatten: een ‘nieuwe deur’ ging open.
  • Elk begijnhof had zo haar specifieke bouwstijl en opvallende eigenaardigheden: dankzij een vriendin met architectuurkennis kreeg ik een snelcursus in stijlkenmerken, specifieke eigenschappen per stroming, de opbouw van een kerk,… ik kreeg m.a.w. een ‘nieuwe bril’ op mijn neus geschoven.
  • Het dagelijks reilen en zeilen op het hof was geen sinecure: ik bestudeerde de verschillende taken, functies, gebouwen en werkzaamheden van de vrouwensteden en merkte al snel dat de begijnen echte bedrijfsleiders waren: zo onderhandelden ze bv. met handelslui over de prijzen van hun produkten of diensten (bier, was- en herstelwerk van kledij,…) . Ik kreeg een grote bewondering voor de taak van de grootjuffrouw – een hedendaagse CEO: de boekhouding verzorgen (verkoop en aankoop van huizen, restauraties, verbouwingen, loonuitbetalingen, erfenissen,…) toezien op de conventsmeesteressen en kosteres, onderhandelen met derden (afgevaardigden van allerlei rang en stand), vergaderingen organiseren, bemiddelen tot ingrijpen bij conflicten,… De titel ‘grootjuffrouw’ was niet voor doetjes: een hof, waarin een tiental tot paar honderd vrouwen dagelijks werkten en leefden, als efficiënt en democratisch systeem ‘runnen‘ vroeg om pure vrouwenkracht.
  • Alhoewel het gebied van ‘(vriendjes)politieke en economische geschiedenis‘ mij eerst het minst interesseerde, leerde ik snel de waarde ervan inzien: bepaalde beslissingen (pauselijke, stadsgebonden,…) hebben een stevige impact gehad op de belevingswereld van de begijnen – zowel per stad als voor het vroegere Vlaanderen. Zonder de steun van bv. gravin Johanna van Constantinopel zouden bepaalde hoven mogelijk nooit tot stand gekomen zijn.

Bij het aan elkaar knopen en integreren van deze feitenhoeveelheid nam ik steeds dezelfde vraag in gedachte: ‘Hoe is deze informatie van invloed geweest op het begijn(hoof)se leven van toen?’ Het resultaat van deze ‘feitenweg’ op mijn queeste toonde zich: ik veranderde van complete leek tot bezielde onderzoekster.

© Debby Van Linden

* resp. werken van Beatrijs van Nazareth en Margerite Poréte.

** Deze vorm van lezen wordt ook ‘lectio divina’ genoemd.

De laatste queestehalte: Tienen

De avond voor het laatste ‘begijnenweekend’ merkte ik een onrust in me op: Tienen werd de laatste queestehalte- het was dus bijna ‘gedaan’, erna zou ik terugkeren naar de plaats waar het een tijd terug begonnen was: Mechelen. Ik kon me met de beste wil van de wereld niet voorstellen mijn queeste te klasseren met ‘wel, dat was mooi en dan nu iets anders!‘. Daarvoor was deze tocht een te belangrijk keerpunt op alle vlakken in mijn leven (geweest). Ik besloot mijn vraagtekens te laten bestaan en de dag zelf ruimte tot antwoorden te geven…

In Tienen wandelde ik de poort van de restanten van de begijnhofkerk binnen*.

tienenikke

Ondanks de weinige overblijfselen was de structuur van de kerk nog duidelijk zichtbaar. Alhoewel ruïnes mij niet snel kunnen bekoren, voelde ik mij op deze plek thuis.Teienenbinnen2Na een tijd de verschillende hoeken en overblijfselen verkend te hebben, vroeg ik mijn queestevriend mij een paar minuten alleen te laten op deze plek.

P1060473

In de volstrekte stilte van dat moment volgde ik blindelings mijn intuïtie: ik stapte het altaar op en gaf gehoor aan ‘vanbinnen’… het einde van een lange en intense tocht kwam samen met een stil moment in kairostijd: ik had oude ideëen losgelaten, wortels gekregen en herstorisch erfgoed ontdekt. Ik stapte een nieuwe vrouwenfase in, behorende tot een nieuwe groep – vanuit verbinding sloot deze queeste zich om een nieuwe poort te laten opengaan. Ik wist dat ik verder moest gaan…  al had ik geen idee wat ‘verder’ dan inhield, ik zei ‘ja‘, met de overgave die ik had leren kennen als vertrouwen en leiding.

De terugweg voltrok zich in een serene, volle stilte met betekenis: één die woorden te boven ging…

© Debby Van Linden

*De begijnhofkerkruïne is het enige overblijfsel van het begijnhof. Hierover meer in het volgende blogstuk.